De rechtbank Rotterdam heeft op 11 december 2025 het verzoek van de schuldenaar toegewezen om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar zich in een problematische schuldensituatie bevindt en te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank beoordeelde ook de bevoegdheid en stelde vast dat het centrum van voornaamste belangen van de schuldenaar in Nederland ligt, waardoor zij bevoegd is de insolventieprocedure te openen.
De rechtbank wees het verzoek tot een eerdere ingangsdatum van de Wsnp af. Dit omdat de schuldenaar geen concrete datum had voorgesteld en er onvoldoende bewijs was dat aan de afdrachtverplichting was voldaan. Er lag beslag op het inkomen van de schuldenaar vanwege alimentatieverplichtingen, waardoor er geen ruimte was om af te lossen aan schuldeisers. Bovendien ontbraken belangrijke vtlb-berekeningen en onderliggende stukken, waardoor de rechtbank niet kon controleren of de afdrachtplicht was nagekomen.
De rechtbank legde uit dat de schuldenaar tijdens de Wsnp verplicht is om onder meer geen nieuwe schulden te maken, informatie te verstrekken, en af te dragen wat boven het vrij te laten bedrag (vtlb) valt. Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van deze verplichtingen en de boedel beheert. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. De Wsnp looptijd is vastgesteld op 18 maanden, ingaand op 11 december 2025, met een einddatum op 11 juni 2027.
De rechtbank bepaalde dat de bewindvoerder een voorschot op zijn vergoeding mag nemen, voor zover de boedel toereikend is. De post van de schuldenaar wordt door de bewindvoerder beheerd gedurende de eerste 13 maanden. Indien de schuldenaar zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.