ECLI:NL:RBROT:2025:15666

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
C/10/696246 / HA ZA 25-247
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.04 BPRArt. 4.05 lid 4 BPRArt. 6.16 lid 1 BPRArt. 2 lid 1 Binnenvaart AanvaringsverdragArt. 625 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schuldverdeling bij aanvaring tussen binnenvaartschepen Reimerswaal en Eiltank 26

Op 12 maart 2022 vond een aanvaring plaats tussen de binnenvaartschepen Reimerswaal en Eiltank 26 bij de monding van de Zuidervoorhaven van de sluis te Hansweert. Beide scheepseigenaren gaven elkaar deels schuld, maar de rechtbank stelde vast dat de Reimerswaal de grootste schuld had met 80%, terwijl de Eiltank 26 20% medeschuld droeg.

De procedure startte met een dagvaarding in maart 2025 en omvatte meerdere schriftelijke stukken, producties en een mondelinge behandeling in november 2025. De rechtbank onderzocht de internationale bevoegdheid, toepasselijk recht (Binnenvaart Aanvaringsverdrag en Binnenvaartpolitiereglement) en de feiten, waaronder marifooncommunicatie en koersgegevens.

De kern van het geschil betrof de passeerafspraak tussen de schippers en de vraag of beide schepen zich aan de vergewisplicht hielden. De rechtbank oordeelde dat de Reimerswaal zich niet aan de afspraak hield en onvoldoende vergewiste dat het uitvaren zonder gevaar kon geschieden, terwijl de Eiltank 26 ook enige verwijtbaarheid had bij het invaren van de haven.

De schadevergoeding werd deels toegewezen: Eiltank is voor 20% aansprakelijk voor de schade aan de Reimerswaal (€21.465,16). De hoogte van de schade aan de Eiltank 26 en de vergoeding voor tijdverlies worden aangehouden in afwachting van bewijslevering door Eiltank. De rechtbank bepaalde een vervolgprocedure voor bewijslevering en getuigenverhoor in 2026.

Uitkomst: Rechtbank stelt schuldverdeling vast op 80% voor Reimerswaal en 20% voor Eiltank 26 en houdt verdere schadevergoeding aan voor bewijslevering.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/696246 / HA ZA 25-247
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
OKKUPATIE SCHEEPVAART B.V.,
gevestigd te Schore, gemeente Kapelle,
eiseres in conventie,
gedaagde in reconventie,
advocaat: mr. P.E. van Dam,
tegen
de rechtspersoon naar Duits recht
EILTANK SCHIFFAHRT GMBH & CO. CHEMIETRANSPORT KG,
gevestigd te Duisburg, Duitsland,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat: mr. J.C. van Zuethem.
Partijen worden hierna Okkupatie en Eiltank genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1.
Op 12 maart 2022 vond op de Westerschelde bij de monding van de Zuidervoorhaven van de sluis bij Hansweert een aanvaring plaats tussen twee binnenschepen: de Reimerswaal en de Eiltank 26. De scheepseigenaren geven elkaar over en weer (deels) de schuld van de aanvaring.
De rechtbank oordeelt dat de Reimerswaal de grootste schuld heeft aan de aanvaring en dat sprake is van enige medeschuld van de Eiltank 26. De schuldverdeling wordt vastgesteld op 80% schuld van de Reimerswaal en 20% schuld van de Eiltank 26.
Ten aanzien van de door partijen gevorderde schadevergoedingen heeft Okkupatie alleen de door Eiltank gevorderde vergoeding voor tijdverlet betwist. Eiltank mag het door haar gestelde gemiddelde netto dagbedrag in dit verband bewijzen. In afwachting van deze bewijslevering wordt iedere (verdere) beslissing aangehouden.
De rechtbank licht hierna toe hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 maart 2025 met producties 1 tot en met 11;
- de conclusie van antwoord in conventie, conclusie van eis in reconventie met producties
1 tot en met 5;
- de brief van de rechtbank van 26 juni 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de e-mail van de rechtbank van 29 september 2025 met de zittingsagenda;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- de akte overlegging producties tevens akte houdende wijziging van eis van Eiltank met
producties 6 tot en met 12;
- de mondelinge behandeling van 12 november 2025;
- de spreekaantekeningen van mr. P.E. van Dam;
- de comparitieaantekeningen van mrs. J.C. van Zuethem en A.R. de Graaf.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Op 12 maart 2022 rond 13:00 uur voer de Eiltank 26 op de Westerschelde, vanuit de richting van Terneuzen, en was zij voornemens om de sluis van Hansweert te passeren. De Reimerswaal bevond zich op dat moment afgemeerd aan de palen aan de oostzijde van de Zuidervoorhaven. De Reimerswaal wilde richting de Westerschelde gaan varen om naar Terneuzen (en verder) te varen.
de Eiltank 26 omrand met rechthoek en de aanduiding van de Reimerswaal omrand met ovaal
3.2.
