De officier van justitie beschuldigde de verdachte van betrokkenheid bij de handel in harddrugs, waaronder heroïne, cocaïne en MDMA, in Rotterdam en Schiedam gedurende de periode van 21 oktober 2022 tot en met 7 december 2022. De tenlastelegging omvatte het bezit, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen en vervoeren van aanzienlijke hoeveelheden verdovende middelen.
Tijdens de zitting op 14 november 2025 heeft de rechtbank het dossier zorgvuldig bestudeerd. De bewijsmiddelen waren onvoldoende concreet om vast te stellen dat de verdachte daadwerkelijk betrokken was bij de handel in harddrugs. Ook kon niet worden bewezen dat de verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht over de aangetroffen hoeveelheden drugs.
De rechtbank concludeerde dat de tenlastelegging niet bewezen kon worden en sprak de verdachte integraal vrij. Dit vonnis werd uitgesproken op 28 november 2025 door de meervoudige kamer strafzaken van de rechtbank Rotterdam.