ECLI:NL:RBROT:2025:3443
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om urgentieverklaring wegens niet voldoen aan voorwaarden en geen bijzondere omstandigheden
Verzoeker heeft een urgentieverklaring aangevraagd op basis van de grond 'Doorstroom vanuit Opvang en Woonzorgvoorzieningen', welke door SUWR is afgewezen omdat verzoeker sinds 31 maart 2020 niet meer in tijdelijke opvang verblijft. Verzoeker woont sinds die datum in een anti-kraakwoning en doorloopt geen hulpverleningstraject.
De voorzieningenrechter heeft het spoedeisend belang aangenomen, maar het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden voor urgentie en SUWR geen aanleiding ziet om de hardheidsclausule toe te passen. Verzoeker heeft erkend niet aan de voorwaarden te voldoen en SUWR heeft gemotiveerd dat de situatie van verzoeker niet schrijnender is dan die van andere woningzoekenden.
Verzoeker stelde dat SUWR in bezwaar moest onderzoeken of hij urgentie kon krijgen vanwege de voorgenomen sloop van zijn voormalige woning, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat SUWR daartoe niet verplicht is omdat hierover geen aanvraag is gedaan en de huidige woonruimte niet per 1 april 2025 gesloopt wordt.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het oordeel voorlopig is en dat de aangevoerde omstandigheden in de bezwaarprocedure kunnen worden meegenomen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot toekenning van een urgentieverklaring wordt afgewezen.