Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b van de Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 31 oktober 2024. De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en een schuldhulpverleningstraject wil doorlopen, tegen het belang van verweerster, die het vonnis wil uitvoeren. Gezien de tijdige betaling van de huur voor januari 2025 en de opstart van budgetbeheer acht de rechtbank aannemelijk dat toekomstige huurbetalingen zullen worden voldaan.
Daarom wordt het moratorium voor zes maanden toegewezen, waarbij de huurovereenkomst wordt verlengd en de ontruiming wordt opgeschort. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen. De voorziening geldt onder de voorwaarde dat de huurbetalingen tijdig blijven plaatsvinden.