ECLI:NL:RBROT:2025:15431

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
10-064514-25, 10-162693-25, 10-399801-24 (gevoegd) / TUL VV: 10-062278-23 en 10-247631-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugdzaak betreffende ernstige strafbare feiten door een vijftienjarige verdachte, waaronder uitlokking van gewapende overvallen en explosies

In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam op 3 december 2025 uitspraak gedaan in een jeugdzaak tegen een vijftienjarige verdachte. De verdachte is beschuldigd van een reeks ernstige strafbare feiten, waaronder de uitlokking van twee gewapende overvallen en het (mede)veroorzaken van twee explosies. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte op vijftienjarige leeftijd betrokken was bij de uitlokking van een gewapende overval op een winkel in Barendrecht op 22 februari 2025, waarbij medewerkers met een vuurwapen werden bedreigd. Daarnaast heeft de verdachte een rol gespeeld in een poging tot een gewapende overval op een buurtwinkel in Rotterdam op 16 februari 2025. De rechtbank heeft ook vastgesteld dat de verdachte betrokken was bij explosies die plaatsvonden op 30 mei 2024 in Heesch en op 24 februari 2025 in Rotterdam, waarbij gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor omwonenden is ontstaan. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een jeugddetentie van 250 dagen en de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) opgelegd, gezien de ernst van de feiten en het hoge recidiverisico. De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met de psychische toestand van de verdachte en de aanbevelingen van deskundigen, die een langdurige en intensieve behandeling noodzakelijk achten.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummers: 10-064514-25, 10-162693-25, 10-399801-24 (gevoegd)
Parketnummers vorderingen TUL VV: 10-062278-23 en 10-247631-24
Datum uitspraak: 3 december 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2009,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in de [naam instelling] te [plaats] ,
raadsman mr. F. Laros, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 19 november 2025.

2.Tenlastelegging

De verdachte wordt beschuldigd van zes strafbare feiten. Daarbij gaat het om:
Onder parketnummer 10-064514-25
- feit 1: medeplegen van uitlokking van een gewapende overval in vereniging op
22 februari 2025 bij de [naam winkel] in Barendrecht;
  • feit 2: medeplegen van uitlokking van een poging tot een gewapende overval in vereniging op 16 februari 2025 bij de buurtwinkel in Rotterdam;
  • feit 3: primair medeplegen van het teweegbrengen van een explosie bij een woning op 30 mei 2024 in Heesch, subsidiair medeplegen van vernieling van een woning;
Onder parketnummer 10-162693-25
  • feit 1: medeplegen van een uitlokking van een poging tot het teweegbrengen van een explosie bij een woning op 17 februari 2025 in Hoorn;
  • feit 2: primair medeplegen van het teweegbrengen van een explosie bij een woning op 24 februari 2025 in Rotterdam, subsidiair medeplegen van vernieling van een woning;
Onder parketnummer 10-399801-24
- feit 1: primair afpersing in vereniging op 7 juli 2024 in Rotterdam, subsidiair diefstal in vereniging.
De volledige omschrijving is opgenomen in bijlage I.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van feit 1, feit 2 en feit 3 primair (10-064514-25), feit 1 en feit 2 primair (10-162693-25) en feit 1 primair (10-399801-24);
  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 300 dagen met aftrek
  • oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna te noemen: PIJ-maatregel);
  • afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10-062278-23;
  • tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10-247631-24.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak medeplegen uitlokking poging explosie bij een woning op 17 februari 2025 in Hoorn
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
Er is wettig en overtuigend bewijs voor een bewezenverklaring. Uit het onderzoek naar de telefoon van de verdachte blijkt dat hij een ‘speler’ en ‘driver’ heeft geregeld en dat hij op de dag van de explosie achttien keer met de uitvoerder ‘ [bijnaam medeverdachte] ’ (medeverdachte [medeverdachte 1] ) heeft gebeld. Ook blijkt dat de verdachte op 17 februari 2025 met het openbaar vervoer naar Hoorn is afgereisd.
