ECLI:NL:RBROT:2025:15528

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
11354785 CV EXPL 24-25782
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van kosten voor nieuwe meterkastsleutels door Vereniging van Eigenaars

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen de Vereniging van Eigenaars (VvE) en een gedaagde eigenaar van appartementen. De VvE had de gedaagde opdracht gegeven om nieuwe meterkastsleutels te laten maken, waarvan de kosten door de gedaagde moesten worden gedragen. De VvE heeft bewijs geleverd dat de gedaagde op de hoogte was van deze kosten en dat hij akkoord ging met de opdracht. De kantonrechter oordeelde dat de VvE geslaagd was in het leveren van bewijs en dat de kosten van € 112,49 voor de nieuwe sleutels redelijk waren. De gedaagde werd veroordeeld om dit bedrag, plus incassokosten en wettelijke rente, aan de VvE te betalen. De proceskosten werden ook aan de gedaagde opgelegd, omdat hij grotendeels ongelijk kreeg in de procedure. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VvE het vonnis onmiddellijk kan uitvoeren, zelfs als de gedaagde in hoger beroep gaat.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11354785 CV EXPL 24-25782
datum uitspraak: 12 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Vereniging van Eigenaars “ [eiseres] ”,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: [persoon A] ,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘VvE [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 17 januari 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • de brief van [gedaagde] van 8 maart 2025;
  • het proces-verbaal van het door de kantonrechter op 15 oktober 2024 gehouden getuigenverhoor.
1.2.
[gedaagde] is na het getuigenverhoor op de rolzitting van 13 november 2025 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de vraag of hij getuigen wil laten horen dan wel, indien hij daarvan afziet, of hij een conclusie na enquête wenst te nemen. [gedaagde] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Omdat VvE [eiseres] heeft verklaard er onder die omstandigheden geen behoefte aan te hebben om conclusie na enquête te nemen, heeft de kantonrechter vonnis bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[gedaagde] is eigenaar van de appartementen [adres 1] en [adres 2] . Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] opdracht heeft gegeven aan VvE [eiseres] voor het laten maken van nieuwe meterkastsleutels voor de twee meterkasten behorende bij de appartementen van [gedaagde] en – in het verlengde daarvan – of [gedaagde] de kosten hiervan van € 112,49 aan VvE [eiseres] moet betalen.
2.2.
Bij tussenvonnis van 17 januari 2025 heeft de kantonrechter VvE [eiseres] in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat [gedaagde] haar opdracht heeft gegeven om nieuwe meterkastsleutels te laten maken voor de twee meterkasten behorende bij de appartementen van [gedaagde] . VvE [eiseres] heeft hiertoe op 16 oktober 2025 [persoon B] (hierna: [persoon B] ), bestuurslid en waarnemend secretaris van VvE [eiseres] , en [persoon C] (hierna: [persoon C] ), voorzitter van VvE [eiseres] , laten horen.
Het oordeel van de kantonrechter
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat VvE [eiseres] geslaagd is in het leveren van bewijs. [gedaagde] wordt daarom veroordeeld om de kosten voor de nieuwe meterkastsleutels en de helft van de kosten voor het vervangen van een meterkastslot van € 112,49 aan VvE [eiseres] te betalen. [gedaagde] moet ook een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten van € 48,40 en de wettelijke rente aan VvE [eiseres] betalen. Hieronder wordt dit oordeel uitgelegd.
VvE [eiseres] is geslaagd in het leveren van bewijs
2.4.
Voor het oordeel dat een partij is geslaagd in een op haar rustende bewijsopdracht moet de kantonrechter een redelijke mate van zekerheid hebben dat het betreffende feit zich heeft voorgedaan. Het feit dient dus voldoende aannemelijk te zijn. Niet vereist is dat het te bewijzen feit onomstotelijk komt vast te staan. De kantonrechter is van oordeel dat VvE [eiseres] is geslaagd in het leveren van bewijs. Daartoe wordt het volgende overwogen.
2.5.
[persoon B] heeft verklaard dat hij in 2022 op verzoek van [gedaagde] met de loper de meterkast behorende bij één van de appartementen van [gedaagde] heeft opengemaakt. Volgens [persoon B] heeft [gedaagde] toen aangegeven dat hij niet meer over een sleutel voor de meterkast beschikte en dat de VvE dit maar moest regelen. [persoon B] heeft verder verklaard dat het vaker voorkwam dat leden de sleutels van de meterkasten behorende bij hun appartementen kwijt waren. Volgens [persoon B] heeft de VvE daarom in januari 2023 hierover een nieuwsbrief naar alle leden gestuurd. [persoon B] heeft deze nieuwsbrief tijdens het getuigenverhoor overgelegd. Daarin is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:
“Indien u uw sleutels kwijt bent geraakt, raden wij u aan om uw onder of bovenburen te vragen of u hun sleutel mag laten bijmaken. U kunt zelf geen ander slot erin zetten i.v.m. serie schakeling, toegang buren en toegang bestuur door middel van loper. Een nieuw slot zal via het bestuur geregeld moeten worden waarvan u alle kosten voor uw rekening krijgt.”
2.6.