Uit de incidentenregistratie blijkt het volgende:
3.2.1.
De schipper van de Eiltank 26 roept om 13:09:50 uur via de marifoon de verkeerspost Hansweert op met de mededeling dat zij opvarig is "
aan de 47" en zo naar binnen komt. De verkeerspost laat aan de schipper van de Eiltank 26 weten dat er op dat moment geen uitvaart is.
3.2.2.
Om 13:10:15 uur roept de schipper van de Reimerswaal de verkeerspost op en zegt dat hij los komt van de palen en dat zijn bestemming Terneuzen is. De verkeerspost antwoordt daarop dat er opvarende binnenvaart is (daarmee wordt de Eiltank 26 bedoeld) op 1.500 meter voor de monding, die zo aan de oversteek begint en over ongeveer vijf minuten in de monding komt en dat daarna alles vrij is. De Reimerswaal antwoordt nog heel even af te wachten.
3.2.3.
Vanaf iets voor 13:11 uur is te zien dat de Reimerswaal los komt van de palen waaraan zij lag afgemeerd en zich ter plaatse gaande houdt, op een afstand van ongeveer 700 meter tot de monding van de voorhaven.
3.2.4.
Om 13:14:38 uur vraagt de schipper van de Reimerswaal de verkeerspost naar de ebstroom op de Westerschelde. De verkeerspost antwoordt bevestigend met: “
ja nog 2.2 knopen”. De schipper van de Reimerswaal zegt daarop: “
Oke dan kom ik er kort over het hoekie uit, want die man die steekt hem helemaal op zie ik.” De verkeerspost meldt dat te hebben begrepen.
3.2.5.
Om 13:15:10 uur vraagt de verkeerspost aan de Eiltank 26 of deze dat heeft meegekregen van de Reimerswaal. De Eiltank 26 bevestigt dat.
3.2.6.
Om 13:17:14 uur roept de schipper van de Eiltank 26 de Reimerswaal op. Die geeft daarop een (op de geluidsopname niet of niet goed verstaanbare) reactie.
3.2.7.
Om 13:17:33 uur roept de verkeerspost de Reimerswaal op, waarop deze antwoordt: "
Hier is t ie meneer, ik sta vol aan te draaien maar het gaat 'm niet worden zo. Die man komt binnen op een heel vreemde manier. Ik denk dat ie vergeten is z'n piloot uit te zetten."
3.2.8.
De verkeerspost antwoordt vervolgens: “
U zou goed stuurboordzijde aanhouden”. De schipper van de Reimerswaal zegt hierop: “
Ik zou hem hoog aanhouden, had ik gezegd”.
3.2.9.
Vervolgens (13:17:48 uur) reageert de Eiltank 26 met: "
U zou goed stuurboordzijde aanhouden", waarop de Reimerswaal antwoordt: “
Ik zou m hoog aanhouden, had ik gezegd."
3.3.
Rond 13:18 uur vond de aanvaring tussen de Reimerswaal en de Eiltank 26 plaats in (of bij) de monding van de Zuidervoorhaven van de sluis te Hansweert.
schermafbeelding 13:17:47 uur
3.4.
Verder blijkt uit de incidentenregistratie:
3.4.1.
Om 13:18:20 uur maakt de Reimerswaal nog de volgende opmerkingen: "
Ik had aan u gevraagd: loopt er nog eb; jawel; ik zeg: dan hou ik 'm hoog aan. En hij komt met zo'n bocht naar binnen dat er nooit meer geen plaats is."
3.4.2.
De schipper van de Eiltank 26 (13:18:35) reageert vervolgens met: "
Je zou kort om het hoekje naar buiten komen, en niet zo hè." Hierop reageert de schipper van de Reimerswaal met: “
Sorry, ik weet niet waar u zit, maar u zit op het verkeerde hoekie hoor meneer, excuses van mij.”
3.5.
Motortankschip de Reimerswaal (lengte 110 meter, breedte 11,40 meter, diepgang 3,20 meter en laadvermogen 2.532 ton) was ten tijde van de aanvaring eigendom van Okkupatie.
3.6.
