Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:15499

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
10-072099.23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetLijst I bij de Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs handel en bezit harddrugs

De officier van justitie beschuldigde de verdachte van betrokkenheid bij de handel in harddrugs, waaronder heroïne, cocaïne en MDMA, in Rotterdam en Schiedam gedurende de periode van 21 oktober 2022 tot en met 7 december 2022. De tenlastelegging omvatte het bezit, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen en vervoeren van aanzienlijke hoeveelheden verdovende middelen.

Tijdens de zitting op 14 november 2025 heeft de rechtbank het dossier zorgvuldig bestudeerd. De bewijsmiddelen waren onvoldoende concreet om vast te stellen dat de verdachte daadwerkelijk betrokken was bij de handel in harddrugs. Ook kon niet worden bewezen dat de verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht over de aangetroffen hoeveelheden drugs.

De rechtbank concludeerde dat de tenlastelegging niet bewezen kon worden en sprak de verdachte integraal vrij. Dit vonnis werd uitgesproken op 28 november 2025 door de meervoudige kamer strafzaken van de rechtbank Rotterdam.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van handel en bezit van harddrugs.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10.072099.23
Datum uitspraak: 28 november 2025
Datum zitting: 14 november 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. T. Altindag
Officier van justitie: mr. F.J. van der Putte

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - zich samen met anderen heeft bezig gehouden met de handel in harddrugs (primair) en/of die harddrugs in bezit hebben (subsidiair). De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2022 tot en met 7 december 2022 te Rotterdam en/of Schiedam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) handels- en/of gebruikershoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne en/of MDMA, zijnde heroïne en/of cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, waarvan het bereiden/bewerken/verwerken/aanwezig hebben in ieder geval blijkt uit de aanwezigheid van verdovende middelen
in een pand aan de [adres delict 1] te Rotterdam, te weten
  • 11064,9 gram, althans een hoeveelheid, heroïne en/of
  • 25,2 gram, althans een hoeveelheid, cocaïne en/of
een pand aan de [adres delict 2] te Rotterdam, te weten
  • 363,4 gram, althans een hoeveelheid pillen bevattende, MDMA en/of
  • 87,7 gram, althans een hoeveelheid, poeder bevattende MDMA en/of
  • 491,2 gram, althans een hoeveelheid, heroïne en/of
  • 1,4 gram, althans een hoeveelheid, cocaïne en/of
een pand aan de [adres delict 3] te Rotterdam, te weten
2,6 gram, althans een hoeveelheid, cocaïne en/of
een pand aan het [adres delict 4] te Schiedam, te weten
3000 gram, althans een hoeveelheid, heroïne
en/of de verkoop/afleveren blijkt uit het aantreffen van 104,32 gram, althans een hoeveelheid, cocaïne aan [persoon A] .

2.Vrijspraak

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de handel in harddrugs.
Oordeel van de rechtbank
Het dossier bevat onvoldoende concrete bewijsmiddelen om voldoende betrokkenheid van de verdachte bij de handel in harddrugs (primair) vast te kunnen stellen. Dit geldt ook voor het bezit van harddrugs. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat hij wetenschap en beschikkingsmacht heeft gehad over de in de beschuldiging genoemde hoeveelheden harddrugs (subsidiair). De verdachte wordt dus integraal vrijgesproken.

3.Beslissingen

De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit, zowel primair als subsidiair, heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

4.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. E. IJspeerd, voorzitter,
en mrs. J.H. Janssen en M.T.A. de Ridder, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 28 november 2025.