ECLI:NL:RBROT:2025:15602

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
C/10/702881 / JE RK 25-1410
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bij oma in belang van stabiliteit

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij de oma moederszijde. De kinderrechter nam de beschikking van 30 september 2025 en de briefrapportage van december 2025 in overweging. Tijdens de zitting met gesloten deuren waren de moeder, haar advocaat en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig, evenals bijzondere toegang voor de oma.

De moeder heeft het ouderlijk gezag en de minderjarige verblijft bij de oma. Eerder was de ondertoezichtstelling verlengd tot 3 mei 2026 en was een machtiging tot uithuisplaatsing verleend tot 30 december 2025. De GI vroeg om verlenging van de machtiging tot het einde van de ondertoezichtstelling vanwege vertragingen in de pleegzorgscreening en de kwetsbare situatie van de moeder, die nog geen stabiele woonplek heeft.

De moeder erkende de situatie en gaf aan bereid te zijn alles te doen om de zorg voor de minderjarige weer op zich te nemen, maar erkende ook het belang van de huidige stabiele plaatsing bij de oma. De kinderrechter oordeelde dat verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, gezien de instabiliteit bij de moeder en de rust die de plaatsing bij de oma biedt.

De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 3 mei 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de oma wordt verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling op 3 mei 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/702881 / JE RK 25-1410
Datum uitspraak: 15 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
bijgestaan door advocaat mr. J.A. Smits, kantoorhoudende in Rotterdam.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 30 september 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van de GI met bijlagen van 8 december 2025.
1.2.
Op 15 december 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de oma moederszijde (mz), [persoon B] .

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de oma mz.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 april 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 3 mei 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 september 2025 een machtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de oma mz tot 30 december 2025. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.

3.Het aangehouden verzoek van de GI

3.1.
De GI heeft aanvankelijk verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oma mz te verlengen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Op de zitting van 30 september 2025 heeft de GI het verzoek gewijzigd door in plaats van negen maanden te verzoeken om een machtiging uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter heeft hiervan reeds 3 maanden toegewezen. Thans dient nog te worden beslist voor de resterende duur van de OTS, te weten tot 3 mei 2026.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De wachttijden voor de noodzakelijke pleegzorgscreening zijn lang en er is vertraging opgetreden omdat de uitschrijving van de moeder nog niet rond is bij de gemeente. De netwerkscreening voor pleegzorg kan echter naar verwachting in januari 2025 beginnen. De GI ziet dat [voornaam minderjarige] het goed doet bij de oma. Er zijn er geen zorgen over zijn verblijf en hij komt hier tot rust. Op dit moment spelen er nog zorgen over een plaatsing bij de moeder. Hoewel zij de afspraken met CoachPoint nakomt en het dan ook goed doet met [voornaam minderjarige] , wordt zichtbaar dat de moeder in de verzorging nog veel sturing ontvangt van de oma. Ook verloopt het contact tussen de moeder en de GI wisselend, waarbij de moeder in en uit contact treedt. De moeder zal hulp nodig hebben voor zichzelf en om beter aan te sluiten bij [voornaam minderjarige] . De moeder geeft aan dat zij bereid is om alles te doen om [voornaam minderjarige] terug te krijgen, maar het ontbreken van stabiliteit maakt dat een terugkeer naar de moeder op dit moment nog niet moeilijk is. Ook het feit dat de moeder nu niet meer bij de oma mz kan verblijven vanwege de pleegzorgscreening en zij hierdoor feitelijk geen vast verblijfadres heeft, maakt de situatie van de moeder extra kwetsbaar.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
Door en namens de moeder is ter zitting het volgende naar voren gebracht. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] en de moeder zorgt goed voor hem als zij bij hem is. De moeder is bereid om alles te doen zodat zij de zorg voor [voornaam minderjarige] weer kan dragen. Hoewel de moeder het liefst op dit moment zelf voor [voornaam minderjarige] zou zorgen, is het prettig dat [voornaam minderjarige] op dit moment bij de oma kan verblijven. De moeder is bezig met haar uitschrijving van het woonadres van de oma, zodat de pleegzorgscreening kan plaatsvinden. Dit heeft echter ook een keerzijde, namelijk dat de moeder hierdoor ook niet kan aantonen dat zij een vaste woon- of verblijfplek heeft in het kader van de beoordeling of zij de zorg voor [voornaam minderjarige] weer kan dragen. Op dit moment is het van belang dat de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oma met behulp van de pleegzorgscreening van Timon verzegeld kan worden. De plaatsing bij de oma biedt hem stabiliteit en continuïteit en hij komt hier tot rust. Namens de moeder wordt geen juridisch verweer gevoerd tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, hoewel de moeder wel om duidelijkheid verzoekt en vraagt om een concrete aanpak van de GI om de situatie te stabiliseren, zodat [voornaam minderjarige] in de toekomst terug kan keren naar haar.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hierna uit waarom.
5.2.
Het is positief om te horen en te zien dat de moeder bereid is alles te doen om de zorg voor [voornaam minderjarige] weer op zich te nemen. De kinderrechter wenst de moeder toe dat zij zal inzien dat zij daarbij baat heeft bij hulpverlening voor zichzelf en dat zij een behandeling aangaat. De kinderrechter stelt vast dat er op dit moment nog onvoldoende stabiliteit is in de situatie bij de moeder voor een terugkeer van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft al veel instabiliteit meegemaakt in zijn korte leven. Er spelen nog onverminderd zorgen over de vraag of de moeder voldoende kan aansluiten bij dat wat [voornaam minderjarige] nodig heeft. Daarnaast heeft de moeder nog geen eigen en stabiele woonplek. De huidige plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oma biedt de nodige rust en continuïteit die [voornaam minderjarige] nodig heeft als jong kindje. De plaatsing bij oma mz zal de kinderrechter dan ook continueren door verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling.
5.3.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oma mz voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 3 mei 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 22 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.