Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mr. M. Raaijmakers, advocaat van verzoekster;
- [naam], werkzaam bij Stichting De Leeuw van Putten, verweerster;
- mr. S.F. Dik, gemachtigde van verweerster.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet, waarmee zij gedurende zes maanden bescherming krijgt tegen ontruiming van haar huurwoning. De rechtbank constateert een bedreigende situatie omdat een ontruimingsvonnis van december 2024 ten uitvoer dreigt te worden gelegd.
Verzoekster toont aan dat zij is toegelaten tot schuldhulpverlening en dat budgetbeheer op korte termijn zal worden ingesteld, waardoor de betaling van de lopende huurtermijnen is gewaarborgd. Zij beschikt over voldoende inkomsten en heeft de huur van februari en maart 2025 reeds voldaan. Verweerster betoogt dat verzoekster niet te goeder trouw is en structureel wanbetaalt.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die in haar woning wil blijven en een schuldhulpverleningstraject wil doorlopen, zwaarder dan het belang van verweerster bij uitvoering van het ontruimingsvonnis. De voorziening wordt onder de voorwaarde toegewezen dat de lopende termijnen tijdig worden betaald. Tevens verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Uitkomst: Moratorium van zes maanden toegewezen en ontruiming van huurwoning geschorst onder voorwaarde tijdige huurbetaling.