ECLI:NL:RBROT:2025:3518
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake gezinsbijslag en bezwaarintrekking
Verzoekster ontvangt een aanvulling op de Belgische gezinsbijslag van haar partner via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Zij maakte bezwaar tegen de berekening van deze aanvulling over 2023, maar de SVB stelde dat het bezwaar telefonisch was ingetrokken, hetgeen verzoekster betwist.
De voorzieningenrechter onderzocht of sprake was van een lopende bezwaarprocedure en concludeerde dat de intrekking niet voldoende zorgvuldig was vastgesteld, mede vanwege taalbarrières en het ontbreken van instemming van verzoekster. Hierdoor werd aangenomen dat het bezwaar nog steeds aanhangig is.
Vervolgens werd beoordeeld of er sprake was van spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoekster kon niet aannemelijk maken dat zij in financiële nood verkeerde, ondanks haar argument dat de gezinsbijslag essentieel is voor de kosten van levensonderhoud van haar kinderen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het besluit niet evident onrechtmatig was, mede gelet op de samenloopregeling van gezinsbijslag binnen de EU. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en niet evident onrechtmatig besluit.