Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit Rotterdam, eiseres
de burgemeester van Rotterdam, de burgemeester
[naam verhuurder], uit Enschede, de verhuurder
Rechtbank Rotterdam
Eiseres heeft een exploitatie- en Alcoholwetvergunning aangevraagd voor terrassen behorend bij twee adressen in Rotterdam. De burgemeester weigerde de vergunning omdat hij oordeelde dat sprake was van een nieuwe exploitatie, wat volgens het Horecagebiedsplan (HGP) de verlening van een vergunning in de ontwikkelrichting 'consolideren' in de weg staat.
De rechtbank oordeelt dat de horeca-inrichting van eiseres niet als een nieuwe exploitatie kan worden aangemerkt, mede omdat de exploitatie minder dan een jaar voor vaststelling van het HGP was gestopt en eiseres vanaf het begin de intentie had om de exploitatie voort te zetten. De burgemeester heeft dit niet adequaat meegenomen in zijn heroverweging, wat leidt tot een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.
Daarnaast is het koppelen van terrassen aan een vergunning voor een ander adres volgens de Algemene Plaatselijke Verordening niet toegestaan, wat door de rechtbank wordt bevestigd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de burgemeester op een nieuw besluit te nemen, waarbij de uitspraak in acht wordt genomen. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht aan de burgemeester een nieuw besluit te nemen.