4.1.2.
Beoordeling
Uit het dossier blijkt dat de verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de poging tot het teweegbrengen van een explosie bij de woning aan de [adres 2] in Hoorn. Op basis van het dossier kan echter slechts vastgesteld worden dat de verdachte een ‘driver’ en ‘speler’ heeft geregeld en die dag is afgereisd naar Hoorn. Die gedragingen zijn onvoldoende om tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde uitlokking te komen. Uit het dossier is namelijk niet gebleken dat de verdachte medeverdachte [medeverdachte 1] uitgelokt tot het teweegbrengen van een explosie. Zo is niet gebleken dat de verdachte inlichtingen aan medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verschaft en/of hem betalingen in het vooruitzicht heeft gesteld. Uit het dossier blijkt evenmin van andere uitlokkingsmiddelen. Hoewel de verdachte dus zonder meer een rol heeft gehad bij deze poging om een explosie te veroorzaken, kan deze rol niet als uitlokking worden gekwalificeerd.
4.1.3.
Conclusie
Het medeplegen van de uitlokking van de poging tot het teweegbrengen van een explosie op 17 februari 2025 in Hoorn is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4.2.
Bewijswaardering
Medeplegen uitlokking gewapende overval [naam winkel] in Barendrecht op 22 februari 2025
4.2.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Er is onvoldoende bewijs dat de verdachte betrokken is geweest bij de overval. De naam van de verdachte is niet genoemd door de medeverdachten. Ook blijkt niet dat de verdachte de gebruiker is van de telefoon die door de politie aan de verdachte wordt gelinkt. Hij is alleen aanwezig geweest in de auto die nabij de [naam winkel] is gecontroleerd. Op welke wijze hij betrokken zou zijn bij de overval blijkt echter niet uit het dossier.
4.2.2.
Beoordeling
Overval
Op 22 februari 2025 om 16:43 uur heeft er een gewapende overval plaatsgevonden bij de telefoonwinkel [naam winkel] in Barendrecht. De medeverdachten, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , zijn de winkel binnen gegaan, hebben een op een vuurwapen lijkend voorwerp op de medewerkers gericht, de vitrine kapot geslagen en telefoons weggenomen. [medeverdachte 2] heeft later verklaard dat hij door een persoon met de naam [medeverdachte 4] is gevraagd om de overval tegen betaling te plegen en dat hij met een auto is opgehaald waarin vijf jongens zaten, waaronder die [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] . Een kwartier na de overval is op twee minuten rijden van de [naam winkel] een gehuurde Peugeot met kenteken [kentekennummer 1] van MyWheels gecontroleerd. De auto kwam vanuit de richting van de [naam winkel] gereden. Eén van de inzittenden is [medeverdachte 4] . Ook zaten medeverdachte [medeverdachte 5] en de verdachte in het voertuig.
Onderzoek naar de huurauto
Uit GPS registraties blijkt dat genoemde Peugeot in de ochtend voorafgaand aan de overval nabij de [naam winkel] is geweest. Een getuige heeft toen gezien dat één van de inzittenden een bivakmuts droeg. Verder blijkt uit de GPS registraties dat de Peugeot in de middag in Rhoon was. Ook heeft de Peugeot tijdens de overval stilgestaan op de parkeerplaats nabij de [naam winkel] en om 16:50 uur een GPS-hit gegeven bij de [naam winkel] . Uit de verklaring van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] blijkt dat zij allebei met een auto zijn opgehaald en dat er in totaal vijf jongens in de auto zaten. In de auto kregen zij van de andere jongens de wapens, bivakmuts en handschoenen om de overval te plegen. Verder heeft getuige [naam getuige] verklaard dat hij op de dag van de overval enkele jongens in een Peugeot tegenkwam in Rhoon. Er werd aan hem gevraagd om diezelfde dag tegen betaling een overval te plegen. Eén van de jongens droeg een bivakmuts en hij hoorde vanuit de auto een geluid dat klonk als het doorladen van een vuurwapen.
