ECLI:NL:RBROT:2025:15680

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
FT RK 25-1295
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule

De rechtbank Rotterdam heeft op 18 december 2025 het verzoek van de schuldenaar toegewezen om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Hoewel de schuldenaar schulden heeft die niet te goeder trouw zijn ontstaan, met name verkeersboetes bij het CJIB, heeft de rechtbank op grond van de hardheidsclausule besloten tot toelating. De schuldenaar staat sinds maart 2024 onder beschermingsbewind en heeft verklaard geen auto meer op zijn naam te hebben, wat het vertrouwen in naleving van de Wsnp-verplichtingen versterkt.

De rechtbank heeft de ingangsdatum van de Wsnp echter niet vastgesteld op de door de schuldenaar gevraagde eerdere datum van 16 september 2024. Dit omdat de afdrachtplicht niet kan worden gecontroleerd vanwege ontbrekende en onjuiste stukken bij de vtlb-berekeningen en omdat onvoldoende is gebleken dat de schuldenaar aan de inspanningsverplichting heeft voldaan. De schuldenaar ontvangt een WIA-uitkering en is gedeeltelijk arbeidsongeschikt, maar medische stukken ter vrijstelling van sollicitatieplicht ontbreken.

De Wsnp-regeling wordt vastgesteld op een looptijd van 18 maanden, ingaande op 18 december 2025 en eindigend op 18 juni 2027. Er wordt een bewindvoerder benoemd die de verplichtingen van de schuldenaar controleert en de boedel beheert, evenals een rechter-commissaris die toezicht houdt. Bij succesvolle naleving van de verplichtingen eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers niet langer kunnen verhalen op de schuldenaar.

Uitkomst: Verzoek tot toelating Wsnp toegewezen met toepassing van de hardheidsclausule, ingangsdatum vastgesteld op 18 december 2025, looptijd 18 maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
18 december 2025
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
Dit verzoek wordt toegewezen.
Daarnaast verzoekt [verzoeker] de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op
16 september 2024. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
De beschermingsbewindvoerder heeft voorafgaand aan de zitting op 19 en 21 augustus 2025 de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.
1.3.
Schuldhulpverlening heeft voorafgaand aan de zitting op 26 november 2025 de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.
1.4.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker];
- mevrouw D. Wijndal, schuldhulpverlener van Stroomopwaarts;
- mevrouw N. Yerlikaya, beschermingsbewindvoerder.
1.5.
Schuldhulpverlening heeft na de zitting op 5 december 2025 de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.3.
[verzoeker] heeft schulden laten ontstaan die naar hun aard niet te goeder trouw zijn ontstaan, althans onbetaald zijn gelaten, en staan in beginsel aan toelating in de weg. De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder gekeken naar de schuld aan het CJIB. Uit het overzicht van 18 november 2025 blijkt dat de openstaande schuld aan het CJIB € 1.653,94 bedraagt. De schuld aan het CJIB betreft verkeersboetes uit 2022 en 2024.
2.4.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoeker] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. [verzoeker] heeft ter zitting verklaard dat hij thans geen auto meer heeft op zijn naam. Daarnaast staat [verzoeker] sinds 28 maart 2024 onder beschermingsbewind. De rechtbank heeft er voldoende vertrouwen in dat [verzoeker] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.
2.5.
[verzoeker] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Door schuldhulpverlening zijn drie vtlb-berekeningen met onderliggende stukken overgelegd. De rechtbank stelt vast dat bij de vtlb-berekening van juli 2024 niet de juiste stukken zijn overgelegd en dat de vtlb-berekening over januari 2025 onjuist is omdat deze berekening op basis van de gegevens van 2024 is opgemaakt. De rechtbank kan hierdoor niet controleren of het klopt dat [verzoeker] geen afloscapaciteit had van september 2024 tot en met juni 2025 en daardoor niet heeft kunnen sparen voor de gezamenlijke schuldeisers. Daarnaast is onvoldoende gebleken dat [verzoeker] in de periode van het schuldhulpverleningstraject aan de inspanningsverplichting heeft voldaan. [verzoeker] ontvangt een WIA-uitkering en is gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard. Medische stukken of een besluit tot (gedeeltelijke) vrijstelling van de sollicitatieverplichting zijn niet overgelegd. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat [verzoeker] maximaal vier sollicitaties heeft verricht over de afgelopen periode. De sollicitatiebewijzen zijn niet aan de rechtbank overgelegd.
2.11.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker].
3.6.
Als [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum]-1970 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 18 december 2025 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op18 juni 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M. Aukema, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025. [1]