De rechtbank Rotterdam heeft op 27 januari 2025 uitspraak gedaan in de gecombineerde zaken tegen de verdachte, die werd beschuldigd van bedreiging en belediging. Op 16 oktober 2024 bedreigde verdachte telefonisch een medewerkster van het Centrum Voor Dienstverlening (CVD) met het gooien van een handgranaat in het pand, wat voldoende wettig en overtuigend bewezen is. Daarnaast beledigde verdachte op 9 oktober 2024 meerdere politieagenten met grove krachttermen en door het opsteken van zijn middelvinger.
De rechtbank hechtte meer waarde aan de consistente verklaringen van de aangeefster en politieambtenaren dan aan de wisselende ontkenningen van verdachte. De bedreiging en belediging werden als ernstig beoordeeld, mede gezien de context van de vele bomaanvallen in Rotterdam en de kwetsbaarheid van de betrokkenen.
De verdachte heeft een lange justitiële voorgeschiedenis en problematiek op het gebied van dakloosheid, mogelijke psychiatrische aandoeningen en middelengebruik. De reclassering adviseerde een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, maar de rechtbank achtte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend, mede vanwege de ernst van de feiten en eerdere veroordelingen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 75 dagen gevangenisstraf, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.