De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2009. De kinderrechter heeft op 11 december 2025 een zitting met gesloten deuren gehouden waarbij de ouders, de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De minderjarige is gehoord met aanwezigheid van een medewerker van Intensieve Hulp.
De feiten tonen aan dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd door escalaties thuis, waarbij verbaal en fysiek geweld door de vader is toegepast. De minderjarige vertoont internaliserende en externaliserende gedragsproblemen, waaronder automutilatie en weglopen van huis. De ouders zijn betrokken maar onvoldoende in staat om de situatie zelfstandig te verbeteren.
De kinderrechter oordeelt dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de gezinspatronen te doorbreken, contactherstel te bevorderen en passende hulpverlening te organiseren. Tevens wordt een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor zes maanden, te beginnen met verblijf binnen het netwerk gevolgd door plaatsing bij een jeugdhulpaanbieder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.