Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 februari 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek, met bijlagen;
- de dupliek, met bijlagen;
- de akte van Univé;
- de e-mail van [gedaagde].
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure heeft eiseres Univé Zorg een vordering tot royement van gedaagde ingesteld. Na het uitbrengen van het antwoord heeft Univé haar eis ingetrokken en royement gevraagd. Gedaagde stemde hiermee in, onder de voorwaarde dat Univé de proceskosten zou dragen.
De kantonrechter overweegt dat doordat Univé haar eis heeft ingetrokken, zij als de in het ongelijk gestelde partij moet worden aangemerkt. Hierdoor komen de proceskosten die gedaagde heeft moeten maken voor rekening van Univé. De proceskosten worden vastgesteld op € 238,-, gebaseerd op één punt tegen het toepasselijke tarief.
De kantonrechter wijst de vordering van Univé af, veroordeelt Univé tot betaling van de proceskosten aan gedaagde en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het vonnis is gewezen door kantonrechter V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025.
Uitkomst: Vordering tot royement afgewezen en Univé veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagde.