Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:2531

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 januari 2025
Publicatiedatum
27 februari 2025
Zaaknummer
C/10/690587 / JE RK 24-2610 en C/10/689629 / JE RK 24/2499 en C/10/690683 / FA RK 24/9102
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 1:255 BWArt. 1:260 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing bij ouder zonder gezag met gedeeltelijke gezagsbelasting

De rechtbank Rotterdam behandelde op 2 januari 2025 een beschikking inzake verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS), machtiging tot uithuisplaatsing (MUHP) en benoeming van een bijzondere curator voor een minderjarige geboren in 2012. De GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de OTS voor een jaar, machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader zonder gezag voor zes maanden en gedeeltelijke gezagsbelasting voor schoolaanmelding.

De minderjarige verbleef sinds eind september 2024 bij de vader, omdat de moeder niet in staat was voor hem te zorgen. De moeder heeft het gezag, maar gaf geen toestemming voor schoolinschrijving, waardoor de minderjarige niet naar school ging en geen dagbesteding had. De GI stelde dat de vader en diens netwerk passend zijn voor de zorg en opvoeding van de minderjarige. De moeder maakte bezwaar, stellende dat de thuissituatie bij de vader onvoldoende onderzocht is en dat de minderjarige specifieke zorg nodig heeft.

De bijzondere curator en de rechtbank oordeelden dat de belangen van de minderjarige het verlengen van de OTS en de machtiging tot uithuisplaatsing rechtvaardigen. De benoeming van een bijzondere curator werd afgewezen omdat er geen belangenstrijd was die dit vereiste. De rechtbank belastte de GI met het gezag over de schoolaanmelding om de inschrijving te faciliteren. De beslissing is direct uitvoerbaar en kan binnen drie maanden worden aangevochten.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd, de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader verleend en de GI belast met gedeeltelijk gezag voor schoolaanmelding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/690587 / JE RK 24-2610 en C/10/689629 / JE RK 24/2499 en C/10/690683 / FA RK 24/9102
Datum uitspraak: 2 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, machtiging tot uithuisplaatsing, benoeming van een bijzondere curator en een gedeeltelijke gezagsbelasting
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. W.J. Oomkes, kantoorhoudende te Vlaardingen,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. E.A. Hoogendijk, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
mr. D.S. LÖSING,
hierna te noemen: de bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 november 2024;
  • de verzoekschriften met bijlagen, ontvangen op 5 december 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;
  • de bijzondere curator.
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder heeft het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 januari 2024 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 14 januari 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij genoemde beschikking van 5 januari 2024 ook de machtiging verlengd om [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 14 januari 2025.

