Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 13 maart 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen. De vrouw verzocht om beëindiging van het gezamenlijk gezag, omdat de man sinds begin 2022 naar het buitenland is vertrokken en sindsdien niet bereikbaar is voor de vrouw. De man gaf geen invulling aan het gezag en was niet betrokken bij de kinderen.
De rechtbank stelde vast dat het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd bij gewijzigde omstandigheden, zoals hier het geval is. De vrouw kon geen contact meer krijgen met de man, die mogelijk in Australië verblijft en mogelijk ziek is. De man had sinds zijn vertrek geen contact meer gehad met de kinderen en reageerde niet op e-mails met informatie over hen.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde dat de man geen invulling gaf aan het gezag. De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk was het gezag aan de vrouw toe te kennen. De procedurekosten werden ieder door de eigen partij gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het gezag over de minderjarigen wordt aan de moeder toegekend.