Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaar met aftrek van voorarrest;
- oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contactverbod met betrekking tot het [slachtoffer] en de dadelijke uitvoerbaarheid van die maatregel.
4.Waardering van het bewijs
of omstreeksde periode van 21 juli 2024 tot en met 22 juli 2024 te Rotterdam
een of meerhersenbloedingen, heeft toegebracht door
(meermalen
) (met kracht
)
en/of
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
- een vergoeding van € 850,- voor schade aan een bank (€ 700,-) en een matras (150,-);
- een totaal aan dagvergoedingen van € 1.435,- voor verblijf in het ziekenhuis van 23 juli 2024 tot 3 september 2024 ad € 35,- per dag;
- een totaal aan dagvergoedingen van € 6.570,- tot een gemaximeerd verblijf van 365 dagen in een revalidatiecentrum vanaf 3 september 2024 ad € 18,- per dag.
- € 1.435,- aan ziekenhuisdaggeldvergoeding;
- € 5.832,- aan revalidatiedaggeldvergoeding.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaar;
1 (één) jaarniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;
bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
€ 57.467,- (zegge: zevenenvijftigduizend vierhonderdzevenenzestig euro), bestaande uit € 7.467,- aan materiële schade en
wettelijke rentehierover
vanaf
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij] te betalen
€ 57.467,-(hoofdsom zegge:
zevenenvijftigduizend vierhonderdzevenenzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 57.467,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
309 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;