Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:1656

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 februari 2025
Publicatiedatum
11 februari 2025
Zaaknummer
C/10/692428 / KG ZA 25-21
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 611a RvArt. 611b Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schorsing uitvoerbaarverklaring ontbinding huurovereenkomst wegens overlast

Eiser huurde een woning van gedaagde, maar de kantonrechter heeft de huurovereenkomst ontbonden wegens overlast en onvoldoende medewerking aan onderhoud. Het vonnis tot ontbinding is direct uitvoerbaar verklaard. Eiser verzocht om schorsing van dit vonnis in afwachting van hoger beroep.

De rechtbank overweegt dat schorsing van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis slechts onder bijzondere omstandigheden mogelijk is, zoals een kennelijke misslag of nieuwe feiten die na het vonnis zijn ontstaan. Eiser voerde aan dat zijn zoon, die volgens hem fulltime bij hem woont en gebaat is bij een rustige woonomgeving, onvoldoende is meegewogen. Dit zou het belang van eiser bij behoud van de woning zwaarder maken.

De rechtbank stelt vast dat deze feiten niet nieuw zijn maar reeds bekend waren bij de kantonrechter en dat het vonnis gemotiveerd is. Er is geen sprake van een kennelijke misslag van de kantonrechter. De belangenafweging blijft daarom ongewijzigd. Het verzoek tot schorsing wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het vonnis tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen en de proceskosten worden aan eiser opgelegd.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/692428 / KG ZA 25-21
Vonnis in kort geding van 10 februari 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te Hekelingen,
eiser,
advocaat mr. S.G.H. Langeweg,
tegen
de stichting
[gedaagde],
gevestigd te Spijkenisse,
gedaagde,
advocaat mr. M.J.P. Peters.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1.Waar gaat de zaak over?

Eiser huurde een woning van gedaagde. De kantonrechter heeft de huurovereenkomst onlangs ontbonden wegens overlast en omdat eiser niet goed meewerkte aan woningonderhoud. Ook is de ontruiming gelast. Het vonnis is direct uitvoerbaar. Eiser wil dat het vonnis van de kantonrechter wordt geschorst, in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep dat hij daartegen heeft aangetekend.

2.De procedure

2.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding, met 17 producties,
  • de conclusie van antwoord met vier producties en, aanvullend, een gespreksverslag.
De mondelinge behandeling was op 3 februari 2025.

3.Het geschil en de beoordeling

3.1.
[eiser] vordert, kort gezegd, schorsing van het vonnis van de kantonrechter van 20 december 2024 (kenmerk 11174092 CV EXPL 24-16297).
3.2.
Het gevorderde zal worden afgewezen, op grond van het volgende.
3.3.
Het vonnis van de kantonrechter is, met een motivering, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Deze motivering luidt:

[gedaagde] heeft namelijk belang bij een spoedige beëindiging van de overlast die [eiser] veroorzaakt. De belangen van [eiser] bij behoud van de woning wegen in dit geval minder zwaar dan het belang van [gedaagde] om de overlast te beëindigen.
3.4.
Een vonnis met een gemotiveerde beslissing over de uitvoerbaarverklaring bij voorraad kan slechts onder bijzondere omstandigheden worden geschorst. De Hoge Raad heeft daarover beslist (in zijn uitspraak met kenmerk ECLI:NL:HR:2019:2026, onder 5.8 sub c):

Indien de beslissing over de uitvoerbaarheid bij voorraad in de ten uitvoer te leggen uitspraak is gemotiveerd, moet de eiser of verzoeker, afgezien van het geval dat deze beslissing berust op een kennelijke misslag, aan zijn vordering of verzoek feiten en omstandigheden ten grondslag leggen die bij het nemen van deze beslissing niet in aanmerking konden worden genomen doordat zij zich eerst na de betrokken uitspraak hebben voorgedaan en die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken.
3.5.
Het standpunt van [eiser] waarom het vonnis van de kantonrechter zou moeten worden geschorst laat zich als volgt samenvatten: in het vonnis van de kantonrechter staat dat een zoon van [eiser] (leeftijd 14 jaar)
af en toebij hem verblijft. Dit is echter niet juist. Deze zoon woont
full timebij [eiser] . Het belang van deze zoon is zwaarwegend. De zoon heeft ADHD en hij is gebaat bij een rustige woonomgeving. Bij zijn moeder heeft hij die rustige omgeving niet en bij zijn vader wel. Bij zijn moeder heeft hij geen eigen kamer en het is er te druk, met drie andere kinderen, zijn moeder en de partner van zijn moeder.
3.6.
Er wordt niet voldaan aan de voorwaarden om het vonnis van de kantonrechter te mogen schorsen:
  • van
  • evenmin is sprake van een
proceskosten
3.7.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 543,00 (tarief eenvoudig kort geding)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.435,00
De proceskostenveroordeling zal, zoals [gedaagde] verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
wijst de vorderingen af,
4.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.435,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] € 90,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
|
4.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. P. de Bruin op 10 februari 2025.
[2517/676]