Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 september 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de brieven van Woonstad van 6 en 7 maart 2025, met bijlagen;
- de mail van [gedaagde] van 13 maart 2025, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Stichting Woonstad Rotterdam verhuurt sinds mei 2022 een woning aan de gedaagde. Woonstad vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vanwege langdurige ernstige geluidsoverlast veroorzaakt door de huurder en zijn bezoekers. Ondanks meerdere waarschuwingen, boetes en inbeslagnames van apparatuur, is het gedrag niet verbeterd.
De rechtbank oordeelt dat de huurder structureel onaanvaardbare geluidsoverlast veroorzaakt en geen aanwijzingen zijn dat hij zijn gedrag zal aanpassen. Dit vormt een ernstige tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder, waardoor ontbinding gerechtvaardigd is. Daarnaast is er een huurachterstand van € 2.388,82 vastgesteld die betaald moet worden.
De huurder wordt veroordeeld de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen en een gebruiksvergoeding te betalen vanaf 1 april 2025 tot de ontruimingsdatum. Proceskosten en wettelijke rente worden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder moet de woning ontruimen en de huurachterstand met rente betalen.