Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde (te weten het vangen van in het wild levende zwanen (feit 1), het rapen van eieren van Kokmeeuw, Stern en Visdief (feit 2), het onder zich hebben van diverse in het wild levende vogels voor de verkoop (feit 3), het gebruik van een vangkooi (feit 4) en het bedrijfsmatig houden van vogels ten behoeve van verkoop zonder deugdelijke administratie (feit 5);
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;
- verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen en niet teruggegeven vogelringen, vangkooi, plunjezakken, touwen en stokken.
Partiële niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie ten aanzien van feit 5
5.Waardering van het bewijs
30 juni 2018tot en met 30 juni 2020 in de
6.Strafbaarheid feiten
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
9.In beslag genomen voorwerpen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
150 (honderdvijftig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
75 dagen;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten onder de nummers: