Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zes schuldeisers, waaronder KPN als preferente schuldeiser met een vordering van €663,13. Vijf schuldeisers stemden in met het akkoord, KPN niet. De regeling voorziet in een betaling van 27,54% aan de preferente en 13,77% aan de concurrente schuldeisers, gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker, die een Participatiewet-uitkering ontvangt en geen inkomen uit arbeid verwacht.
KPN vond het aanbod te laag en weigerde in te stemmen, maar verscheen niet ter zitting om haar standpunt toe te lichten. De rechtbank oordeelt dat KPN’s vordering slechts 9,39% van de totale schuld bedraagt en dat het akkoord deskundig is getoetst en goed gedocumenteerd. De belangen van verzoeker en de overige schuldeisers wegen zwaarder dan die van KPN.
De rechtbank beveelt KPN om in te stemmen met het akkoord, veroordeelt haar in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat het akkoord een gunstiger resultaat biedt voor schuldeisers en verzoeker niet in betalingsonmacht verkeert.