ECLI:NL:RBROT:2025:4163

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 februari 2025
Publicatiedatum
3 april 2025
Zaaknummer
11479725 CV EXPL 25-489
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:92 lid 2 BWArt. 6:96 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling huurachterstand en contractuele boetes voor bedrijfsruimte toegewezen

Woonbron vordert betaling van een huurachterstand van €216,23, wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en contractuele boetes van €600 wegens te late huurbetalingen van de huurder van een bedrijfsruimte te Rotterdam.

De huurder betwist de huurachterstand en stelt meer betalingen te hebben verricht, maar levert geen bewijs. De rechtbank gaat daarom uit van het overzicht van Woonbron en wijst de huurachterstand toe. Ook worden de contractuele boetes toegewezen, omdat de huurder niet betwist dat hij twee keer te laat betaalde.

De gevorderde incassokosten van €48,40 worden toegewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. De gevorderde rente wordt afgewezen omdat de boete een schadevergoedend karakter heeft en rente en boete niet naast elkaar kunnen worden gevorderd zonder duidelijke afspraak.

De proceskosten van €681,91 worden aan de huurder opgelegd omdat hij grotendeels in het ongelijk wordt gesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, contractuele boetes, incassokosten en proceskosten; rente wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11479725 CV EXPL 25-489
datum uitspraak: 7 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting WOONBRON,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: [persoon A] ,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam
[handelsnaam],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Woonbron’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 23 december 2024, met bijlagen;
  • het mondelinge antwoord.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt vanaf 1 juli 2023 de bedrijfsruimte aan de [adres] in Rotterdam van Woonbron. De huur bedraagt momenteel € 107,84 per maand. Volgens Woonbron is er een huurachterstand van € 216,23. Woonbron eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt, samen met de wettelijke handelsrente en een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast eist Woonbron dat [gedaagde] € 600,00 aan contractuele boetes aan haar betaalt, omdat [gedaagde] twee keer de huur niet op tijd heeft betaald.
2.2.
De kantonrechter wijst de eis van Woonbron grotendeels toe. Hieronder wordt toegelicht hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
[gedaagde] moet € 216,23 aan huurachterstand betalen
2.3.
De kantonrechter wijst de gevorderde huurachterstand toe. Hoewel [gedaagde] stelt dat hij alle huurpenningen heeft betaald, heeft hij geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij betalingen aan Woonbron heeft verricht die niet in het overzicht in de dagvaarding zijn meegenomen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat dit overzicht klopt en dat de huurachterstand tot en met december 2024 € 216,23 bedraagt. [gedaagde] moet dit bedrag aan Woonbron betalen.
[gedaagde] moet € 600,00 aan contractuele boetes betalen
2.4.
In artikel 23.2 van de toepasselijke algemene voorwaarden is een boetebeding opgenomen. Daarin staat dat als de huur niet op tijd wordt betaald, [gedaagde] een direct opeisbare boete van minimaal € 300,00 per maand aan Woonbron verschuldigd is. Woonbron stelt dat [gedaagde] in de periode van augustus 2023 tot en met december 2024 twee keer de huur niet op tijd heeft betaald en heeft in de dagvaarding een overzicht van de data van de betalingen opgenomen. Dit wordt door [gedaagde] niet betwist; [gedaagde] heeft bij antwoord aangegeven dat het kan kloppen dat hij de huur wel eens te laat heeft betaald. De gevorderde contractuele boetes van in totaal € 600,00 (2 x € 300,00) worden daarom toegewezen.
[gedaagde] moet € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten betalen
2.5.
De gevorderde incassokosten van € 48,40 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
[gedaagde] hoeft geen rente te betalen
2.6.
De gevorderde rente over de huurachterstand wordt afgewezen. De onder 2.4. besproken contractuele boete heeft het karakter van een (gefixeerde) schadevergoeding. Artikel 6:92 lid 2 BW Pro bepaalt dat de boete in de plaats treedt van een schadevergoeding op grond van de wet. Partijen kunnen afspreken dat boete en schadevergoeding naast elkaar verschuldigd zijn, maar daarvan is niet gebleken. Woonbron kan daarom alleen aanspraak maken op de boete en niet op de rente over de huurachterstand.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonbron moet betalen op € 139,41 aan dagvaardingskosten, € 340,00 aan griffierecht, € 135,00 aan salaris voor de gemachtigde (één punt) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 681,91. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonbron dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonbron te betalen € 864,63;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonbron worden begroot op € 681,91;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
62828