Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 mei 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de akte van Maasdelta, met bijlagen;
- de mail van [gedaagde] van 7 november 2024, met een bijlage.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Maasdelta verhuurt sinds 2016 een woning aan de gedaagde. Na vondst van een handelshoeveelheid verdovende middelen in de woning heeft de burgemeester de woning voor drie maanden gesloten. Maasdelta heeft daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en vordert bevestiging daarvan en ontruiming van de woning.
De rechtbank oordeelt dat de buitengerechtelijke ontbinding rechtsgeldig is, mede op grond van artikel 13b lid 1 Opiumwet en artikel 7:231 lid 2 BW Pro. Het NFI-rapport bevestigt de aanwezigheid van 185 ampullen drugs, wat volgens het OM-richtlijn gelijkstaat aan een handelshoeveelheid. De gedaagde heeft dit betwist maar zonder voldoende bewijs.
De belangen van Maasdelta bij ontbinding en ontruiming wegen zwaarder dan het belang van de gedaagde bij behoud van de woning, mede vanwege het zerotolerancebeleid tegen drugscriminaliteit en de zorg voor leefbaarheid. De gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig ontbonden en de gedaagde moet de woning binnen 14 dagen ontruimen.