Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
30 december 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad leidt dus niet tot strafverhoging.
8.Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;
€ 10.111,68 (zegge: tienduizend honderdelf euro en achtenzestig eurocent), bestaande uit € 111,68 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 111,68 vanaf 23 december 2021 en met de wettelijke rente over € 10.000,00 vanaf 11 april 2013, tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 2] te betalen
€ 10.111,68 (zegge: tienduizend honderdelf euro en achtenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over € 111,68 vanaf 23 december 2021 en met de wettelijke rente over € 10.000,00 vanaf 11 april 2013, tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 10.111,68 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
85 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;