ECLI:NL:RBROT:2025:15505

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
10-234504-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor vuurwapenbezit met gevangenisstraf

Op 17 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het voorhanden hebben van een vuurwapen en een kogelpatroon. De verdachte, geboren in 1982 en gedetineerd, heeft op 5 september 2025 in Hoogvliet een vuurwapen van het merk BBM, type GAP, kaliber 8mm en een kogelpatroon van kaliber .380 auto voorhanden gehad. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 105 dagen, terwijl de verdediging zich refereerde aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de verdachte het feit had bekend en dat er geen vrijspraak was bepleit. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 103 dagen op, gelijk aan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht. De rechtbank overwoog dat het onbevoegd bezit van wapens en munitie een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich meebrengt. De verdachte had het vuurwapen naar zijn woning gehaald na een eerdere overval en had dit zelfs op video vastgelegd. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn poging tot stabilisatie in zijn leven door het verkrijgen van een woning. De voorlopige hechtenis werd opgeheven omdat de opgelegde straf gelijk was aan de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-234504-25
Datum uitspraak: 17 december 2025
Datum zitting: 17 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteland],
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam],
gedetineerd in [detentieadres].
Advocaat van de verdachte: mr. N. Schuerman.
Officier van justitie: mr. C.T. den Uil.
Kern van het vonnis
De verdachte heeft een vuurwapen en een kogelpatroon voorhanden gehad in zijn woning. Hij heeft daarover een bekennende verklaring afgelegd.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – een wapen en een kogelpatroon voorhanden heeft gehad op 5 september 2025 in Hoogvliet.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
hij op of omstreeks 5 september 2025 te Hoogvliet, althans in Nederland, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet Wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk BBM, type GAP, kaliber 8mm en/of munitie in de zin van artikel 1, onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III te weten één (1) kogelpatroon, kaliber .380 auto (9x17mm/9mm kort) voorhanden heeft gehad.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van het feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte het vuurwapen en het kogelpatroon voorhanden heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven [1] .
1.
Verklaring van de verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie [3]
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
4.
Schriftelijk stuk [5]
2.3.2.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 5 september 2025 te Hoogvliet, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet Wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk BBM, type GAP, kaliber 8mm en munitie in de zin van artikel 1, onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III te weten één (1) kogelpatroon, kaliber .380 auto (9x17mm/9mm kort) voorhanden heeft gehad.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 105 dagen, met aftrek van de tijd (ten tijde van de zitting: 103 dagen) die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft een vuurwapen en een kogelpatroon voorhanden gehad in zijn woning. Uit de verklaring van de verdachte blijkt dat hij kort daarvoor was overvallen in zijn woning en dat hij daarom het vuurwapen, dat hij eerder in zijn schuur had opgeborgen, naar zijn woning heeft gehaald. Om een nieuwe overval te voorkomen heeft hij een video met het wapen opgenomen en in zijn WhatsApp-status geplaatst.
Het onbevoegde bezit van wapens en munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich. Vuurwapenbezit leidt meer dan eens tot vuurwapengebruik met alle gevolgen van dien. Daarbij zorgt het bezit voor gevoelens van onrust en onveiligheid.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 21 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 17 september 2025 staat het volgende.
De verdachte heeft via de begeleiding van Veldwerk en het programma Housing First van het Leger des Heils een woning weten te bemachtigen. Dat is voor de verdachte een lichtpunt geweest in zijn leefsituatie en deze woning leek een opmaat naar meer stabiliteit in zijn leven.
Overige persoonlijke omstandigheden
Uit het hiervoor genoemde reclasseringsrapport blijkt ook dat de verdachte zijn woning vermoedelijk al kwijt is. Op de zitting heeft de verdediging echter toegelicht dat de ontruiming van de woning is gepland op 22 december 2025 en dat de vaste begeleider van de verdachte om een maand uitstel heeft verzocht. Voorts is toegelicht dat de begeleider samen met de verdachte zich wil inspannen om de woning toch te mogen behouden. Naar het oordeel van de rechtbank is de woning voor de verdachte, ondanks deze misstap, een beschermende factor.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. In strafmatigende zin heeft de rechtbank rekening gehouden met de staat van het vuurwapen. Het betrof een naar scherpschietend omgebouwd gaspistool. Uit het onderzoek van de politie bleek echter dat het wapen niet functioneerde. De loop van het wapen was zodanig doorgeboord dat patronen te diep in de kamer kwamen te liggen en daardoor niet afgevuurd konden worden. Daarnaast werkte de slagpin niet. De munitie, één kogelpatroon, was van een ander kaliber en kon – nog los van de hiervoor genoemde beperkingen – niet met het vuurwapen worden afgeschoten. Hiernaast wordt rekening gehouden met hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht omtrent de woning. Als deze woning behouden zou kunnen worden, zou dit recidiveverlagend werken.
Gelet op het voorgaande wordt een gevangenisstraf van 103 dagen opgelegd. Die gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

5.Voorlopige hechtenis

Omdat de gevangenisstraf gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt de voorlopige hechtenis opgeheven.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van Wet wapens en munitie.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 103 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van vandaag omdat de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van de opgelegde gevangenisstraf.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.F. Smulders, voorzitter,
en mrs. N.M. Ketelaar en E. van Vliet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 december 2025.
Mr. Ketelaar is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt – tenzij anders vermeld – gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer].
2.Verklaard tijdens de zitting van 17 december 2025.
3.pagina's 12-13 van het proces-verbaalnummer -9.
4.proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer].
5.pagina's 42-43, kennisgeving van inbeslagneming.