Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 februari 2025, met bijlagen;
- het mondelinge antwoord;
- het aanvullende schriftelijke antwoord, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
F.M.T. Beheer vordert betaling van €3.939,42, bestaande uit een hoofdsom van €3.180,59 aan servicekosten voor verwarming van een kantoorruimte, rente en incassokosten van voormalig huurder [gedaagde]. De verhuurder kon niet aantonen hoe de verwarmingskosten over de huurders werden verdeeld, omdat het gebouw geen afzonderlijke meters heeft en de uitleg hierover niet werd gegeven, ondanks herhaalde verzoeken van de huurder sinds 2023.
De rechtbank oordeelt dat het op de weg van F.M.T. Beheer lag om inzicht te verschaffen in de kostenverdeling en de hoogte van de vordering, wat niet is gebeurd. De verhuurder kon ook niet verklaren waarom het factuurbedrag afwijkt van het gevorderde bedrag. Er is geen bewijsaanbod gedaan om dit te onderbouwen.
Daarom wordt de hoofdsom afgewezen, en daarmee ook de rente en incassokosten. De proceskosten worden aan F.M.T. Beheer opgelegd en begroot op €50. De vordering wordt volledig afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot betaling van servicekosten voor verwarming wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan inzicht in kostenverdeling.