De werknemer was van november 2023 tot november 2024 in dienst bij Basis-E-Markt op basis van twee arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De werknemer vorderde betaling van een aanzegvergoeding omdat de werkgever niet schriftelijk had opgezegd, een transitievergoeding, loon tot de einddatum, vakantiegeld en uitbetaling van openstaande vakantiedagen.
De werkgever stelde dat zij niets meer verschuldigd was, onder meer omdat de werknemer zelf niet wilde voortzetten. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet had voldaan aan de schriftelijke aanzegplicht, ook niet via een jobcoach, en dat de transitievergoeding verschuldigd was omdat niet was gebleken dat de werknemer zelf wilde stoppen.
Verder moest de werkgever het loon over oktober en november 2024 betalen, ongeacht ziekte, en mocht zij niet verrekenen met werkgeverspremies voor de zorgverzekering. De vakantiedagen werden toegewezen op basis van de berekening van de werknemer, omdat de werkgever geen sluitende administratie kon overleggen.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de aanzegvergoeding, transitievergoeding, achterstallig loon, vakantiegeld, openstaande vakantiedagen, wettelijke verhoging wegens vertraging en proceskosten. Tevens moest zij een correcte eindafrekening opmaken en werd de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.