ECLI:NL:RBROT:2025:1903
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken vertegenwoordigingsbevoegdheid VvE-voorzitter
Eiseres, een VvE, maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning verleend aan een vergunninghouder voor bouwactiviteiten in een appartement onder haar beheer. De voorzitter van het VvE-bestuur diende namens eiseres het bezwaarschrift in, maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid.
De rechtbank stelde eiseres in de gelegenheid om stukken te overleggen waaruit deze bevoegdheid bleek, waaronder de statuten, splitsingsakte en een machtiging van de ledenvergadering. Eiseres kon echter geen geldige machtiging overleggen die voldeed aan artikel 41, vierde lid, van de Splitsingsakte, welke vereist is voor het instellen van rechtsvorderingen namens de VvE.
De rechtbank oordeelde dat het instellen van beroep bij de bestuursrechter onder het begrip rechtsvordering valt en dat de voorzitter zonder de vereiste machtiging niet bevoegd was om namens de VvE op te treden. Een overgelegde machtiging van een externe administrateur werd niet als geldig erkend en dateerde bovendien van na het instellen van het beroep.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug en ontvangt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Smits op 17 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep van de VvE is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid van de voorzitter.