ECLI:NL:RBROT:2025:15682

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
10-218793-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand en reiskosten na vrijspraak

De rechtbank Rotterdam heeft op 11 december 2025 een verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro behandeld waarbij een verdachte vergoeding vroeg voor kosten rechtsbijstand en reiskosten na zijn vrijspraak in een strafzaak. De verdachte was vrijgesproken bij vonnis van 26 juni 2025, dat op 17 juli 2025 onherroepelijk werd.

De officier van justitie stelde voor het uurtarief van de advocaat te matigen van €350 naar €300 en de kilometervergoeding van €0,77 naar €0,28, omdat het een relatief eenvoudige zaak betrof. De rechtbank oordeelde echter dat het uurtarief van €350 en de kilometervergoeding van €0,77 redelijk zijn gezien de specialistische aard van de advocaat en de werkelijke kosten van brandstof, verzekering en afschrijving.

De rechtbank kende de verzoeker een totale vergoeding toe van €6.406,49, bestaande uit reiskosten, schade door tijdverzuim, kosten noodzakelijke verdediging en kosten voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en is vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en reiskosten wordt volledig toegewezen voor een bedrag van €6.406,49.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Rotterdam
parketnummer : 10-218793-23
raadkamernummer : [nummer]
datum : 11 december 2025
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[naam verzoeker] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
voor deze zaak domicilie kiezende te 1076 PX Amsterdam, Achillesstraat 79 ten kantore van zijn advocaat mr. R.I. Takens.

Procedure

Het verzoek is op 14 juli 2025 ingediend.
Het verzoek is op 11 december 2025 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie mr. S.I.E. de Graaff en de advocaat mr. L.S. Stek namens mr. R.I. Takens zijn gehoord. De verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Inhoud verzoek en standpunt officier van justitie

Verzoek artikel 530 Sv Pro
Het verzoek strekt ertoe dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor:
  • door de verzoeker gemaakte reiskosten van € 34,=;
  • schade als gevolg van tijdverzuim van € 6,24;
  • kosten voor de noodzakelijke verdediging, gevoerd in de strafzaak tegen verzoeker als verdachte, bestaande uit de kosten van de raadsman van € 5.686,25;
  • kosten voor rechtsbijstand, gemaakt in verband met het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift ter hoogte van het forfaitaire bedrag van € 680,=.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek ten aanzien van de reiskosten, de gederfde inkomsten van de verzoeker en de forfaitaire vergoeding van € 680,=.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot matiging van de vergoeding voor de kosten voor de noodzakelijke verdediging in de strafzaak als het gaat om de reiskosten en het uurtarief. Door de raadsman wordt een uurtarief gehanteerd van € 350,= en dat is naar het oordeel van de officier van justitie een te hoog uurtarief, gelet ook op het feit dat het een eenvoudige zaak betrof. Redelijk is om een uurtarief van € 300,= te hanteren.
Voor wat betreft de reiskosten vindt de officier van justitie de kilometervergoeding van € 0,77 te hoog en is een kilomatervergoeding van € 0,28 op zijn plaats. Dat maakt dat een bedrag van € 4.808,18 voor toewijzing vatbaar is.

Feiten

Bij vonnis van deze rechtbank, uitgesproken op 26 juni 2025, is de verzoeker vrijgesproken van hetgeen hem in de strafzaak ten laste was gelegd. Dit vonnis is op 17 juli 2025 onherroepelijk geworden.

