De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de kinderrechter om een machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen, geboren tussen 2009 en 2018, wegens ernstige en aanhoudende zorgen over de opvoedsituatie bij de ouders. De kinderen vertoonden fors schoolverzuim, en een van hen was in aanraking gekomen met de politie vanwege een eenvoudige mishandeling. De ouders waren onbereikbaar en verleenden geen medewerking aan hulpverlening, terwijl er sprake was van ernstige financiële problemen en een geplande woningontruiming.
De kinderrechter constateerde dat de ouders niet verschenen waren op de zitting en geen inhoudelijk standpunt hadden ingenomen. De spoedverzoeken tot uithuisplaatsing zonder horen van de ouders werden ingetrokken door de GI. De kinderrechter oordeelde dat de reguliere machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk was in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen, om zicht te krijgen op hun veiligheid, hen naar school te laten gaan en hen rust en structuur te bieden.
De machtiging werd verleend voor de duur van zes maanden, met de mogelijkheid tot eerdere beëindiging indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na de uitspraak.