Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 19 september 2023;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 10 oktober 2023;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 5 december 2023;
- het verweerschrift met bijlagen van de vrouw op het zelfstandig verzoek, tevens inhoudende een aanvullend verzoek, ingekomen op 31 januari 2024;
- het verweerschrift met bijlagen van de man op het aanvullende verzoek, ingekomen op 26 maart 2024;
- de berichten van de man van 24 april 2024 met bijlage en 10 januari 2025 met bijlagen;
- de berichten van de vrouw van 10 juli 2024 met bijlagen en 9 januari 2025 met bijlagen, tevens inhoudende een wijziging van haar verzoek.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De vaststaande feiten
[meerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2006 te [geboorteplaats 2] ;
- de minderjarigen ( [meerderjarige 1] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ) aan de vrouw worden toevertrouwd;
- de vrouw met ingang van de datum van de beschikking bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan [adres] , met bevel aan de man om de woning te verlaten;
- de man met ingang van de datum van de beschikking aan de vrouw zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen € 285,- per maand per kind, bij vooruitbetaling te voldoen.
3.De beoordeling
- primair stelt de man zich op het standpunt dat er geen grondslag is voor het bepalen van een kinderbijdrage, omdat de minderjarigen (wat de man betreft) hun hoofdverblijf bij de man zullen hebben;
- subsidiair stelt de man dat zijn aandeel in de kosten van de minderjarigen € 120,- bedraagt.
4.De beslissing
- de inboedel, kleding en sieraden en persoonlijke goederen in de echtelijke woning worden in onderling overleg verdeeld;
- het saldo op de peildatum van de bankrekening met nummer [rekeningnummer 1] ten name van de vrouw wordt bij helfte verdeeld. De vrouw zet de rekening voort;
- het saldo op de peildatum van de bankrekening met nummer [rekeningnummer 2] ten name van de man wordt bij helfte verdeeld. De man zet de rekening voort;
- het saldo op de peildatum van de beleggingsrekening met nummer [rekeningnummer 3] ten name van partijen wordt bij helfte verdeeld. De man zet de rekening voort;