Beoordeling

Vooropgesteld wordt dat een gewezen verdachte indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - op grond van artikel 530 juncto Pro artikel 534 Sv Pro in beginsel aanspraak kan maken op vergoeding van de te zijnen laste gekomen kosten voor de rechtsbijstand, zulks voor zover daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Uit de feiten volgt dat de strafzaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Reiskosten
De reiskosten die de verzoeker heeft gemaakt ten behoeve van het bijwonen van de strafzitting en het afleggen van een verhoor bij de politie komen voor vergoeding in aanmerking.
Uitgaande van het tarief in het Besluit tarieven in strafzaken 2003, komt het verzochte bedrag van € 34,= (2x € 17,=) voor toekenning in aanmerking.
Schade als gevolg van tijdverzuim
Gevraagd is om toekenning van een vergoeding voor het bijwonen van de strafzitting op 26 juni 2025.
De gestelde schade is aan te merken als schade, die de verzoeker werkelijk heeft geleden als gevolg van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak op de terechtzitting.
Alle omstandigheden in aanmerking genomen worden daarom gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker voor de schade als gevolg van het tijdverzuim een vergoeding toe te kennen van € 6,24.
Kosten voor noodzakelijke verdediging in strafzaak
Bij de beoordeling van het verzoek tot vergoeding van de kosten voor de noodzakelijke verdediging van de verzoeker in de strafzaak wordt vooropgesteld dat de declaratie van de raadsman niet bepalend is voor het beoordelen van het verzoek, maar een belangrijk uitgangspunt vormt dat door de rechtbank wordt betrokken in haar oordeel of er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn aan de verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de kosten voor rechtsbijstand en zo ja, tot welk bedrag.
Daarnaast wordt het volgende vooropgesteld.
Verzocht is om vergoeding van het honorarium van de raadsman voor werkzaamheden ten behoeve van de behandeling van de strafzaak tegen de verzoeker ter hoogte van € 5.686,25. Daaraan is een urenspecificatie ten grondslag gelegd.
De door de raadsman opgevoerde tijdsbesteding, te weten 12,37 uren, is gelet op de aard, de omvang en de complexiteit van de zaak niet als bovenmatig aan te merken. De kosten voor de raadsman komen derhalve voor vergoeding in aanmerking komen.
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat zowel het uurtarief als de hoogte van de kilometervergoeding voor toewijzing vatbaar zijn.
Ten aanzien van het uurtarief komt het vaker voor dat een uurtarief van € 350,= door de rechtbank wordt toegewezen. Het is niet zo dat een advocaat zijn specialistisch uurtarief uit kan zetten als hij een eenvoudige zaak behandeld. Het zorgt er wel voor dat hij de zaak in minder uren kan behandelen.
Ten aanzien van de reiskostenvergoeding/kilomatervergoeding is de rechtbank van oordeel dat dit niet onredelijk hoog is. De raadsman heeft te maken met benzine, afschrijving van de auto en dan nog is een vergoeding van € 0,77 te weinig en zijn de kosten hoger.
De gedeclareerde kosten voor rechtsbijstand zullen dan ook geheel, te weten voor een bedrag van € 5.686,25, inclusief kantoorkosten en btw, voor vergoeding in aanmerking worden gebracht.
Kosten rechtsbijstand voor opstellen, indienen en behandelen verzoekschrift
Verzocht is om vergoeding van kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het op grond van artikel 530 Sv Pro ingediende verzoekschrift.
Alle feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, worden gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker voor de kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het op grond van artikel 530 Sv Pro ingediende verzoekschrift een vergoeding van € 680,= toe te kennen.
Besluit
Resumerend zal aan de verzoeker op grond van artikel 530 Sv Pro een totale vergoeding van € 6.406,49 (€ 34,= + € 6,24 + € 5.686,25 + € 680,=) worden toegekend.

Beslissing

De rechtbank:
kent aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 6.406,49 (zegge: zesduizendvierhonderdenzes euro en vierennegentig eurocent).
Deze beslissing is gegeven door
mr. P.C. Tuinenburg, rechter,
in tegenwoordigheid van S. Schlabs, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.

Bevelschrift van tenuitvoerlegging

Bij beschikking van deze rechtbank, enkelvoudige raadkamer, van 11 december 2025 (RK-nummer: 25-023321) is op de voet van artikel 530 Sv Pro aan

[naam verzoeker] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] ,
een vergoeding uit ’s Rijks kas toegekend van
€ 6.406,49 (zegge: zesduizendvierhonderdenzes euro en vierennegentig eurocent).
Bevolen wordt dat de griffier na het onherroepelijk worden van de beschikking overgaat tot uitbetaling van dit bedrag door overmaking op bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Derdengelden Takens Admiraal Advocaten.
Dit bevelschrift is afgegeven op 11 december 2025 door mr. P.C. Tuinenburg, rechter.

RECHTBANK ROTTERDAM

Team straf 2
t.a.v. de bijzondere raadkamer
email:
bijzondere.raadkamer.rb.rotterdam@rechtspraak.nl

AFSTANDSVERKLARING van gemachtigd raadsman/vrouw

Mr. ………………………… raadsman/vrouw* van ………………………
verder te noemen verzoeker verklaart hierbij:
dat hij/zij kennis heeft genomen van de beschikking(en) ex artikel(en) 533 (oud 89) en / of 530 (oud 591a) van het Wetboek van Strafvordering gegeven d.d. ………………… op verzoek van verzoeker voornoemd;
dat hij/zij namens verzoeker instemt met het niet betekenen van de hierboven genoemde
beschikking(en) aan verzoeker;
dat hij/zij namens verzoeker afstand doet van het recht om hoger beroep aan te tekenen tegen de hierboven genoemde beschikking(en);
Ondertekening:
Naam Plaats ondertekening
……………………. ……………………..
Datum ondertekening
……………………..
*doorhalen wat niet van toepassing is