ECLI:NL:RBROT:2025:15708

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/10/711432 / JE RK 25-2543
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en instabiliteit opvoedsituaties

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om een minderjarige onder toezicht te stellen en een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen. De minderjarige verblijft bij de meemoeder, terwijl de vader het ouderlijk gezag heeft. De Raad stelde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door conflicten en geweld tussen de vader en de meemoeder, wat leidt tot onrust en chaos.

Tijdens de zitting werd geen verweer gevoerd tegen de ondertoezichtstelling, maar de vader verzette zich tegen de machtiging tot uithuisplaatsing buiten het netwerk. Hij betwistte het vermeende huiselijk geweldsincident en overhandigde bewijs dat hij op die dag niet aanwezig was. De meemoeder steunde dit standpunt en benadrukte dat de minderjarige vertrouwd is met haar thuissituatie.

De kinderrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan vanwege de langdurige geweldsincidenten en het gebrek aan openheid van de ouders. De ondertoezichtstelling werd voor de duur van een jaar uitgesproken. De machtiging tot uithuisplaatsing werd echter aangehouden voor vier maanden om nader onderzoek mogelijk te maken, waarbij de Raad een rapportage moet opstellen.

De beschikking is direct uitvoerbaar en de zaak wordt op 10 april 2026 voortgezet. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: Minderjarige wordt onder toezicht gesteld voor een jaar; beslissing over uithuisplaatsing wordt aangehouden voor nader onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team jeugd
Zaaknummer: C/10/711432 / JE RK 25-2543
Datum uitspraak: 19 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
Rotterdam,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende op een voor de rechtbank onbekend adres,
advocaat mr. L.A. Middelkoop uit Rotterdam,
[naam meemoeder] ,
hierna te noemen: de meemoeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. W.R. Arema uit Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 december 2025;
  • het gewijzigde verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 december 2025;
  • de ter zitting overgelegde stukken van de vader;
  • de ter zitting overgelegde stukken van de meemoeder.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de meemoeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna: de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting op een ander tijdstip een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de meemoeder.

