ECLI:NL:RBROT:2025:3590
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot kwijtschelding ontnemingsvordering wegens onvoldoende draagkracht
De veroordeelde heeft bij arrest van het gerechtshof s-Gravenhage een ontnemingsmaatregel opgelegd gekregen ter hoogte van ruim 3 miljoen euro, waarvan nog een bedrag van circa 2,5 miljoen openstaat. Hij verzocht de rechtbank om kwijtschelding of vermindering van deze betalingsverplichting, stellende dat hij onvoldoende draagkracht heeft vanwege een beperkte AOW-uitkering en toeslagen, en dat hij geen vermogen bezit.
De rechtbank heeft het verzoek op 17 december 2024 behandeld waarbij de veroordeelde en het Openbaar Ministerie zijn gehoord. Het Openbaar Ministerie betoogde dat er sprake is van betalingsonwil en dat de veroordeelde onvoldoende inzicht heeft gegeven in het verdwenen wederrechtelijk verkregen vermogen. Tevens wees het OM op eerdere veroordelingen en aanwijzingen voor het bezit van crimineel vermogen.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat is de betalingsverplichting te voldoen. Het enkele feit dat hij leeft van een AOW-uitkering en toeslagen is onvoldoende. Gezien het grote bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel en de eerdere veroordelingen acht de rechtbank het aannemelijk dat de veroordeelde nog steeds over niet traceerbaar vermogen beschikt.
Daarom wordt het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de ontnemingsvordering afgewezen. De beslissing is op 14 januari 2025 in het openbaar uitgesproken door de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betalingsonmacht.