Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair (waarbij het rijgedrag wordt gekwalificeerd als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend) en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 uur, te vervangen door 90 dagen vervangende hechtenis, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
4.Waardering van het bewijs
of omstreeks17 oktober 2024 te Maassluis
, althans in Nederlandals
, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg
terwijl hij onder invloed was van THC (cannabis), te weten 3,1 microgram per liter
althans onvoldoende heeft
/of
)
bij het naderen en/of oprijden van een oversteekplaats voor (brom)fietsers
bevond/fietste en
/of (vervolgens
)
en/of niet heeft laten voorgaanen
/of
)in botsing of aanrijding is gekomen met [slachtoffer], waardoor [slachtoffer] werd gedood;
of omstreeks17 oktober 2024 te Maassluis
, althans in Nederland,een
5.Strafbaarheid feiten
2.overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
10 oktober 2025 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
27 oktober 2025. Dit rapport houdt kort samengevat het volgende in.
8.Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
ten aanzien van feit 1tot een
taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
30 dagen;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
6 (zes) maanden;
3 (drie) maandenvan deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaren;
ten aanzien van feit 2tot een geldboete van € 450,- (vierhonderdvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis;
€ 37.448,- (zegge: zevenendertig duizend vierhonderdachtenveertig euro), bestaande uit € 2.448,- aan materiële schade en € 35.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] te betalen in totaal
€ 37.448,- (zegge: zevenendertig duizend vierhonderdachtenveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 37.448,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
222 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
,voorzitter,