3.Het verzoek

Het verzoek met zaaknummer C/10/689629 / JE RK 24/2499
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het verzoek met zaaknummer C/10/690587 / JE RK 24-2610
3.2.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder zonder gezag, te weten bij de vader, te verlenen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het verzoek met zaaknummer C/10/690683 / FA RK 24/9102
3.3.
De GI verzoekt primair op grond van artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) de benoeming van de bijzondere curator voor de duur van de ondertoezichtstelling, met voorkeur van mr. Lösing, die reeds betrokken is als bijzondere curator op grond van artikel 1:212 BW Pro. Subsidiair verzoekt de GI dat het gezag gedeeltelijk, namelijk voor zover het betreft de aanmelding bij een onderwijsinstelling, toegekend wordt aan de GI voor de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft de verzoeken en licht deze als volgt toe. [voornaam minderjarige] heeft de afgelopen anderhalf jaar bij de Hondsberg verbleven. De Hondsberg gaf aan dat [voornaam minderjarige] zijn doelen heeft bereikt, dat een langer verblijf bij de Hondsberg schadelijk voor hem kan zijn en een plaatsing bij de vader of de ex-stiefmoeder, [persoon B] , meer passend is. Doordat de moeder niet voor [voornaam minderjarige] kan zorgen, verblijft [voornaam minderjarige] sinds eind september bij de vader. [voornaam minderjarige] staat niet bij de vader ingeschreven en de moeder geeft geen toestemming voor de inschrijving bij een school. [voornaam minderjarige] heeft geen dagbesteding, verveelt zich regelmatig en zoekt herhaaldelijk de grenzen op. Vanuit de Hondsberg is vastgesteld dat [voornaam minderjarige] een gebrek aan zelfvertrouwen heeft en dat er sprake is van trauma gerelateerde problematiek. Het doel is dat [voornaam minderjarige] bij het voortgezet speciaal onderwijs in Barendrecht wordt ingeschreven. Wegens de grote afstand is de vader bereid [voornaam minderjarige] naar school te brengen. De benoeming van een bijzondere curator zal ervoor zorgen dat [voornaam minderjarige] bij een neutraal persoon terecht kan en dat zijn belang wordt behartigd.
4.2.
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De moeder heeft veel zorgen over de ontwikkeling en verblijfplaats van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] vertoont extreem gedrag en heeft specifieke opvoedbehoeften. In de thuissituatie bij de vader ontvangt [voornaam minderjarige] niet de zorg en opvoeding die hij nodig heeft. Tot op heden is er geen onderzoek gedaan naar de thuissituatie van de vader, waardoor er onvoldoende toezicht is op [voornaam minderjarige] . De afgelopen periode is er geen contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder geweest en de GI besteedt hier onvoldoende aandacht aan. Het frustreert de moeder dat er niet naar haar wordt geluisterd en de vader haar in een slecht daglicht zet. De moeder wil het beste voor [voornaam minderjarige] . De GI dient een alternatieve woonplek te vinden, waar [voornaam minderjarige] de benodigde begeleiding en zorg krijgt.
4.3.
Door en namens de vader wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De vader staat niet achter het standpunt van de moeder. [voornaam minderjarige] is regelmatig vanuit de Hondsberg bij de vader of [persoon B] geweest en [voornaam minderjarige] geeft aan dat hij bij de vader wil verblijven. Zowel de GI als de bijzondere curator hebben de vader in de thuissituatie bezocht. [voornaam minderjarige] verblijft regelmatig bij [persoon B] en zijn halfzusjes, en de vader stimuleert dit. De gedragsproblematiek wordt veroorzaakt doordat [voornaam minderjarige] geen dagbesteding heeft en de vader wil graag dat [voornaam minderjarige] naar school gaat. Ook wil de vader dat er hulpverlening wordt ingezet, zodat er goede begeleiding in de thuissituatie plaatsvindt. Voor zowel [voornaam minderjarige] als de familie is het belangrijk dat er snel duidelijkheid komt over de verblijfplaats van [voornaam minderjarige] en dat de inschrijving van de school wordt afgerond. Gelet op de onzekere positie van de vader is de betrokkenheid van de bijzondere curator van belang.

5.De informant

De bijzondere curator brengt ter zitting naar voren dat de leefsituatie van [voornaam minderjarige] complex is en dat er tussen alle partijen spanning heerst. Het uitgangspunt is dat [voornaam minderjarige] in het netwerk wordt geplaatst en dat de woonplek van de vader op dit moment het meest passend is. Daarnaast is het belangrijk dat [voornaam minderjarige] naar school gaat en een dagbesteding krijgt. Het is jammer dat de moeder een ander standpunt inneemt en hiervoor geen toestemming geeft. [voornaam minderjarige] vindt het moeilijk om zijn gevoelens te uiten en er bestaat een vermoeden dat hij zich niet welkom voelt bij de moeder. Naast dat er een schoolinschrijving moet worden geregeld zijn er geen concrete andere kwesties die een bijzondere curator zou kunnen oppakken. Als de vervangende toestemming door de kinderrechter wordt toegewezen is het daarom de vraag of de benoeming tot bijzondere curator op grond van artikel 1:250 BW Pro van meerwaarde zal zijn.

