Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 juni 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de repliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurde sinds november 2020 een woning en zegde de huurovereenkomst op per februari 2024. De verhuurder vorderde betaling van schadevergoeding wegens niet correcte oplevering, huurachterstand over drie maanden en onbetaalde servicekosten. De huurder betwistte de vordering en stelde dat de huurprijs te hoog was en dat er gebreken waren.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder de woning niet overeenkomstig de huurovereenkomst heeft opgeleverd en dat de verhuurder aantoonbaar schade heeft geleden van € 1.041,81. Daarnaast stond vast dat de huurder de huur over oktober 2023, december 2023 en januari 2024 niet had betaald en dat zij de huurprijs achteraf niet kon wijzigen. De servicekosten waren voldoende gespecificeerd en de huurder moest ook deze kosten voldoen.
Verder werden incassokosten en wettelijke rente toegewezen. De proceskosten werden begroot op € 1.198,39 en kwamen voor rekening van de huurder. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kon worden uitgevoerd.
Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, huurachterstand, servicekosten, incassokosten, rente en proceskosten.