ECLI:NL:RBROT:2025:15590

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
C/10/708716 / JE RK 25-2158
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.4 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige verlengd

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om een voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, die reeds in een gesloten accommodatie verbleef. De kinderrechter nam het verzoek in behandeling op 7 november 2025, waarbij ook de ouders, de minderjarige en zijn advocaat aanwezig waren.

De minderjarige vertoonde vooruitgang in zijn gedrag en samenwerking met de begeleiding, maar had nog steeds ondersteuning nodig om zijn zelfstandigheid te vergroten en terugval in oude patronen te voorkomen. De ouders steunden het verzoek en benadrukten het belang van voldoende tijd om een geschikte vervolgplek te vinden.

De kinderrechter oordeelde dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar. Daarom werd de voorwaardelijke machtiging verlengd voor een periode van zes maanden, van 7 november 2025 tot 7 mei 2026, zodat de minderjarige binnen een veilig kader verder kan oefenen met zelfstandigheid en een passende vervolgplek kan worden gezocht.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp voor zes maanden tot 7 mei 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/708716 / JE RK 25-2158
Datum uitspraak: 7 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp in vrijwillig kader
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
namens
het college van burgemeester & wethouders van de gemeente Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen het college,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] ,
bijgestaan door advocaat mr. J.M. Bossers, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 21 oktober 2025;
  • het verweerschrift van de advocaat van [voornaam minderjarige] , van 6 november 2025;
  • de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 20 oktober 2025, ontvangen op 21 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • [voornaam minderjarige] en zijn advocaat;
  • de vader;
- de moeder;
  • twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] ;
  • [persoon C] , werkzaam bij het wijkteam, namens het college.
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de begeleider van [voornaam minderjarige] van Schakenbosch.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Schakenbosch.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 mei 2025 een machtiging verleend om [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 8 november 2025.

3.Het verzoek van de GI

3.1.
De GI verzoekt een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 14 oktober 2025 de voorwaarden opgenomen.
3.3.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en refereert zich voor de toelichting op het verzoek aan de informatie van de vertegenwoordigster van het wijkteam.

4.De informatie van de vertegenwoordigster van het wijkteam

4.1.
Namens het wijkteam is ter zitting het volgende naar voren gebracht. [voornaam minderjarige] heeft de afgelopen periode duidelijk vooruitgang laten zien. Het contact tussen [voornaam minderjarige] en de begeleiding verloopt beter. Hoewel hij het nog moeilijk vindt om dit vast te houden in spanningsvolle situaties, is de algehele lijn positief. Om deze reden is van belang dat [voornaam minderjarige] de komende maanden met een voorwaardelijke gesloten machtiging in een stabiel en veilig kader verder kan oefenen met zijn zelfstandigheid. Een verlenging van zes maanden is noodzakelijk om deze ontwikkeling te volgen en om te werken aan een passende vervolgplek, waar hij ook na zijn meerderjarigheid door kan gaan met het opbouwen van vaardigheden en zelfstandigheid.

5.De standpunten

5.1.
Door en namens [voornaam minderjarige] is ter zitting het volgende naar voren gebracht. Hoewel [voornaam minderjarige] instemt met het verzoek, wordt namens hem primair verzocht de duur van de voorwaardelijke machtiging te beperken tot vier maanden. [voornaam minderjarige] nadert zijn meerderjarigheid en een kortere termijn geeft hem de nodige ruimte om in aanloop naar zijn zelfstandigheid te oefenen met meer vrijheid. Desondanks begrijpen [voornaam minderjarige] en zijn advocaat dat het in het belang van [voornaam minderjarige] nodig is dat zijn verblijf bij Schakenbosch voorlopig voortgezet moet worden, omdat hij hier de noodzakelijke begeleiding ontvangt.
5.2.
De moeder en vader verklaren ter zitting dat zij volledig achter het verzoek staan. Zij zien dat [voornaam minderjarige] vooruitgang boekt en spreken hun vertrouwen uit in de aanpak van Schakenbosch. De vader benadrukt met betrekking tot de duur van de machtiging dat er voldoende tijd moet zijn om een geschikte vervolgplek te vinden.

6.De beoordeling

6.1.
Op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is gebleken, is de kinderrechter van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Buiten de gesloten accommodatie kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1] De kinderrechter legt hierna uit waarom.
6.2.
[voornaam minderjarige] doet het goed bij Schakenbosch. Hij heeft de afgelopen periode belangrijke stappen gezet. Hij toont groei in zijn gedrag, werkt mee met de begeleiding en heeft duidelijk inzicht in wat er van hem wordt verwacht. Dat verdient een compliment. Stapsgewijs leert hij om te gaan met meer verantwoordelijkheid. Zijn verblijf bij Schakenbosch biedt hem de rust en duidelijke kaders die hij nodig heeft om verder te groeien richting zelfstandigheid. Tegelijkertijd is duidelijk dat [voornaam minderjarige] steun nodig heeft om deze positieve lijn vast te houden. In situaties van spanning kan hij nog terugvallen in oude patronen. Een voortzetting van zijn verblijf bij Schakenbosch in een open groep op basis van een voorwaardelijke machtiging is daarom in zijn belang. [voornaam minderjarige] heeft kenbaar gemaakt de jeugdhulp te aanvaarden, zoals opgenomen in het overgelegde hulpverleningsplan. Op deze manier kan hij verder oefenen met zelfstandigheid binnen een veilig kader en kan intussen gezocht worden naar een passende vervolgplek, met het oog op zijn naderende meerderjarigheid. Indien [voornaam minderjarige] eerder toe is aan meer zelfstandigheid, dan kan hij binnen dit kader hier nog extra mee oefenen.
6.3.
De kinderrechter zal een voorwaardelijke machtiging verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verleent een voorwaardelijke machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 7 november 2025 tot 7 mei 2026.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025 door mr. F. Aukema-Hartog, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 14 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.4, tweede lid, Jeugdwet (Jw).