Motortankschip de Eiltank 26 (lengte 86,00 meter, breedte 9,60 meter, diepgang 3,10 meter en laadvermogen 1.677 ton) was ten tijde van de aanvaring eigendom van Eiltank. Wolsink Tankvaart was op dat moment rompbevrachter van de Eiltank 26 en Reederei Jaegers GmbH tijdbevrachter.
3.7.
Als gevolg van de aanvaring is schade ontstaan aan beide schepen.
3.8.
Voor de vaststelling van de schades aan beide schepen heeft Eiltank expertise-bureau Petermann GmbH (hierna Petermann ) als expert aangesteld en Okkupatie Van der Avoirt en LPM.

4.De standpunten (in het kort) en vorderingen van partijen

volgens Okkupatie hebben beide schepen schuld aan de aanvaring
4.1.
Okkupatie stelt zich op het standpunt dat beide schepen schuld hebben aan de aanvaring. Een schuldverhouding van 50/50 doet volgens haar recht aan de ernst van de over en weer gemaakte fouten.
Okkupatie vordert in conventie dat Eiltank wordt veroordeeld om aan haar de helft van de schade aan de Reimerswaal minus de helft van de schade aan de Eiltank 26, wat neerkomt op een bedrag van € 48.555,97, te betalen. Daarnaast maakt Okkupatie aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten, vertaalkosten van de dagvaarding en proceskosten. Alles te vermeerderen met rente en uitvoerbaar bij voorraad.
volgens Eiltank heeft alleen de Reimerswaal schuld aan de aanvaring
4.2.
Eiltank stelt zich op het standpunt dat de aanvaring geheel te wijten is aan de schuld van de Reimerswaal.
Eiltank vordert na twee wijzigingen van eis in reconventie dat Okkupatie wordt veroordeeld om de als gevolg van de aanvaring geleden schade ter hoogte van € 17.259,90, te vermeerderen met rente, aan haar te vergoeden. Daarnaast vordert Eiltank betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten met rente. Alles uitvoerbaar bij voorraad.

5.De beoordeling in conventie en in reconventie

Bevoegdheid, toepasselijk recht en juridisch kader
5.1.
Deze zaak betreft een internationaal geschil aangezien de aanvaring in Nederland heeft plaatsgevonden tussen schepen waarvan de eigenaren gevestigd zijn in Nederland respectievelijk Duitsland. Daarom onderzoekt de rechtbank eerst haar internationale bevoegdheid (rechtsmacht) en het toepasselijk recht.
5.2.
De vraag of deze rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen dient te worden beoordeeld aan de hand van Brussel I-bis Vo [1] . Eiltank heeft de internationale bevoegdheid van deze rechtbank niet betwist in conventie en Okkupatie niet in reconventie. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die ertoe leiden dat een ander gerecht op grond van artikel 24 Brussel Pro I bis-Vo bij uitsluiting bevoegd is. De Nederlandse rechter heeft dan ook zowel in conventie als in reconventie in ieder geval rechtsmacht op grond van een stilzwijgende forumkeuze (artikel 26 Brussel Pro I bis-Vo). Omdat de zaak een aanvaring betreft, is de rechtbank Rotterdam op grond van artikel 625 lid 1 aanhef Pro en onder e Rv bevoegd.
5.3.
Het Binnenvaart Aanvaringsverdrag [2] is van toepassing, omdat deze zaak de vergoeding van schade betreft naar aanleiding van een aanvaring tussen binnenschepen in de wateren van één der Verdragsluitende Partijen (Nederland). De voor de beoordeling van deze zaak relevante bepalingen van het Binnenvaart Aanvaringsverdrag verschillen niet van het Nederlands recht aan de hand waarvan de partijdiscussie is gevoerd.
5.4.
Ter plaatse van de aanvaring gelden het Binnenvaartpolitiereglement (hierna: BPR) en het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990.
Het BPR bevat in artikel 1.04 een algemeen voorschrift voor de schipper om ter voorkoming van gevaar en schade de voorzorgsmaatregelen te nemen die - kort gezegd - naar goed zeemanschap zijn geboden.
Artikel 4.05 lid 4 BPR schrijft onder meer voor dat op een groot schip de plicht rust om het marifoonkanaal uit te luisteren en daarop de voor de veiligheid van de scheepvaart noodzakelijke berichten te geven.
Artikel 6.16 BPR bepaalt in lid 1:
“Een schip mag slechts een haven of een nevenvaarwater uitvaren en daarbij een hoofdvaarwater invaren of oversteken dan wel een haven of een nevenvaarwater invaren, nadat het zich er van heeft vergewist dat dit zonder gevaar kan geschieden.”
