Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 november 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen eiseres en gedaagde over een huurwoning in Rotterdam. Gedaagde heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd, inclusief niet-betaalde service- en stookkosten. Eiseres vordert betaling van deze achterstanden, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
Tijdens de zitting heeft eiseres de vordering tot incassokosten ingetrokken vanwege oneerlijke bepalingen in haar huurvoorwaarden. De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van € 11.922,87, bestaande uit huur tot en met februari 2025 en service- en stookkosten. De huurovereenkomst wordt ontbonden op grond van artikel 6:265 BW Pro wegens niet tijdige betaling en het ontbreken van een betalingsregeling.
Gedaagde wordt veroordeeld de woning binnen veertien dagen te ontruimen en een gebruiksvergoeding van € 836,86 per maand te betalen tot de ontruiming. De rente wordt afgewezen vanwege een oneerlijke boetebepaling in de algemene voorwaarden. De proceskosten van € 1.607,72 worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard ondanks het verweer van gedaagde over zijn leeftijd en belang bij de woning.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, gedaagde moet betalen en de woning binnen veertien dagen ontruimen.