ECLI:NL:RBROT:2025:2115
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Reikwijdte aanvraag compensatie kinderopvangtoeslag en beoordeling herstelmaatregelen
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de Dienst Toeslagen over compensatie voor kinderopvangtoeslagjaren 2010, 2013 en 2014. Eiseres ontving aanvankelijk een compensatiebedrag dat later werd verhoogd, maar de Dienst Toeslagen weigerde compensatie voor andere jaren (2005-2009, 2011-2012). De rechtbank stelt dat een aanvraag om compensatie in principe alle jaren omvat waarin toeslag is aangevraagd of een beschikking is gegeven, tenzij de aanvrager dit expliciet beperkt.
Omdat uit het dossier niet blijkt dat eiseres haar aanvraag heeft beperkt, had de Dienst Toeslagen alle jaren moeten beoordelen in het bestreden besluit. De weigering om de andere jaren apart te behandelen is in strijd met de wet en de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en verwijst het deel van het beroep dat betrekking heeft op het latere besluit van 8 mei 2024 terug naar de Dienst Toeslagen voor bezwaarbehandeling.
Verder oordeelt de rechtbank dat de compensatie voor proceskosten niet te laag is vastgesteld, omdat eiseres over de relevante jaren geen kosten voor rechtsbijstand aannemelijk heeft gemaakt. Ook is de eenmalige toekenning van immateriële schadevergoeding terecht, conform de Wet hersteloperatie toeslagen. De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover niet alle jaren zijn beoordeeld; de zaak wordt deels terugverwezen voor bezwaarbehandeling.