Zowel de Reimerswaal als de Eiltank 26 zijn grote schepen in de zin van het BPR.
De schuldvraag
5.5.
Op grond van artikel 2 lid 1 Binnenvaart Pro Aanvaringsverdrag bestaat slechts aansprakelijkheid voor schade als gevolg van een aanvaring als de schade het gevolg is van schuld.
de discussie rondom de passeerafspraak
5.6.
Partijen verschillen van mening over de passeerafspraak die de schippers van de Reimerswaal en de Eiltank 26 hebben gemaakt.
5.7.
Volgens Eiltank waren de schippers een normale bakboord/bakboord passage overeengekomen, waarbij de Eiltank 26 via de oostzijde de haven in zou varen, terwijl de Reimerswaal, conform eigen mededeling, “
kort over het hoekie" (zie 3.2.4) via de westelijke oever van de haven zou uitvaren in de richting van Terneuzen. Als de schipper van de Reimerswaal via de oostelijke havenzijde had willen uitvaren, had hij een ruime bocht genomen en dus niet kort om het hoekje. De Eiltank 26 stuurde bij het binnenlopen van de haven van Hansweert tegen de stroom in en positioneerde zich richting de oostzijde van de haveningang. Dit is gebruikelijk bij ebstroom: de sterk naar het westen gerichte ebstroom op de Westerschelde zorgt ervoor dat een binnenvarend schip anders naar het westen zou worden weggezet. Door op te steken aan de oostkant kan een binnenlopend schip de stroom “stremmen” en voldoende controle houden.
De Eiltank 26 stak duidelijk op naar de oostelijke zijde van de haven. Dit was ook al het geval op het moment dat de schipper van de Reimerswaal via de marifoon opriep dat hij kort om het hoekje uit wilde varen. De koers van de Eiltank 26 was op dat moment 74° tegen de richting van de stroom in, aldus nog steeds Eiltank.
5.8.
Okkupatie ziet dit anders. Zij stelt dat de schipper van de Reimerswaal met “
kort over het hoekie” bedoelde dat hij de haven aan de zijde van het oostelijk havenhoofd zou verlaten. De schepen zouden elkaar stuurboord/stuurboord passeren. De schipper van de Reimerswaal acht deze afspraak passend onder de gegeven omstandigheden. De koers van de Eiltank 26 duidde er op dat deze de haven aan de westzijde zou invaren, terwijl de Reimerswaal, door de haven aan de oostzijde uit te varen, door de ebstroom de vaarweg van de Westerschelde zou worden ingeduwd, in de gewenste richting (Terneuzen). Van die passeerafspraak profiteerde ook de Eiltank 26. Deze hoefde immers niet een ruime(re) bocht richting de haven te maken om aan haar bakboordzijde voldoende ruimte voor de Reimerswaal te laten.
Het bij de ebstroom
'kort over het hoekie'aan de westzijde uitvaren van de haven is bovendien niet logisch en niet te verwachten. Door de ebstroom wordt de Reimerswaal naar stuurboord weggezet; zou de schipper dicht langs het westelijk havenhoofd varen, dan bestond de kans dat de Reimerswaal daar op de keien van het havenhoofd terecht zou komen of veel meer manoeuvres zou moeten verrichten om deugdelijk in de vaarweg richting Terneuzen te komen.
Op de beelden is te zien dat de Eiltank 26 de haven bepaald niet aan de oostzijde invaart. De Eiltank 26 komt ‘schuin’ in noordoostelijke richting liggend de havenmonding in. Ook aan het ‘lichtpuntenspoor’ achter de Eiltank 26 is te zien dat het niet, althans niet overtuigend haar stuurboordwal houdt bij het invaren van de haven. De Eiltank 26 komt pas op een heel laat moment onder het westelijke havenhoofd vandaan en komt ongeveer over het midden van de monding de haven binnen. Waar Eiltank betoogt dat een invarend schip juist in verband met de ebstroom zoveel mogelijk althans “voldoende” de oostelijke zijde moet aanhouden, heeft de Eiltank 26 dat niet gedaan. De vaarwijze van de Eiltank 26 strookt dan ook niet met de vaarwijze die Eiltank zelf raadzaam acht en zaait bovendien tot kort voor de aanvaringssituatie verwarring, aldus steeds Okkupatie.
de Eiltank 26 mocht begrijpen dat de Reimerswaal via de westzijde de haven zou verlaten
5.9.
