ECLI:NL:RBROT:2025:3397

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 maart 2025
Publicatiedatum
13 maart 2025
Zaaknummer
11282374 CV EXPL 24-3892
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 lid 2 BWArt. 6:81 lid 1 BWArt. 6:81 lid 2 BWArt. 237 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens niet in verzuim zijn van onderaannemer elektrische installatie

[Eisende partij] heeft aan [gedaagde partij] de opdracht gegeven om elektrische installatiewerkzaamheden uit te voeren in woningen te Oosterhout voor een aanneemsom van €7.780 exclusief btw. [Eisende partij] vordert een schadevergoeding van €22.168, vermeend wegens ondeugdelijke uitvoering en stelt dat [gedaagde partij] in verzuim is geraakt.

[gedaagde partij] betwist de ondeugdelijkheid van het werk, het verzuim en het causaal verband tussen de vermeende tekortkomingen en de schade. De rechtbank overweegt dat bij tekortkomingen eerst een duidelijke klacht en een redelijke hersteltermijn aan de aannemer moeten worden gegeven. Dit is niet gebeurd, omdat [eisende partij] geen schriftelijke aanmaning heeft gestuurd of andere bewijsstukken heeft overgelegd.

Hoewel [gedaagde partij] na 13 oktober 2023 niet meer aan het project werkte, betekent dit niet dat hij niet bereid was de fouten te herstellen. De rechtbank concludeert dat [gedaagde partij] niet in verzuim is geraakt en daarom geen recht op schadevergoeding bestaat.

De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de hoofdsom niet wordt toegewezen. De proceskosten worden aan [eisende partij] opgelegd en begroot op €1.221,00. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van verzuim van de aannemer.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 11282374 CV EXPL 24-3892
datum uitspraak: 13 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser 1]
,en haar vennoten
[eiser 2]en
[eiser 3],
allen gevestigd / wonend te [plaatsnaam 1],
eisers,
gemachtigde: mr. M. Leung,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam [handelsnaam],
wonende te [plaatsnaam 2],
gedaagde,
gemachtigde: mr. U. Yildirim.
De partijen worden hierna ‘[eisende partij]’ en ‘[gedaagde partij]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 29 juli 2024, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlage;
  • de akte van [eisende partij], met bijlage;
  • het proces-verbaal van de zitting op 10 februari 2025.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[eisende partij] heeft aan [gedaagde partij] in onderaanneming [1] opgedragen om de elektrische installatie te verzorgen in een aantal woningen in Oosterhout voor een aanneemsom van € 7.780,00 excl. btw. [eisende partij] vordert € 22.168,00 schadevergoeding, met rente en kosten, van [gedaagde partij]. Zij stelt dat [gedaagde partij] de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd en dat [gedaagde partij] in verzuim is, zodat hij deze kosten van herstel aan [eisende partij] moet betalen. [gedaagde partij] betwist dat haar werk ondeugdelijk was en dat hij in verzuim is gekomen. Ook betwist hij dat er causaal verband is tussen de gestelde tekortkomingen en de (hoogte van de) schade.
2.2.
De eis van [eisende partij] wordt afgewezen. Hieronder wordt uitgelegd hoe dit oordeel tot stand is gekomen.
[eisende partij] heeft geen recht op schadevergoeding want [gedaagde partij] is niet in verzuim gekomen
2.3.
Als het werk van [gedaagde partij] tekortkomingen vertoont, is het uitgangspunt, dat [eisende partij] duidelijk moet maken om welk klachten het gaat en [gedaagde partij] moet een redelijke termijn krijgen om die fouten te herstellen. Anders heeft [eisende partij] geen recht op schadevergoeding [2] . Dat is in deze zaak vooral van belang, omdat er meer aannemers bezig zijn geweest met de aanleg van elektra. [gedaagde partij] betwist dat hij in de gelegenheid is gesteld om eventuele fouten te herstellen en hij betwist dat hij fouten heeft gemaakt.
2.4.
De fouten konden nog hersteld worden, dus [gedaagde partij] had een schriftelijke aanmaning moeten krijgen waarin hem een redelijke termijn was gegund om zijn fouten te herstellen [3] . Vast staat dat [eisende partij] [gedaagde partij] geen brief heeft gestuurd en heeft zij geen appjes overgelegd met zo’n inhoud.
2.5.
Mogelijk bedoelt [eisende partij] te stellen dat uit de houding van [gedaagde partij] blijkt dat aanmaning nutteloos zou zijn, want in dat geval is een schriftelijke aanmaning niet vereist [4] . Vast staat dat [gedaagde partij] na 13 oktober 2023 niet meer heeft gewerkt op dit project. Volgens [eisende partij] bleef [gedaagde partij] zomaar weg en volgens [gedaagde partij] wilde EZ Project verder het werk met eigen mensen afmaken. Ook als [gedaagde partij] ‘zomaar’ wegbleef wil dat nog niet zeggen dat hij niet bereid was om fouten te herstellen. Slotsom is dat [gedaagde partij] niet in verzuim is gekomen en daarom heeft [eisende partij] geen recht op schadevergoeding. De tekortkomingen hoeven dus niet besproken te worden.
Rente en buitengerechtelijke incassokosten
2.6.
Omdat de door [eisende partij] geëiste hoofdsom wordt afgewezen, ontbreekt de grondslag voor toewijzing van de gevorderde wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen.
[eisende partij] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [eisende partij], omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [eisende partij] aan [gedaagde partij] moet betalen op € 1.086,00 aan salaris voor de gemachtigde (2punten x € 543,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.221‬,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
2.8.
Dit vonnis wordt wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat als de zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd, [gedaagde partij] in afwachting van de uitspraak van die hogere rechter af kan dwingen dat [eisende partij] voldoet aan de proceskostenveroordeling in dit vonnis.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering van EZ Project af;
3.2.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde partij] worden begroot op € 1.221‬,00 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis;
3.3.
verklaart dit vonnis wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken.
64039

Voetnoten

1.Bijlage 3 bij dagvaarding
2.Artikel 6:74 lid 2 BW Pro
3.Artikel 6:81 lid 1 BW Pro
4.Artikel 6:81 lid 2 BW Pro