Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:15706

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/10/710338 / JE RK 25-2378
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

De gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [voornaam minderjarige]. De moeder verzet zich tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en verzoekt om een kortere termijn en terugplaatsing met intensieve begeleiding.

De kinderrechter weegt de belangen en constateert dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig bedreigd wordt. De minderjarige verblijft in een gezinshuis en vertoont gedragsveranderingen die aanleiding geven tot speltherapie. De omgang met de moeder verloopt moeizaam, mede door bedreigingen van de moeder aan de jeugdbeschermer, wat heeft geleid tot stopzetting van de omgang.

De moeder diende geluidsopnamen in, maar deze worden niet aan het dossier toegevoegd vanwege het ontbreken van toestemming, transcripties en toelichting. De kinderrechter acht verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk voor een jaar en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden, met een pro forma zitting gepland om de voortgang te beoordelen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling voor een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden, en wijst het verzoek tot toevoeging van geluidsopnamen aan het dossier af.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team jeugd
Zaaknummer: C/10/710338 / JE RK 25-2378
Datum uitspraak: 15 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. P.A.J. van Putten, kantoorhoudende in Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 november 2025;
  • diverse e-mails van de moeder met bijlagen van 21 november 2025, 23 november 2025, 24 november 2025, 25 november 2025, 28 november 2025, 29 november 2025, 30 november 2025, 1 december 2025 en 12 december 2025;
  • het plan van aanpak van de GI, ontvangen op 25 november 2025;
- het verweerschrift van de moeder met bijlagen van 9 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een gezinshuis.
2.3.
Bij beschikking van 31 december 2024 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 31 december 2025.
2.4.
Bij beschikking van 17 juli 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening verlengd tot 31 december 2025.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] ontwikkelt zich, binnen zijn mogelijkheden, positief in het gezinshuis. Hij gaat naar het reguliere onderwijs, heeft zwemles en heeft leren fietsen en skeeleren. In het kader van het perspectiefonderzoek zijn de begeleide bezoeken met de moeder weer opgestart. Hierin wordt een wisselend beeld gezien. Het bezoek is leuk, maar zorgt ook voor spanning bij [voornaam minderjarige] . Problematisch hierbij is dat de moeder het perspectiefonderzoek op eigen initiatief heeft stopgezet. In januari 2026 staat een eindgesprek gepland en zal er een advies worden gegeven over het vervolg van het perspectiefonderzoek. De GI vindt het belangrijk dat het perspectiefonderzoek wordt voortgezet om duidelijkheid te kunnen krijgen. Het is jammer dat het de GI niet lukt om met de moeder samen te werken. Ondanks de gesprekken met moeder blijft de samenwerking moeizaam. Daarbij is niet helpend dat de moeder via e-mail en voicemail onverminderd bedreigingen uit naar de jeugdbeschermer.
4.2.
Door en namens de moeder wordt primair verzocht om afwijzing van het verzoek van de GI. In aanvulling op het verweerschrift, wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder verzoekt subsidiair de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor een maximale duur van zes maanden. De moeder wil dat [voornaam minderjarige] naar huis komt en [voornaam minderjarige] wil dit ook graag. Een terugplaatsing dient onderzocht te worden. De moeder staat hierbij open voor intensieve begeleiding. De begeleide bezoeken met de moeder verlopen goed. De moeder houdt zich aan de regels en werkt mee met de hulpverlening. In de bezoekverslagen staan onwaarheden. Dit frustreert de moeder. De moeder wordt onterecht beschuldigd van bedreigingen die zij zou hebben geuit. De moeder heeft veel stress van de situatie. De moeder stelt een opname in een moeder-kindhuis voor.