De rechtbank stelt voorop dat zowel de Reimerswaal als de Eiltank 26 er bij het uit- en invaren van de haven belang bij hadden de westelijke kant te vermijden, omdat beide schepen - als gevolg van de ebstroom op de Westerschelde - het risico liepen hierdoor weggezet te worden tegen het westelijke havenhoofd danwel de westelijke oever.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de schipper van de Eiltank 26 desalniettemin uit de mededeling van de schipper van de Reimerswaal dat hij “
er kort over het hoekie uit zou komen” mogen begrijpen dat de Reimerswaal de haven via de westelijke kant zou verlaten. Gezien het feit dat de Reimerswaal richting Terneuzen wilde gaan varen zou via de oostkant varen immers juist een ruime bocht inhouden. Niet alleen de schipper van de Eiltank 26, maar ook de verkeerspost Hansweert heeft dit zo begrepen; zie de marifoongesprekken onder 3.2.8 en 3.2.9 waarin beide aangeven dat de Reimerswaal goed stuurboordzijde zou aanhouden. Gevolg van het voornemen van de Reimerswaal de haven via de westzijde te verlaten, zou zijn dat de schepen elkaar bakboord op bakboord zouden passeren.
de Reimerswaal heeft zich niet aan de passeerafspraak gehouden
5.10.
De schipper van de Reimerswaal heeft het gevaar voor de aanvaring gecreëerd door - in strijd met de passeerafspraak - de haven niet via de westzijde te verlaten en heeft daarmee gehandeld in strijd met de eisen van goed zeemanschap (artikel 1.04 BPR).
beide schepen hebben gehandeld in strijd met artikel 6.16 lid 1 BPR (vergewisplicht)
5.11.
Partijen verwijten elkaar over en weer te hebben gehandeld in strijd met de vergewisplicht uit artikel 6.16 BPR lid 1. Volgens Okkupatie is dit artikel op de Reimerswaal niet van toepassing is.
5.12.
De stelling van Okkupatie dat artikel 6.16 lid 1 BPR op de Reimerswaal niet van toepassing is, omdat de Reimerswaal nog in de haven voer en nog niet doende was de Westerschelde op te varen, verwerpt de rechtbank. De Reimerswaal was op het moment dat de passeerafspraak werd gemaakt los van de palen waaraan zij lag afgemeerd en voer zeer kort daarna in de richting van de monding van de haven. De schipper van de Reimerswaal had zich er op dat moment al van dienen te vergewissen dat het uitvaren van de haven zonder gevaar kon geschieden en had dat moeten blijven doen tot het moment dat de Reimerswaal de haven ging uitvaren. Dit heeft hij niet (goed) gedaan. De stelling van Okkupatie dat de koers van de Eiltank 26 erop duidde dat deze de haven aan de westzijde zou invaren volgt de rechtbank niet. Zoals Eiltank stelt was de koers van de Eiltank 26 op het moment dat de schipper van de Reimerswaal via de marifoon opriep dat hij kort om het hoekje uit wilde varen 74° tegen de richting van de stroom in. De Eiltank 26 stak duidelijk op naar de oostelijke zijde van de haven. Uit de incidentenregistratie blijkt dat deze koers gaandeweg - totdat de Eiltank 26 de haven binnen gaat varen - nog iets verder oploopt richting het oosten. Door ondanks de koers van de Eiltank 26 - zonder enige vorm van nader contact met de Eiltank 26 - uit te blijven gaan van een stuurboord op stuurboord passage, heeft de schipper van de Reimerswaal zich er dan ook onvoldoende van vergewist of het uitvaren zonder gevaar kon geschieden.
5.13.
De rechtbank is van oordeel dat de schipper van de Eiltank 26 eveneens een verwijt te maken valt in het kader van artikel 6.16 lid 1 BPR. Ook een schip dat een haven invaart mag dit immers slechts doen nadat het zich er van heeft vergewist dat dit zonder gevaar kan geschieden. Uit de incidentenregistratie blijkt dat - zoals Okkupatie aanvoert - de Eiltank 26 niet althans niet overtuigend haar stuurboordwal houdt bij het invaren van de haven. De Eiltank 26 komt ongeveer over het midden van de monding de haven binnenvaren.
schermafbeelding 13:17:15 uur
De aanvaring heeft ook niet aan de oostzijde van de haven plaatsgevonden (zie afbeelding onder 3.3). De positie en de koers van de Reimerswaal brachten met zich mee dat (ook) de schipper van de Eiltank 26 zich er (los van de passeerafspraak) beter van had moeten vergewissen of hij zonder gevaar de haven op die manier kon invaren.
de Reimerswaal heeft gehandeld in strijd met artikel 4.05 lid 4 BPR
5.14.