3.De verzoeken

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in het netwerk, te weten bij de meemoeder, te verlenen voor de duur van drie maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Bij gewijzigd verzoekschrift van 15 december 2025 verzoekt de Raad [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raad handhaaft ter zitting het gewijzigde verzoekschrift en licht dit als volgt toe. Het lukt de ouders niet om een verandering teweeg te brengen en het is nodig dat er een grens wordt getrokken. Er zijn veel conflicten en [voornaam minderjarige] ervaart onrust en chaos. De Raad ziet dat de ouders goede intenties hebben. Het is belangrijk dat er zicht komt en openheid wordt gegeven.
4.2.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad.
4.3.
Door en namens de vader wordt ter zitting geen verweer gevoerd tegen de ondertoezichtstelling. De vader voert verweer tegen de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg. De vader wil dat [voornaam minderjarige] bij de meemoeder blijft wonen. Een machtiging tot uithuisplaatsing is een te vergaand middel en het verzoek is onvoldoende onderbouwd. De vader erkent dat er veel is gebeurd, maar over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] zijn er eerder geen zorgmeldingen gedaan. Naar aanleiding van een huiselijk geweldsincident dat volgens de halfbroer van [voornaam minderjarige] heeft plaatsgevonden, zijn er zorgen ontstaan. De vader en de meemoeder stellen dat dit incident niet heeft plaatsgevonden. De vader overlegt hierbij ter zitting een Google Maps-tijdlijn van de telefoon van de vader, waaruit blijkt dat hij die dag niet in de woning van de meemoeder is geweest. Daarnaast is er een verklaring van de psychiater waar de vader in behandeling is geweest. De psychiater geeft aan dat de behandeling voor depressieve klachten, suïcidale gedachten en PTSS effectief is geweest en de vader momenteel aan het stabiliseren is. De vader ziet [voornaam minderjarige] zes dagen in de week en hoopt begin volgend jaar een eigen huis te kunnen huren. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] binnen het netwerk kan blijven, bij de meemoeder.
4.4.
Door en namens de meemoeder wordt ter zitting geen verweer gevoerd tegen de ondertoezichtstelling. Wel wordt verzocht om afwijzing van de machtiging tot uithuisplaatsing, in zoverre er wordt verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing anders dan bij de meemoeder. Het verhaal van de halfbroer van [voornaam minderjarige] over het incident op 8 november 2025 klopt niet. De halfbroer zit klem tussen de ouders en de pleegouders. Sinds de GI betrokken is bij de halfbroer zijn er ook nooit zorgen geweest over [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] zal veel schade lijden als hij buiten het netwerk wordt geplaatst. Er is geen sprake van een kans op dakloosheid van [voornaam minderjarige] . Er ligt een verzoek bij de gemeente om [voornaam minderjarige] in te schrijven op het woonadres van de meemoeder. Woonbron is akkoord, maar de gemeente heeft dit nog niet verwerkt. De meemoeder is de hoofdopvoeder van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] komt al twee jaar bij de meemoeder thuis en is hier vertrouwd. Juridisch gezien kan de meemoeder geen gezag krijgen over [voornaam minderjarige] . Dit is wel een wens van de meemoeder en de vader. De vader en de meemoeder staan open voor de hulpverlening en volgen daarnaast sinds oktober 2024 systeemtherapie.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt ernstig bedreigd. De ontwikkelingsbedreiging is met name gelegen in de instabiliteit en onveiligheid binnen de verschillende opvoedsituaties bij de vader en de meemoeder. De strijd en weerstand van de vader en de meemoeder staan op de voorgrond. Er is al langere tijd sprake van geweldsincidenten tussen de vader en de meemoeder, waarbij ook sprake is van letsel, in de nabijheid van [voornaam minderjarige] . Meermaals zijn er contact- en huisverboden overtreden en lijkt de persoonlijke en relationele problematiek van de vader en de meemoeder de overhand te nemen. Hierbij wordt het belang van [voornaam minderjarige] uit het oog verloren. Daarnaast hebben de vader en de meemoeder wantrouwen naar instanties en als gevolg hiervan geven zij onvoldoende openheid. Positief is dat [voornaam minderjarige] rust lijkt te hebben in de thuissituatie bij de meemoeder en naar school gaat. De kinderrechter acht het gedwongen kader, in de vorm van een ondertoezichtstelling, noodzakelijk om zicht te krijgen op de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] en de problematiek van de vader en de meemoeder, hen passende hulp en ondersteuning te bieden en de ontwikkeling en veiligheid van [voornaam minderjarige] te waarborgen. Ter zitting geven de vader en de meemoeder aan open te staan voor de hulpverlening. De kinderrechter geeft de vader en de meemoeder mee om hier ook daadwerkelijk aan mee te werken en openheid van zaken te geven, zodat er in het belang van [voornaam minderjarige] snel zicht kan worden verkregen.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter is
vooralsnog nietvan oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
5.5.
[voornaam minderjarige] woont momenteel bij de meemoeder en over het algemeen lijkt het goed te gaan met [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] lijkt rust te hebben in de thuissituatie bij de meemoeder en gaat naar school. Tegelijkertijd ziet de kinderrechter dat er al een lange tijd grote zorgen zijn over de relatie tussen de meemoeder en de vader, waarbij er onder andere sprake is van geweldsincidenten. Hoewel [voornaam minderjarige] het op dit moment niet direct uit, heeft dit een impact op zijn ontwikkeling. Daarnaast is er op dit moment onvoldoende zicht op de thuissituatie bij de meemoeder en haar opvoedvaardigheden. De vader heeft aangegeven momenteel niet in staat te zijn om voor [voornaam minderjarige] te zorgen. De vader is zijn eigen huis kwijt en verblijft tijdelijk bij zijn eigen moeder. De meemoeder is negatief gescreend. Daarnaast heeft er onlangs opnieuw een vermeend huiselijk geweldsincident plaatsgevonden tussen de vader en de meemoeder. Ter zitting hebben de vader en de meemoeder nieuwe informatie naar voren gebracht, dat door de Raad tijdens het raadsonderzoek niet is meegenomen. Dit brengt een ander licht op de zaken. Zo zou de vader op de dag van het vermeende huiselijk geweld niet in de woning van de meemoeder zijn geweest. De kinderrechter is mede gelet hierop van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] op dit moment een te vergaand middel is. [voornaam minderjarige] is vertrouwd in de thuissituatie bij de meemoeder en de meemoeder is, onlangs dat zij juridische betrekking heeft tot [voornaam minderjarige] , al twee jaar de hoofdopvoeder van [voornaam minderjarige] . Tegelijkertijd acht de kinderrechter een afwijzing van het verzoek, gelet op de langdurige zorgen, niet wenselijk en acht de kinderrechter het noodzakelijk dat er zicht komt.
5.6.
Om zicht te kunnen krijgen en een vinger aan de pols te houden, houdt de kinderrechter het verzoek betreffende de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] aan voor de duur van vier maanden. De beslissing op het verzoek betreffende de machtiging tot uithuisplaatsing wordt aangehouden tot de hierna te noemen zittingsdatum.
5.7.
De kinderrechter verzoekt de Raad om
uiterlijk een weekvoor de hierna te noemen zittingsdatum een rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de GI, de belanghebbenden, mr. L.A. Middelkoop en mr. W.R. Arema) omtrent de dan huidige stand van zaken en daarbij te vermelden of het verzoek betreffende de machtiging tot uithuisplaatsing al dan niet wordt gehandhaafd.
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, met ingang van 19 december 2025 tot 19 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek
ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsingaan en roept de Raad, de GI, de vader en mr. L.A. Middelkoop en de meemoeder en mr. W.R. Arema op te verschijnen tijdens de
zitting van mr. S. Riege van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 10 april 2026 te 9.00 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
6.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
6.5.
verzoekt de Raad
uiterlijk een weekvoor de genoemde zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift daarvan aan de GI, de belanghebbenden, mr. L.A. Middelkoop en mr. W.R. Arema) de verzochte rapportage te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025 door mr. H. Mol, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.N. van Geest als griffier, en op schrift gesteld op 13 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.