De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van één jaar, vanwege zorgen over de stabiliteit en veiligheid in het gezin. De moeder zet zich in voor verbetering, maar haar eerdere afwezigheid en beperkte beschikbaarheid zorgen voor onvoorspelbaarheid en risico's voor de kinderen.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd de minderjarige gehoord en spraken de moeder, een vertegenwoordiger van de Raad en de gecertificeerde instelling. De vader was afwezig maar correct opgeroepen. De moeder erkende de zorgen en toonde motivatie om met hulpverlening aan de situatie te werken.
De kinderrechter concludeerde dat de kinderen opgroeien in een onveilige en instabiele situatie, met onvoldoende emotionele en fysieke aanwezigheid van de moeder. Ondanks positieve ontwikkelingen is de situatie nog niet stabiel genoeg, waardoor een ondertoezichtstelling noodzakelijk is om voorspelbaarheid en veiligheid te waarborgen.
De beschikking stelt de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland voor één jaar, met ingang van 5 december 2025 tot 5 december 2026. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.