Eiltank stelt dat de schipper van de Reimerswaal heeft gehandeld in strijd met artikel 4.05 BPR (voor de veiligheid van de scheepvaart noodzakelijke marifoonberichten geven), hetgeen Okkupatie betwist.
5.15.
De rechtbank oordeelt dat de schipper van de Reimerswaal door via de marifoon dusdanig te communiceren dat de Eiltank 26 van een bakboord/bakboord passsage mocht uitgaan niet de voor de veiligheid van de scheepvaart noodzakelijke berichten heeft uitgegeven en daarmee heeft gehandeld in strijd met artikel 4.05 lid 4 BPR. Zelf ging de schipper van de Reimerswaal immers uit van een stuurboord/stuurboord passage en heeft dit dus niet duidelijk gecommuniceerd. Okkupatie erkent ook dat het beter was geweest als de schipper van de Reimerswaal eenvoudigweg expliciet had medegedeeld dat hij de Eiltank 26 stuurboord op stuurboord zou passeren en/of om instemming daarmee van de schipper van dat schip had verzocht.
de Reimerswaal kan op grond van artikel 6.04 of 6.04a BPR geen verwijt worden gemaakt
5.16.
De verwijten die Eiltank aan de Reimerswaal maakt op grond van artikel 6.04 en 6.04a BPR volgt de rechtbank niet aangezien deze artikelen uitgaan van de situatie dat twee schepen elkaar naderen op tegengestelde koersen. Van tegengestelde koersen is sprake wanneer twee schepen elkaar naderen op koersen die recht of vrijwel recht aan elkaar zijn tegengesteld. Deze situatie heeft zich pas zeer kort voor de aanvaring voorgedaan. Op dat moment was er voor de Reimerswaal geen mogelijkheid meer om voorrang te verlenen danwel een blauw bord te tonen.
op het moment dat er direct gevaar voor aanvaring was, was er geen tijd meer om adequate voorzorgsmaatregelen te nemen
5.17.
Eiltank verwijt de schipper van de Reimerswaal dat hij niet is uitgeweken naar stuurboord en geen enkele voorzorgsmaatregel heeft genomen om de aanvaring te voorkomen. De schipper van de Eiltank 26 heeft verklaard dat hij - toen hij zag dat de Reimerswaal zich niet aan de afspraak hield - de Reimerswaal heeft opgeroepen, een geluidssein en vol gas achteruit heeft gegeven en geprobeerd heeft met de boegschroef uit te wijken, maar dat de aanvaring niet meer te voorkomen viel.
Okkupatie stelt zich op het standpunt dat beide schippers niet tijdig voorafgaand aan de aanvaring via de marifoon contact hebben gezocht en dat geluidsseinen niet zijn gegeven. Uit de beelden blijkt volgens Okkupatie dat de Reimerswaal wel degelijk naar stuurboord gaat (de koers gaat van 185° naar 190°) en dat de Eiltank 26 veel minder naar stuurboord uitwijkt (de koers gaat van 58° naar 59° of misschien 60°).
5.18.
Vast staat dat de schipper van de Reimerswaal de Eiltank 26 in het geheel niet heeft opgeroepen en dat de Eiltank 26 de Reimerswaal pas zeer kort voor de aanvaring (zie onder 3.2.6 en 3.2.9) oproept. Verder staat vast dat tussen het moment dat de Eiltank 26 de haven binnen komt varen (rond 13:17 uur), waarna het directe gevaar voor de aanvaring ontstond, en de aanvaring zelf (rond 13:18 uur) een zeer kort tijdsbestek zit. Gezien dit korte tijdsbestek en de snelheid [3] waarmee de schepen voeren gaat de rechtbank er - mede gezien de onweersproken verklaring van de schipper van de Eiltank 26 dat hij geprobeerd heeft met de boegschroef uit te wijken - vanuit dat anders handelen (zoals bijvoorbeeld meer naar stuurboord uitwijken) op dat moment niet meer mogelijk was; de aanvaring was niet meer te voorkomen. De schepen hebben elkaar stuurboord op stuurboord geraakt (geschampt) waarna de Reimerswaal op / tegen het oostelijke havenhoofd is vastgelopen.
Conclusie: 80% schuld de Reimerswaal – 20% schuld de Eiltank 26
5.19.
