Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
mr. R.W. de Gruijl;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
1 maart 2026 bij de moeder terug te plaatsen.
5.De beoordeling
uiterlijk een week voor 1 juni 2026een briefrapportage (met afschrift aan de belanghebbende en de advocaat) te overleggen over de huidige stand van zaken en gemotiveerd met verslaglegging aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd. De moeder wordt in overweging gegeven om een coach voor zichzelf te zoeken om haar te ondersteunen in het contact met de GI en de hulpverlening en het accepteren van hulpverlening zonder de strijd aan te gaan, om de kans van slagen van een terugplaatsing van [minderjarige] bij haar te vergroten.
6.De beslissing
1 juni 2026 pro forma.
uiterlijk een week voor 1 juni 2026de rechtbank de verzochte rapportage te doen toekomen, met afschrift aan de moeder en de advocaat.
mr. G.M. Paling, mr. H. Mol en mr. J. Groot, kinderrechters, in aanwezigheid van
D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2025.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.