Op basis van de verklaringen van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [naam getuige] en het onderzoek naar de huurauto concludeert de rechtbank dat dit voertuig, waarin de verdachte kort na de overval samen met medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] zat, gebruikt is voor een voorverkenning, het ronselen van uitvoerders en gebruikt is bij de overval.
Telefoon verdachte
Daarnaast is er onderzoek gedaan naar de telefoon met het nummer [gsm-nummer] die bij de verdachte in beslag is genomen. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte de gebruiker is van deze telefoon. Het onderzoek naar de telefoon heeft uitgewezen dat de verdachte op 20, 21 en 22 februari 2025 meerdere malen heeft gezocht op ‘ [naam winkel] Barendrecht’. Ook is op de telefoon een screenshot gevonden met de tekst: ‘Ov [naam winkel] Barendrecht [nummer] ’ (de rechtbank begrijpt dat ‘Ov’ staat voor overval).
Op basis van deze bevindingen concludeert de rechtbank dat de verdachte voorafgaand aan de overval van de [naam winkel] al wist wat er stond te gebeuren en dat hij daarbij betrokken is geweest.
Uitlokking
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of de verdachte schuldig is aan het medeplegen van het uitlokken van de overval. Naar het oordeel van de rechtbank biedt het dossier hiervoor voldoende aanknopingspunten gelet op de verklaringen van [naam getuige] en [medeverdachte 2] (die beiden zijn gevraagd om tegen betaling een overval te plegen), de verklaring van [medeverdachte 3] (dat ook hij is gevraagd om tegen betaling een overval te plegen en een vuurwapen in het voertuig heeft gekregen) en de reisbewegingen van de op 22 februari 2025 gebruikte huurauto waarin de verdachte samen met de medeverdachten kort na de overval is aangetroffen. De verdachte heeft daartegenover niets gesteld dat de voor hem belastende bewijsmiddelen zouden kunnen ontzenuwen en ervoor gekozen om zowel bij de politie als op de zitting niet te verklaren.
Conclusie
Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van uitlokking van de gewapende overval op de [naam winkel] in Barendrecht.
Medeplegen uitlokking van een poging tot gewapende overval buurtwinkel in Rotterdam op 16 februari 2025
4.2.3.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Het is onvoldoende duidelijk dat de verdachte de gebruiker is van het telefoonnummer ‘ [gsm-nummer] ’, het Snapchataccount ‘ [accountnaam 1] ’ en dat hij ‘ [bijnaam verdachte] ’ is. Het blijkt niet uit het dossier op welke wijze de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan uitlokking en wat zijn rol is geweest.
4.2.4.
Beoordeling
Op 16 februari 2025 heeft er een poging tot een gewapende overval plaatsgevonden bij de buurtwinkel IJsselmonde in Rotterdam. Eén van de twee overvallers heeft een shotgun op twee medewerkers van de winkel gericht en geroepen dat hij hen neer zou schieten. Eén van de overvallers is door de medewerkers van de winkel tegen gehouden. Dit bleek medeverdachte [medeverdachte 6] . In de winkel worden twee achtergelaten telefoons in beslag genomen. Een telefoon blijkt van medeverdachte [medeverdachte 6] en de andere telefoon, lijkt toe te behoren aan de overvaller die het vuurwapen droeg en staat op naam van medeverdachte [medeverdachte 7] .