Bij weging van de wederzijdse schuld van de beide schepen komt de rechtbank tot het oordeel dat de Reimerswaal de grootste schuld heeft aan de aanvaring, omdat de schipper van de Reimerswaal zich niet heeft gehouden aan de passeerafspraak hetgeen de directe oorzaak van de aanvaring is geweest. Aangenomen moet worden dat de schepen elkaar zouden hebben vrijgevaren als de Reimerswaal via de westzijde de haven had verlaten
.De schipper van de Reimerswaal heeft zijn vergewisplicht geschonden en bovendien gehandeld in strijd met artikel 4.05 lid 4 BPR. Nu de schipper van de Eiltank 26 bij het invaren van de haven eveneens zijn vergewisplicht heeft geschonden, heeft hij naar het oordeel van de rechtbank enige medeschuld. De schuldverdeling stelt de rechtbank daarom op 80% schuld van de Reimerswaal en 20% schuld van de Eiltank 26. De schade zal dienovereenkomstig worden afgewikkeld.
Eiltank dient € 21.465,16 aan schade aan Okkupatie te vergoeden
5.20.
De hoogte van de door Okkupatie gevorderde vergoeding voor reparatiekosten (€ 8.683,00), hulploon (€ 95.000,00) en expertisekosten (€ 3.642,80) ad in totaal € 107.325,80 is door Eiltank niet betwist en staat dan ook vast. Eiltank is voor 20% aansprakelijk voor dit totaalbedrag, hetgeen neerkomt op het bedrag van € 21.465,16.
De hoogte van de schade van Eiltank kan nog niet (geheel) worden vastgesteld
cascoschade en expertisekosten toewijsbaar
5.21.
De door Eiltank gevorderde vergoeding voor cascoschade (€ 6.808,95) en expertisekosten (€ 3.404,90) is door Okkupatie niet betwist. Deze schade staat dan ook vast.
tijdverletschade
5.22.
Eiltank stelt dat de Eiltank 26 als gevolg van aanvaring 2,955 dagen niet heeft kunnen varen en het gemiddelde netto dagbedrag voor de Eiltank 26 € 2.384,45 bedraagt. Eiltank vordert dan ook aan schadevergoeding wegens tijdverlet: 2,955 x € 2.384,45 = € 7.046,05.
5.23.
Okkupatie betwist de tijdverletschade en voert aan dat de schade aan de Eiltank 26 naar het oordeel van expert Rasche (LPM) bij gelegenheid kon worden gerepareerd, dus op een moment dat met dat schip om andere redenen geen vrachtinkomsten werden gegenereerd. Van Eiltank c.q. de exploitant van de Eiltank 26 mocht worden gevergd de schade te beperken door reparatie bij gelegenheid te laten uitvoeren. Nu dit niet is gebeurd, dienen de gestelde gemiste vrachtinkomsten geheel voor haar rekening en buiten de schadeafwikkeling te blijven, aldus Okkupatie.
5.24.
Naar aanleiding van het verweer van Okkupatie dat de schade bij gelegenheid had dienen te worden gerepareerd heeft Eiltank - onder overlegging van producties - aangevoerd dat een uitstel van de reparatie tot de volgende klasse voor Eiltank niet verantwoord was. De Eiltank 26 had net klasse gemaakt en de volgende klassewerkzaamheden stonden pas voor juli 2024 op de planning. De bevrachters van tankvaartschepen accepteren schepen met structurele beschadigingen niet. Onder structurele beschadigingen vallen ook beschadigingen zoals deuken, zeker als hierdoor het dwarsscheepse verband is aangetast, de zogenaamde ribbenkast van het schip. In dit geval was door de aanvaring ook een profielbalk, zogenaamde scheepsspant, beschadigd en moest worden gerepareerd. Zoals uit de toelichting van kapitein Hendrik Lorenz van Reederei Jaegers blijkt, was er een aanzienlijk risico dat het schip op de
blacklistterecht zou komen en niet meer kon worden bevracht als het schip met een dergelijke deuk zou doorvaren, aldus steeds Eiltank.
5.25.
Met voorgaande toelichting heeft Eiltank naar het oordeel van de rechtbank voldoende weersproken dat de schade bij (latere) gelegenheid kon worden gerepareerd en dienen de gemiste vrachtinkomsten om die reden niet voor haar rekening te blijven.
5.26.
Partijen verschillen van mening over het aantal dagen tijdverlet dat mag worden gerekend.
5.26.1.
Eiltank stelt dat uit het vaartijdenboek volgt dat de Eiltank 26 op 12 maart 2022 een oponthoud heeft gehad van negen uur (0,375 dag), omdat het schip wegens de nodige onderzoeken en het verhoor door de politie pas om 22.00 uur weer kon vertrekken uit Hansweert. De onduidelijke ‘11-3’ of ‘12-3’ in het vaartijdenboek (Rb: zie de tweede datum in de afbeelding hierna) had volgens Eiltank ‘12-3’ moeten zijn en ‘12-3’ had ‘13-3’ moeten zijn.
