ECLI:NL:RBROT:2025:2732

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 februari 2025
Publicatiedatum
4 maart 2025
Zaaknummer
FT RK 24/1366
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FaillissementswetArt. 288 lid 1 sub a Faillissementswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens voldoende afloscapaciteit en geen problematische schuldenlast

De heer verzoeker heeft op 4 oktober 2024 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting van 3 februari 2025 zijn verzoeker en zijn beschermingsbewindvoerder gehoord. Verzoeker heeft een inkomen uit arbeid variërend tussen € 2.400 en € 2.600 per vier weken. Zijn afloscapaciteit is gestegen van circa € 400 naar ruim € 700 per maand na het vervallen van zijn alimentatieverplichting.

De beschermingsbewindvoerder heeft verklaard dat een schuld aan het LBIO van bijna € 14.000 volledig is voldaan door beslaglegging, terwijl de schuld aan de belastingdienst is toegenomen tot circa € 10.000. Het spaarsaldo bedraagt ongeveer € 500.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 288 lid 1 sub a Faillissementswet Pro het verzoek alleen kan worden toegewezen indien aannemelijk is dat schuldenaar niet kan voortgaan met betalen. Gezien de afloscapaciteit en de schuldenlast kan verzoeker zijn schulden binnen vijftien maanden volledig voldoen. Er is geen sprake van een problematische schuldsituatie of uitzichtloze situatie. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

De rechtbank merkt op dat deze beslissing niet uitsluit dat andere feiten of omstandigheden tot afwijzing kunnen leiden. De uitspraak is gedaan op 19 februari 2025 door rechter M. Aukema.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens voldoende afloscapaciteit en geen problematische schuldenlast.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 19 februari 2025
[verzoeker],
[adres]
[postcode] [plaats] ,
verzoeker.

1.De procedure

De heer [verzoeker] heeft op 4 oktober 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De heer [verzoeker] en zijn beschermings-bewindvoerder, mevrouw S. Cruz, zijn ter zitting van 3 februari 2025 gehoord.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De feiten

De heer [verzoeker] ontvangt inkomsten uit arbeid. Zijn inkomen bedraagt varieert van
€ 2.400,-- tot € 2.600,-- per vier weken. Verzoeker had een afloscapaciteit van circa € 400,-- per maand. Ter zitting heeft verzoeker meegedeeld dat zijn alimentatieverplichting is komen te vervallen, waardoor de afloscapaciteit is gestegen naar ruim € 700,-- per maand. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat de schuld aan het LBIO van
€ 13.973,75, zoals vermeld op de crediteurenlijst bij het verzoekschrift, volledig door beslaglegging is voldaan. De schuld aan de belastingdienst is daarentegen toegenomen. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat er sprake is van een schuldenlast van thans ongeveer € 10.000,--. Het spaarsaldo op de beheerrekening bedraagt ca. € 500,--.

3.De beoordeling

Ingevolge artikel 288, eerste lid, onder a Faillissementswet wordt het verzoek, zoals bedoeld in artikel 284, eerste lid Faillissementswet slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden.
Ter zitting is gebleken dat de schuld aan het LBIO is vervallen. Daarnaast is de schuld van de belastingdienst iets toegenomen. De schuldenlast bedraagt thans ca. € 10.000,--. De heer [verzoeker] heeft inkomsten uit arbeid. Zijn inkomen varieert tussen € 2.400,-- en € 2.600,-- per vier weken. De huidige afloscapaciteit bedraagt op dit moment € 700,-- per maand. Uitgaande van de huidige afloscapaciteit en een schuldenlast van € 10.000,-- kan de heer [verzoeker] binnen een termijn van vijftien maanden zijn volledige schuldenlast voldoen.
De rechtbank oordeelt dat de heer [verzoeker] zich niet bevindt in een problematische schuldsituatie. De heer [verzoeker] bevindt zich niet in een klemmende en uitzichtloze situatie. De heer [verzoeker] heeft perspectief om zijn schuldenlast volledig te voldoen binnen een afzienbare periode.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025. [1]