De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij de oma moederszijde. De kinderrechter nam de beschikking van 30 september 2025 en de briefrapportage van december 2025 in overweging. Tijdens de zitting met gesloten deuren waren de moeder, haar advocaat en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig, evenals bijzondere toegang voor de oma.
De moeder heeft het ouderlijk gezag en de minderjarige verblijft bij de oma. Eerder was de ondertoezichtstelling verlengd tot 3 mei 2026 en was een machtiging tot uithuisplaatsing verleend tot 30 december 2025. De GI vroeg om verlenging van de machtiging tot het einde van de ondertoezichtstelling vanwege vertragingen in de pleegzorgscreening en de kwetsbare situatie van de moeder, die nog geen stabiele woonplek heeft.
De moeder erkende de situatie en gaf aan bereid te zijn alles te doen om de zorg voor de minderjarige weer op zich te nemen, maar erkende ook het belang van de huidige stabiele plaatsing bij de oma. De kinderrechter oordeelde dat verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, gezien de instabiliteit bij de moeder en de rust die de plaatsing bij de oma biedt.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 3 mei 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.