Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:1696

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 januari 2025
Publicatiedatum
11 februari 2025
Zaaknummer
11107040 CV EXPL 24-12759
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b lid 1 OpiumwetArt. 7:231 lid 2 BWArt. 6:248 lid 2 BWArt. 3:13 BWArt. 7:213 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens drugshandel in woning

Maasdelta verhuurt sinds 2016 een woning aan de gedaagde. Na vondst van een handelshoeveelheid verdovende middelen in de woning heeft de burgemeester de woning voor drie maanden gesloten. Maasdelta heeft daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en vordert bevestiging daarvan en ontruiming van de woning.

De rechtbank oordeelt dat de buitengerechtelijke ontbinding rechtsgeldig is, mede op grond van artikel 13b lid 1 Opiumwet en artikel 7:231 lid 2 BW Pro. Het NFI-rapport bevestigt de aanwezigheid van 185 ampullen drugs, wat volgens het OM-richtlijn gelijkstaat aan een handelshoeveelheid. De gedaagde heeft dit betwist maar zonder voldoende bewijs.

De belangen van Maasdelta bij ontbinding en ontruiming wegen zwaarder dan het belang van de gedaagde bij behoud van de woning, mede vanwege het zerotolerancebeleid tegen drugscriminaliteit en de zorg voor leefbaarheid. De gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig ontbonden en de gedaagde moet de woning binnen 14 dagen ontruimen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11107040 CV EXPL 24-12759
datum uitspraak: 17 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Maasdelta Groep,
vestigingsplaats: Spijkenisse,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.P.M. Borsboom,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Spijkenisse,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M.J.R. Roethof.
De partijen worden hierna ‘Maasdelta’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 7 mei 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de akte van Maasdelta, met bijlagen;
  • de mail van [gedaagde] van 7 november 2024, met een bijlage.
1.2.
Op 7 november 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig namens Maasdelta [persoon A] en mr. M.E. Verheijen namens de gemachtigde en de gemachtigde van [gedaagde] .

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Maasdelta verhuurt sinds 1 april 2016 een woning aan [gedaagde] . In de woning is een handelshoeveelheid verdovende middelen aangetroffen. Om die reden heeft de burgemeester van de gemeente Nissewaard de woning gesloten voor de duur van drie maanden. Maasdelta heeft de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Maasdelta wil bevestiging dat de kantonrechter bevestigt dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden en ook dat [gedaagde] veroordeeld wordt tot ontruiming van de woning en tot betaling van de kosten. [gedaagde] is het daarmee niet eens. De eisen worden toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Buitengerechtelijke ontbinding
2.2.
De geëiste verklaring voor recht dat de huurovereenkomst tussen partijen ontbonden is, wordt toegewezen. De brief van Maasdelta aan [gedaagde] van 15 april 2024 heeft dit rechtsgevolg doen intreden. Door de sluiting van de woning door de burgemeester op de voet van artikel 13b lid 1 van de Opiumwet mocht Maasdelta de huurovereenkomst met [gedaagde] buitengerechtelijk ontbinden (artikel 7:231 lid 2 BW Pro). Dat er nog geen onherroepelijk besluit tot sluiting is, staat niet in de weg aan een buitengerechtelijke ontbinding.
2.3.
Volgens de kantonrechter is de buitengerechtelijke ontbinding in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar (artikel 6:248 lid 2 BW Pro) en is ook geen sprake van misbruik van bevoegdheid (artikel 3:13 BW Pro).Uit de bestuurlijke rapportage van 22 februari 2024 blijkt dat de politie in de woning van [gedaagde] , grote hoeveelheden (hard)drugs heeft aangetroffen, waaronder 4-CMC en 3-MMC. [gedaagde] is daarmee ernstig tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen op grond van de huurovereenkomst. Het aanwezig hebben van deze stoffen is namelijk in strijd met het goed huurderschap (artikel 7:213 BW Pro), de op de huurovereenkomst toepasselijke Algemene Huurvoorwaarden en ook is de woning ongeoorloofd gebruikt voor activiteiten waarvoor de woning niet bestemd is (artikel 7:214 BW Pro).
2.4.
[gedaagde] voert aan dat Maasdelta ten onrechte de huurovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden. Volgens hem is er onduidelijkheid over welke hoeveelheid aan drugs in de woning is aangetroffen. Hij betwist de uitkomst van het NFI-rapport omdat er niet op zuiverheid is getest en niet blijkt hoeveel milliliter werkzame stof de flesjes precies bevatten. Hierdoor kan er niet met zekerheid gezegd worden dat het hier om een handelshoeveelheid gaat. Dit verweer wordt verworpen. [gedaagde] heeft niets aangevoerd dat aanleiding geeft om te twijfelen aan het NFI-rapport. Uit dit rapport blijkt dat er in alle geteste ampullen drugs is gevonden. Volgens de richtlijn van het Openbaar Ministerie wordt elke gebruikershoeveelheid of ampul gelijkgesteld met 0,5 gram. Aangezien er 185 ampullen zijn gevonden wordt er terecht gesproken over een handelshoeveelheid. [gedaagde] heeft ook geen rechtvaardiging gegeven voor het in bezit hebben van deze verdovende middelen.
2.5.
Geoordeeld wordt dat de belangen van Maasdelta bij de buitengerechtelijke ontbinding zwaarder wegen dan het belang van [gedaagde] bij behoud van de woning. Maasdelta heeft als sociale verhuurder mede de zorg voor de leefbaarheid en de veiligheid van de wijken waarin de door haar verhuurde woningen zich bevinden. Zij heeft ten opzichte van de buurtbewoners een verplichting om drugsactiviteiten en verloedering van de woonomgeving te voorkomen. Zij hanteert een zerotolerance beleid ten aanzien van drugscriminaliteit in haar woningen. Het kan zo zijn dat omwonenden in dit geval misschien geen overlast hebben gemeld van drugshandel, maar Maasdelta heeft er belang bij heeft om overlast te voorkomen.
Ontruiming
2.6.
De geëiste veroordeling tot ontruiming van de woning wordt toegewezen, omdat [gedaagde] daar zonder recht of titel verblijft. De ontruimingstermijn wordt gesteld op 14 dagen na dit vonnis.
Proceskosten
2.7.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Maasdelta vast op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde
(2 punten x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 776,72. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro), omdat Maasdelta daarbij, gelet op de hiervoor besproken omstandigheden, een zwaarwegend belang heeft.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de huurovereenkomst op 19 april 2024 rechtsgeldig is ontbonden;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres] in Spijkenisse te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege haar bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Maasdelta te stellen;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Maasdelta worden vastgesteld op € 776,72;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
62914