ECLI:NL:RBROT:2025:3246

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 januari 2025
Publicatiedatum
12 maart 2025
Zaaknummer
C/10/691161 / JE RK 24-2686
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 lid 1 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens onvoldoende vertrouwen in vrijwillige hulpverlening

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzoekt de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2010. De procedure startte met een verzoekschrift van 17 december 2024, waarna op 29 januari 2025 een mondelinge behandeling plaatsvond. De moeder was opgeroepen maar verscheen niet, en de minderjarige maakte geen gebruik van het kindgesprek.

De kinderrechter constateert dat de moeder het ouderlijk gezag heeft en dat de minderjarige bij haar woont. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 13 februari 2025. De GI vraagt nu verlenging met zes maanden en uitvoerbaarheid bij voorraad.

De GI licht toe dat ondanks een prille positieve ontwikkeling via Coach Point, er onvoldoende vertrouwen is dat de hulpverleningstrajecten zelfstandig en succesvol binnen een vrijwillig kader kunnen worden afgerond. Er blijven zorgen over het hoge schoolverzuim en het niet nakomen van afspraken door moeder en minderjarige. Ook is er sprake van een moeizame relatie tussen de minderjarige en haar vader.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging is voldaan en verlengt de ondertoezichtstelling tot 13 augustus 2025. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het belang van voortzetting van de hulpverlening en monitoring van schoolgang en de relatie met de vader wordt benadrukt.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 13 augustus 2025 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/691161 / JE RK 24-2686
Datum uitspraak: 29 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 17 december 2024, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 januari 2025. Daarbij was aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] uitgenodigd voor een kindgesprek om haar mening kenbaar te maken. [voornaam minderjarige] heeft niet van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 20 november 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 13 februari 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Er blijven zorgen bestaan over [voornaam minderjarige] . Er is sprake van een hoog schoolverzuim en zowel [voornaam minderjarige] als de moeder komen afspraken onvoldoende zelfstandig na. Hoewel de recente inzet van Coach Point positief verloopt, bestaat er nog onvoldoende vertrouwen dat de situatie kan worden overgedragen naar een vrijwillig kader. De leerplichtambtenaar heeft eveneens zorgen over een mogelijke beëindiging van de ondertoezichtstelling.
4.2.
Desgevraagd door de kinderrechter geeft de GI aan dat er zicht is op [voornaam minderjarige] , zowel via de school als Coach Point.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en het verhandelde op de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling. [1] De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
5.2.
Er bestaan nog onverminderd zorgen over [voornaam minderjarige] . De zorgen zijn gelegen in het hoge schoolverzuim van [voornaam minderjarige] en het gebrek aan contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader, wat zich uit in boosheid en teleurstelling bij [voornaam minderjarige] . Daarnaast komen zowel [voornaam minderjarige] als de moeder afspraken onvoldoende na en dienen zij regelmatig herinnerd te worden aan de gemaakte afspraken. Hierdoor ontvangt [voornaam minderjarige] niet de benodigde ondersteuning.
5.3.
Hoewel de inzet van Coach Point op dit moment positief verloopt, is deze ontwikkeling nog in een pril stadium. Gezien de bestaande zorgen, is er onvoldoende vertrouwen dat de hulpverleningstrajecten zelfstandig kunnen worden afgerond en tot een positief resultaat zullen leiden binnen het vrijwillig kader. Het is van belang dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om de regie te voeren, de hulpverlening te continueren en het verloop te monitoren. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van zes maanden. [2]
5.4.
Voor de komende periode is het van belang om de hulpverlening verder voort te zetten, mede gericht op het ondersteunen van [voornaam minderjarige] in het omgaan met de huidige situatie rondom de relatie met haar vader. Daarnaast is het belangrijk om de schoolgang van [voornaam minderjarige] te monitoren.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 13 augustus 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van M.Y.R. Veldkamp als griffier, en op schrift gesteld op 5 februari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 1:260, eerste lid, BW.