Uit de getuigenverklaringen van [persoon B] en [persoon C] komt verder naar voren dat in april 2023 een ledenvergadering heeft plaatsgevonden waarin de situatie rondom de meterkastsleutels met de leden is besproken. Volgens de verklaringen van [persoon B] en [persoon C] was [gedaagde] niet bij deze vergadering aanwezig, terwijl hij hiervoor wel was uitgenodigd. Volgens [persoon C] is tijdens die ledenvergadering besloten dat de VvE nieuwe meterkastsleutels zou laten maken voor de eigenaren die de sleutels kwijt waren, waarbij de betreffende eigenaren de kosten hiervan zelf zouden dragen. De notulen van deze ledenvergadering, waarin dit besluit wordt bevestigd, zijn volgens [persoon C] naar alle leden – en dus ook naar [gedaagde] – gestuurd.
2.7.
[persoon B] heeft tot slot verklaard dat hij [gedaagde] op 14 juni 2023 telefonisch heeft gesproken over de sleutels van de meterkasten behorende bij zijn appartementen. Volgens [persoon B] heeft [gedaagde] tijdens dit telefoongesprek tegen hem gezegd dat hij al eerder aangegeven had dat hij geen meterkastsleutels meer had en dat ‘de VvE het maar moest regelen’. Volgens [persoon B] heeft [gedaagde] daarna de verbinding verbroken.
2.8.
De kantonrechter oordeelt op basis van de getuigenverklaringen van [persoon B] en [persoon C] dat [gedaagde] opdracht heeft gegeven aan VvE [eiseres] om nieuwe meterkastsleutels te laten maken voor de twee meterkasten behorende bij de appartementen van [gedaagde] . Uit de getuigenverklaringen en de door [persoon B] overgelegde nieuwsbrief leidt de kantonrechter af dat [gedaagde] door VvE [eiseres] op de hoogte was gebracht van het feit dat zij op verzoek voor leden die hun meterkastsleutels kwijt waren nieuwe meterkastsleutels zou laten maken. Daarbij ziet de kantonrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van [persoon B] dat [gedaagde] op 14 juni 2023 telefonisch heeft aangegeven dat ‘de VvE het maar moest regelen’, temeer nu [gedaagde] geen enkel bewijs heeft geleverd waaruit het tegendeel zou kunnen blijken. Naar het oordeel van de kantonrechter mocht VvE [eiseres] deze opmerking van [gedaagde] onder de omstandigheden redelijkerwijze opvatten als een opdracht aan VvE [eiseres] om nieuwe sleutels voor de meterkasten behorende bij de appartementen van [gedaagde] te laten maken. Daarbij was [gedaagde] via de nieuwsbrief en de notulen van de ledenvergadering van april 2023 van tevoren geïnformeerd over het feit dat de kosten voor het laten maken van nieuwe meterkastsleutels voor zijn rekening zouden komen. [gedaagde] was dus op het moment dat hij VvE [eiseres] opdracht gaf om nieuwe meterkastsleutels te laten maken ervan op de hoogte dat hij de kosten hiervan zou moeten dragen. De kosten die door VvE [eiseres] in rekening zijn gebracht, komen de kantonrechter ook niet onredelijk voor, zodat niet gezegd kan worden dat die kosten het bedrag dat [gedaagde] redelijkerwijs had mogen verwachten te boven gaan.
[gedaagde] moet € 112,49 aan VvE [eiseres] betalen
2.9.
Het voorgaande betekent dat de eis van VvE [eiseres] wordt toegewezen. [gedaagde] wordt daarom veroordeeld om € 112,49 aan VvE [eiseres] te betalen.
[gedaagde] moet incassokosten van € 48,40 betalen
2.10.
[gedaagde] moet aan VvE [eiseres] een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten betalen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). VvE [eiseres] heeft gesteld dat [gedaagde] aangemerkt moet worden als een handelaar. [gedaagde] heeft dit niet betwist en de kantonrechter ziet ook geen aanleiding om aan deze stelling te twijfelen, nu [gedaagde] eigenaar is van twee appartementen en hij deze woningen onderverhuurt. Dit bekent dat een veertiendagenbrief in dit geval niet vereist is en het enkel uitvoeren van incassowerkzaamheden voldoende is om een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten te krijgen. Wel wordt slechts één keer een bedrag van € 48,40 toegewezen. Het is immers niet gebleken dat VvE [eiseres] voor de twee facturen afzonderlijke incassowerkzaamheden heeft verricht; in de aanmaningen die zij heeft overgelegd, wordt [gedaagde] tot betaling van beide facturen aangemaand.
[gedaagde] moet rente betalen
2.11.
De rente wordt toegewezen, omdat VvE [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De rente tot 24 september 2024 bedraagt € 2,48.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.12.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan VvE [eiseres] moet betalen op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 130,00 aan griffierecht, € 120,00 aan salaris voor de gemachtigde (drie punten x € 40,00) en € 20,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 406,72. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.13.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat VvE [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan VvE [eiseres] te betalen € 163,37 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 112,49 vanaf 24 september 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VvE [eiseres] worden begroot op € 406,72;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
62828