Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Bewijs
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster [slachtoffer 4] namens Politie Rotterdam-Rijnmond [5]
redelijke vreesontstaan dat de bedreigingen ook zouden worden uitgevoerd. De rechtbank is daarom van oordeel dat ook feit 7 wettig en overtuigend bewezen is.
diegeheel aan [slachtoffer 1] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
envergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door
in de periode van15 december 2024 tot en met 18 december 2024 te Schiedam en/of Rotterdam en/of Den Haag, een geldbedrag dat geheel aan [slachtoffer 2] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door - online en in fysieke winkels, betalingen te verrichten - door gebruik te maken van de (digitale) creditcard, op de telefoon van die [slachtoffer 2] ;
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf
5.In beslag genomen voorwerpen
6.Vordering van de benadeelde partijen
Materiële schade
Immateriële schade
7.Vordering tot tenuitvoerlegging
8.Wettelijke voorschriften
9.Beslissingen
gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden;
5 (vijf) maanden gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
tenuitvoerleggingvan het resterende gedeelte van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk een jeugddetentie van 87 dagen, zoals opgelegd in het vonnis van 25 april 2024 en beveelt dat deze wordt vervangen door een gevangenisstraf van 87 dagen;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] aan de Staat
€ 1.043,64te betalen, en de wettelijke rente vanaf 13 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] aan de Staat
€ 52,10te betalen, en de wettelijke rente vanaf 15 december 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
1 dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] aan de Staat
€ 100,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 13 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
2 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;