ECLI:NL:RBROT:2025:3054

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 maart 2025
Publicatiedatum
10 maart 2025
Zaaknummer
11324891 CV EXPL 24-24431
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 RvArt. 238 lid 1 RvArt. 246 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Eis ingetrokken met proceskostenveroordeling na niet-onvoorwaardelijke instemming door gedaagde

Riverty GmbH, een rechtspersoon naar buitenlands recht, startte een civiele procedure tegen een gedaagde woonachtig te Rotterdam. Na het indienen van verweer door de gedaagde, diende Riverty een akte in waarin zij verzocht de zaak door te halen. De gedaagde gaf aan geen bezwaar te hebben tegen intrekking van de eis, maar stemde niet onvoorwaardelijk in met het doorhalen van de zaak, omdat zij een vergoeding van haar gemaakte kosten wenste.

De kantonrechter oordeelde dat doorhaling van de zaak slechts mogelijk is indien beide partijen hierom verzoeken, wat hier niet het geval was. De eis van Riverty werd daarom als ingetrokken beschouwd zonder inhoudelijke beoordeling. Omdat Riverty de procedure was gestart en vervolgens haar eis introk, werd zij als de partij die in het ongelijk stond beschouwd en veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de gedaagde.

De proceskosten werden begroot op een bedrag van €50,- aan onkostenvergoeding. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter M. Fiege op 7 maart 2025 te Rotterdam.

Uitkomst: Eis ingetrokken, zaak niet doorgehaald, Riverty veroordeeld tot betaling van €50 proceskosten aan gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11324891 CV EXPL 24-24431
datum uitspraak: 7 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Riverty GmbH,
vestigingsplaats: Verl, Duitsland,
eiseres,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: [persoon A] .

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 13 september 2024, met bijlagen;
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge reactie van [gedaagde] en haar gemachtigde van 1 oktober 2024;
  • de akte van royement van Riverty;
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge reactie van [gedaagde] en haar gemachtigde van 7 januari 2025;
  • de akte uitlating verweer gedaagde van Riverty.

2.De beoordeling

De zaak wordt niet doorgehaald, maar de eis hoeft niet meer beoordeeld te worden
2.1.
Riverty is deze procedure gestart. [gedaagde] heeft daarna verweer gevoerd. Vervolgens heeft Riverty in haar akte geschreven dat zij wil dat de kantonrechter de zaak doorhaalt. [gedaagde] heeft laten weten dat zij er geen bezwaar tegen heeft dat de eis wordt ingetrokken, maar dat zij wel een vergoeding wil van de kosten die ze heeft gemaakt. Zij stemt dus niet (onvoorwaardelijk) in met het doorhalen van de zaak. De kantonrechter haalt daarom de zaak niet door, aangezien dat alleen kan als beide partijen daarom vragen (artikel 246 Rv Pro).
2.2.
De kantonrechter begrijpt uit de aktes van Riverty wel dat zij haar eis intrekt. Daarover hoeft dus niet meer te worden geoordeeld.
Riverty moet een onkostenvergoeding van € 50,- betalen
2.3.
Riverty is deze procedure gestart en heeft daarna haar eis ingetrokken. Zij geldt daarom als de partij die ongelijk krijgt en moet de proceskosten van [gedaagde] betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Riverty aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Riverty in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
33394