5.26.2.
Okkupatie betwist dit en voert aan dat uit het vaartijdenboek blijkt dat de vertraging op 12 maart 2022 hoogstens 0,1 dag (2,5 uur) is geweest. Okkupatie betwist bovendien dat Eiltank als gevolg van dit enkele uren durende oponthoud daadwerkelijk vrachtinkomsten heeft gemist; op een reis van Terneuzen naar Meiderich (bij Duisburg, Duitsland) is een dergelijke vertraging verwaarloosbaar en een volgende reis zal er niet door zijn gemist.
fragment uit vaartijdenboek Eiltank 26
5.26.3.
Gezien de inhoud van het vaartijdenboek stelt de rechtbank vast dat de Eiltank 26 op 12 maart 2022 2,5 uur (van 13:30 tot 16:00) aan oponthoud bij Hansweert heeft gehad. Vast staat immers dat de Eiltank 26 op 12 maart 2022 afkomstig was vanuit de richting van Terneuzen en op weg was naar (de sluis van) Hansweert, hetgeen in het vaartijdenboek achter (de duidelijke) ‘12-3’ staat. De uitleg die Eiltank geeft bij de data die gewijzigd moeten worden sluit niet aan bij de vaarroute van de Eiltank 26. Bovendien heeft Eiltank haar stelling dat met dit oponthoud op 12 maart 2022 daadwerkelijk tijdverlet schade is geleden tegenover de betwisting van Okkupatie onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd. Voor 12 maart 2022 zijn dan ook geen dagen aan tijdverletschade toewijsbaar.
5.26.4.
Daarnaast rekent Eiltank 0,250 dag (6 uur) aan tijdverlet op 7 november 2022 voor het ontgassen van het schip. Naar aanleiding van het - onweersproken - standpunt van Okkupatie dat deze tijd nog gehalveerd dient te worden, omdat na het ontgassen ook een andere reparatie aan het schip heeft plaatsgevonden, acht de rechtbank voor 7 november 2022 0,125 dag (3 uur) aan tijdverlet toewijsbaar.
5.26.5.
Tussen partijen is niet in geschil dat de reparatie van de aanvaringsschade aan de Eiltank 26 op 8 en 9 november 2022 twee dagen in beslag heeft genomen; deze twee dagen aan tijdverlet zijn dan ook toewijsbaar.
Vorenstaande maakt dat de rechtbank in totaal 2,125 dagen aan tijdverlet toewijsbaar acht.
5.27.
Ten aanzien van het gemiddelde netto dagbedrag waar Eiltank haar tijdverletschade op baseert heeft Okkupatie terecht opgemerkt dat Eiltank dit bedrag had dienen te berekenen rond de periode dat de Eiltank 26 daadwerkelijk vrachtinkomsten heeft gemist en niet - zoals Eiltank heeft gedaan - aan de hand van de periode voor en na de aanvaring. Een onderbouwing van het door Eiltank gestelde gemiddelde netto dagbedrag, namelijk op basis van drie maanden voor en drie maanden na de periode van 7 tot en met 9 november 2022 ontbreekt. Eiltank heeft aangeboden hier bewijs van te leveren. De rechtbank zal Eiltank daartoe in de gelegenheid stellen.
(verdere) beslissingen worden aangehouden
5.28.
In afwachting van de bewijslevering wordt iedere (verdere) beslissing aangehouden.

6.De beslissing

De rechtbank
in reconventie
6.1.
draagt Eiltank op het door haar gestelde gemiddelde netto dagbedrag (zie onder 5.27) te bewijzen;
6.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 21 januari 2026 voor uitlating door Eiltank of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;
6.3.
bepaalt dat Eiltank, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen;
6.4.
bepaalt dat Eiltank, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden maart tot en met juni 2026 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;
6.5.
bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. D.L. Spierings in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan Wilhelminaplein 100/125;
6.6.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk tien dagen voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;
in conventie en reconventie
6.7.
houdt iedere (verdere) beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken op
24 december 2025.
2459/615/32

Voetnoten

1.Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)
2.Verdrag tot vaststelling van enige eenvormige regelen inzake aanvaring in de binnenvaart, Genève van 15 maart 1960
3.de Eiltank 26 vaart op moment dat haven binnenkomt rond de 7,6 knopen en de Reimerswaal rond de 8,2 knopen