Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 oktober 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de repliek, met één bijlage.
Rechtbank Rotterdam
Q-Park vordert van gedaagde betaling van het tarief voor een verloren parkeerkaart en een aanvullende schadevergoeding wegens het verlaten van een parkeerfaciliteit zonder te betalen, een praktijk bekend als 'treintje rijden'. Gedaagde betwist dat zij op de betreffende dag bestuurder was en stelt dat haar ex-partner de auto bestuurde.
De kantonrechter oordeelt dat Q-Park onvoldoende heeft bewezen dat tussen partijen een parkeerovereenkomst tot stand is gekomen, aangezien de overeenkomst wordt aangegaan door de feitelijke bestuurder en niet de kentekenhouder. Gedaagde heeft het vermoeden dat zij bestuurder was voldoende weerlegd met een e-mail van haar ex-partner waarin hij erkent bestuurder te zijn geweest.
Omdat niet is vastgesteld dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld, wijst de rechter de vordering van Q-Park af. Ook de rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Q-Park wordt veroordeeld tot betaling van €50 aan proceskosten aan gedaagde wegens het ongelijk in de procedure.
Uitkomst: De vordering van Q-Park wordt afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat gedaagde bestuurder was en onrechtmatig heeft gehandeld.