6.De beoordeling

Het verzoek met zaaknummer C/10/689629 / JE RK 24/2499
6.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 BW Pro.
6.2.
Er bestaan ernstige zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Bij hem is sprake van gedragsproblematiek en tot op heden lukt het de moeder niet om voldoende aan te sluiten bij zijn specifieke opvoedbehoeften. De moeder is in het verleden overbelast geraakt. [voornaam minderjarige] is uit huis geplaatst en hij verbleef de afgelopen anderhalf jaar bij de Hondsberg. Doordat [voornaam minderjarige] zijn doelen bij de Hondsberg heeft bereikt en hij daar niet langer wilde verblijven, is hij sinds eind september 2024 bij de vader gaan wonen. De vader heeft [voornaam minderjarige] niet erkend en heeft geen gezag over hem. Doordat [voornaam minderjarige] niet bij de vader staat ingeschreven en de moeder geen toestemming geeft voor een schoolinschrijving, gaat [voornaam minderjarige] niet naar school wat wel wettelijk verplicht is. Hierdoor heeft [voornaam minderjarige] geen dagbesteding. Daarnaast is er geen hulpverlening van de grond gekomen en nog onvoldoende toezicht op de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] . Gelet op de zorgen is het belangrijk dat de GI voor de komende periode betrokken blijft en de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] nauw in de gaten wordt gehouden. Daarnaast is het van belang dat zowel de schoolgang als de hulpverlening op gang komt en [voornaam minderjarige] passende begeleiding krijgt. De kinderrechter acht de ondertoezichtstelling dan ook in het belang van [voornaam minderjarige] en verlengt deze voor de duur van een jaar. [1]
Het verzoek met zaaknummer C/10/690587 / JE RK 24-2610
6.3.
De kinderrechter is van oordeel dat de verzochte machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. [2] Op dit moment kan de moeder (met gezag) om diverse redenen niet voor [voornaam minderjarige] zorgen waardoor een thuisplaatsing bij haar niet mogelijk is. [voornaam minderjarige] geeft aan dat hij niet meer bij de Hondsberg wil verblijven, waar hij zijn doelen heeft bereikt, en graag bij de vader wil wonen. Naast dat vader bereid is om voor [voornaam minderjarige] te zorgen, is er ook goed contact met [persoon B] , de ex-stiefmoeder van [voornaam minderjarige] . Dit laat zien dat er een netwerk is waar [voornaam minderjarige] terecht kan en waarbinnen hij de nodige zorg en aandacht krijgt. Voor de komende periode is het belangrijk dat er duidelijkheid bestaat over de verblijfplaats van [voornaam minderjarige] en dat er rust komt. Een plaatsing bij de vader lijkt op dit moment het meeste zicht te bieden op een stabiele thuissituatie voor [voornaam minderjarige] waar hij zijn leven verder kan opbouwen. De kinderrechter acht de uithuisplaatsing bij de vader dan ook noodzakelijk en in het belang van [voornaam minderjarige] . De machtiging tot uithuisplaatsing zal daarom voor de verzochte duur worden toegewezen, te weten voor de duur van zes maanden.
Het verzoek met zaaknummer C/10/690683 / FA RK 24/9102
6.4.
Ingevolge artikel 1:250 BW Pro kan de rechtbank, wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige, dan wel diens vermogen, de belangen van de met het gezag belaste ouders of één van hen, dan wel de voogd, in strijd zijn met die van de minderjarige, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve, een bijzondere curator benoemen om de minderjarige ter zake zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen indien de rechtbank dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, daarbij in het bijzonder de aard van deze belangenstrijd in aanmerking genomen. De rechter is van oordeel dat van een dergelijke situatie geen sprake is.
6.5.
Gelet op het feit dat de bijzondere curator met name is verzocht met als doel om de aanmelding voor de school te regelen en er voor die situatie een specifieke wettelijke regeling is, ziet de kinderrechter geen belang om een bijzondere curator te benoemen. Voor verdere concrete doelen lijkt geen rol voor de bijzondere curator weggelegd. De kinderrechter zal het verzoek daarom afwijzen.
6.6.
De kinderrechter kan bij of na verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing bepalen dat het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de GI voor de aanmelding van een minderjarige bij een onderwijsinstelling, voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling.
6.7.
Doordat de moeder met gezag geen toestemming geeft voor de schoolinschrijving, gaat [voornaam minderjarige] momenteel niet naar school. [voornaam minderjarige] is leerplichtig en het is belangrijk dat de schoolgang zo snel mogelijk op gang komt. Tevens is het van belang dat [voornaam minderjarige] een dagbesteding krijgt, zodat hij zich niet verveelt, zich verder kan ontwikkelen en in contact komt met leeftijdsgenoten. Vanuit het voortgezet speciaal onderwijs bij Yulius krijgt [voornaam minderjarige] begeleiding. De kinderrechter zal dan ook in het belang van [voornaam minderjarige] de GI gedeeltelijk belasten met het gezag over [voornaam minderjarige] met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling voor de duur van de uithuisplaatsing.
6.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
T.a.v. verzoek C/10/689629
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 14 januari 2026;
T.a.v. verzoek C/10/690587
7.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder zonder gezag, te weten de vader met ingang van 2 januari 2025 tot 2 juli 2025;
T.a.v. verzoek C/10/690683
7.3.
belast de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met het gezag over [voornaam minderjarige] met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling voor de duur van de uithuisplaatsing, te weten tot 2 juli 2025;
7.4.
wijst het overige of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2025 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van R.J.S. Mulder als griffier, en op schrift gesteld op 23 januari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Voetnoten

1.Artikel 1:260, eerste lid, BW.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.