5.De beoordeling

Toelaten geluidsopnamen?
5.1.
De moeder heeft in aanloop naar de zitting op verschillende data geluidsopnamen naar de rechtbank gestuurd, soms als bijlage bij een e-mail, soms los zonder nadere toelichting. De kinderrechter zal allereerst een beslissing nemen over de vraag of deze bestanden aan het dossier zullen worden toegevoegd.
5.2.
Ter zitting heeft de moeder verklaard dat het vooral geluidsopnamen betreft van (begeleide) omgang van de moeder met [voornaam minderjarige] . De advocaat kent de opnamen niet. De GI heeft verklaard de opnamen niet te hebben gekregen. Ze zijn niet aan de GI toegezonden, noch is de GI op de hoogte van het maken van de opnamen door de moeder.
5.3.
Nog daargelaten de vraag of er toestemming van de betrokkenen was de opnamen te maken, zijn de geluidsopnamen niet voorzien van een transcriptie, noch is toegelicht waar de opnamen op zien en ter onderbouwing van welke stelling zij zijn ingediend. Van de moeder, die met advocaat procedeert, mocht worden verlangd dat zij op zijn minst had aangegeven welke stellingen zij met de overgelegde opnamen nader wilde onderbouwen, en in welk opzicht het materiaal voor die stellingen relevant is. Bij gebreke hiervan is het immers voor de kinderrechter en de GI niet duidelijk waartegen men zich heeft te verweren. De kinderrechter komt daarom tot het oordeel dat de ingediende geluidsopnamen niet zullen worden toegevoegd aan het dossier.
Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
5.4.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.5.
De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. In het leven van [voornaam minderjarige] hebben er in het afgelopen jaar veel veranderingen plaatsgevonden. [voornaam minderjarige] is een aantal keer overgeplaatst en heeft een lange tijd geen contact gehad met zijn moeder. Positief is dat [voornaam minderjarige] zich in het huidige gezinshuis ontwikkelt op alle levensgebieden en is gestart op het regulier onderwijs. Tegelijkertijd is het gedrag van [voornaam minderjarige] in de afgelopen periode veranderd. [voornaam minderjarige] is vaak bozig, kan driftig reageren en plast in bed. De GI heeft [voornaam minderjarige] daarom aangemeld voor speltherapie.
De omgang met de moeder verloopt moeizaam. Door aanhoudende bedreigingen, beledigingen en intimiderend gedrag van de moeder heeft Youth Care Nederland (YCN) de samenwerking beëindigd en is de omgang met [voornaam minderjarige] in juli 2025 per direct stopgezet. In oktober 2025 is het perspectiefonderzoek van de Rading gestart en sindsdien hebben er twee videobelmomenten en één begeleid bezoekmoment tussen de moeder en [voornaam minderjarige] plaatsgevonden. Deze contactmomenten verlopen wisselend. Aan de ene kant wordt gezien dat het contact tussen moeder en [voornaam minderjarige] prettig is, maar tegelijk wordt ook gezien dat moeder niet altijd goed aansluit bij [voornaam minderjarige] en dat [voornaam minderjarige] spanning ervaart.
Zorgelijk is dat de moeder het perspectiefonderzoek kort geleden heeft stopgezet. Het is nog onduidelijk wat voor gevolgen dit heeft voor het verdere verloop van het onderzoek. Het perspectiefonderzoek is er juist om duidelijkheid te geven over waar [voornaam minderjarige] het beste kan gaan opgroeien.
Gelet op al het vorenstaande acht de kinderrechter de betrokkenheid van een jeugdbeschermer nog noodzakelijk om passende hulp en ondersteuning te bieden, het perspectief van [voornaam minderjarige] te bepalen en de veiligheid en ontwikkeling van [voornaam minderjarige] te waarborgen. In de tussentijd is het van belang dat de plaatsing van [voornaam minderjarige] in het gezinshuis wordt gecontinueerd.
5.6.
De ondertoezichtstelling is nog steeds noodzakelijk. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar. De termijn van een jaar is ook nodig om aan de doelen van de ondertoezichtstelling te kunnen werken en het perspectief van [voornaam minderjarige] te kunnen bepalen.
5.7.
Nu er nog veel onduidelijkheden zijn over of en hoe het perspectiefonderzoek verder gaat, wil de rechter vinger aan de pols houden. Om die reden verlengt de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] voor een kortere duur dan is verzocht, te weten voor de duur van zes maanden. De beslissing wordt voor het overige aangehouden tot de hierna te noemen pro forma datum.
5.8.
De kinderrechter verzoekt de GI om
uiterlijk twee wekenvoor de hierna te noemen pro forma datum een rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de moeder en mr. P.A.J. van Putten) omtrent de dan huidige stand van zaken en daarbij te vermelden of het resterende deel van het verzoek over de machtiging tot uithuisplaatsing al dan niet wordt gehandhaafd.
5.9.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 31 december 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening tot 30 juni 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
en alvorens verder te beslissen:
6.4.
houdt de behandeling van het verzoek met betrekking tot de machtiging tot uithuisplaatsing voor het overige aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot
1 mei 2026 pro forma;
6.5.
bepaalt dat de GI, de moeder en mr. P.A.J. van Putten op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
6.6.
verzoekt de GI
uiterlijk twee wekenvoor de genoemde zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift daarvan aan de moeder en mr. P.A.J. van Putten) de verzochte rapportage te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025 door mr. H. Benaissa, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.N. van Geest als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.