De huurder, [persoon A], huurt sinds november 2021 een woning van Stichting Woonbron. De verhuurder vordert ontbinding en ontruiming omdat de huurder al bijna twee jaar geen hoofdverblijf in de woning heeft, doordat hij in detentie verblijft. De bewindvoerder erkent de detentie maar stelt dat dit een tijdelijke tekortkoming is en dat de huurder belang heeft bij behoud van de woning.
De kantonrechter oordeelt dat de langdurige afwezigheid een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt. De aanwezigheid van de zoon van de huurder in de woning wordt onvoldoende geacht om te spreken van een gezamenlijk huishouden. Daarnaast weegt mee dat de huurder zijn detentie niet eerlijk heeft gemeld en dat zijn familie valse verklaringen gaf aan de verhuurder.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, de bewindvoerder moet de woning binnen veertien dagen ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen tot de ontruiming. De proceskosten worden aan de bewindvoerder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.