Betrokkenheid verdachte
Uit onderzoek naar de telefoon van [medeverdachte 6] is gebleken dat zij op de dag van de overval 22 keer is gebeld door het telefoonnummer [gsm-nummer] . Hierboven is vastgesteld dat de verdachte daarvan de gebruiker is. De betrokkenheid van de verdachte volgt verder uit de verklaring van [medeverdachte 6] dat zij voor en na de overval gebeld is door ‘een vijftienjarige [bijnaam verdachte] ’. Aan het telefoonnummer van de verdachte is de Telegram-accountnaam ‘ [accountnaam 2] ’ gekoppeld. Onderzoek heeft uitgewezen dat [bijnaam verdachte] de bijnaam van de verdachte is. Dat de verdachte op 16 februari 2025 veelvuldig contact had met [medeverdachte 6] staat daarmee vast. Uit onderzoek is verder gebleken dat op 16 februari 2025 een Renault Zoe met kenteken [kentekennummer 2] is gehuurd van MyWheels. De reisbewegingen van dit voertuig zijn onderzocht en vergeleken met de zendmastgegevens van het telefoonnummer van de verdachte. Hieruit volgt dat op 16 februari 2025 zowel de telefoon van de verdachte als de Renault Zoe rond dezelfde tijdstippen van Rotterdam naar Amsterdam is gegaan, is gestopt bij het woonadres van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en weer terug naar Rotterdam is gegaan. Nadat de autohuur is beëindigd – wat aansluit bij de verklaring van [medeverdachte 6] dat zij onderweg naar de buurtwinkel van auto’s zijn gewisseld – straalt de telefoon van de verdachte tijdens en kort voor de overval aan in de directe nabijheid van de buurtwinkel. Op basis van deze bevindingen concludeert de rechtbank dat de verdachte samen met anderen bij de overval betrokken is geweest.
Uitlokking
Uit Snapchat-berichten blijkt dat de verdachte (‘ [accountnaam 1] ’) met de uitvoerders in contact stond over de overval. [accountnaam 1] zat samen met [medeverdachte 6] (‘ [accountnaam 3] ’) en [medeverdachte 7] (‘ [accountnaam 4] ’) in een groepsgesprek. De verdachte vraagt op 16 februari 2025 waar zij [medeverdachte 6] moet ophalen, waarop [medeverdachte 6] haar adres in Amsterdam geeft. ‘ [accountnaam 4] ’ vraagt aan de verdachte ‘4K per speler toch’ en hoe lang het nog duurt. De verdachte zegt dat hij ‘aan het laden is. Ben al dammie’ (de rechtbank begrijpt: een auto aan het laden in Amsterdam). Even later staat hij ‘voor de deur’ en belt hij naar [medeverdachte 6] . Hieruit blijkt dat de verdachte in nauw contact stond met de overvallers, hen op de dag van de overval ophaalde en dat hij ging over de betaling die zij zouden ontvangen. Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt de uitlokkingshandelingen zoals ten laste is gelegd.
4.2.5.
Conclusie
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van uitlokking van een poging tot de gewapende overval op de buurtwinkel IJsselmonde in Rotterdam.
Medeplegen van een explosie bij een woning op 30 mei 2024 in Heesch
Door de verdediging is gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en er is geen verweer tot vrijspraak gevoerd. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde teweegbrengen van een explosie. Met de officier is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor het ten laste gelegde medeplegen. De verdachte voor dit onderdeel partieel worden vrijgesproken.
Medeplegen van een explosie bij een woning op 24 februari 2025 in Rotterdam
4.2.6.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Het is niet waarschijnlijk dat de verdachte de opdracht heeft aangenomen. Er is een scenario mogelijk dat een andere verdachte met de telefoon met nummer [gsm-nummer] naar de plaats delict is gegaan.
4.2.7.
Beoordeling
Explosie
Op 24 februari 2025 om 4:22 uur heeft er een explosie plaatsgevonden bij het appartement aan de [adres 3] in Rotterdam. Het appartement maakte deel uit van een wooncomplex van vier woningen. Uit het politieonderzoek is gebleken dat omwonenden uit de portiek kwamen, er veel rook in de portiek was en er een hevige brand woedde achter de deur van huisnummer [huisnummer X] . Later bleek het appartement helemaal zwart van binnen te zijn. Ook zagen verbalisanten restanten van vuurwerk en een gesmolten petfles liggen.
Betrokkenheid verdachte
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte samen met een ander betrokken is geweest bij de uitvoering van deze explosie. Onderzoek naar de telefoon van de verdachte heeft uitgewezen dat zijn telefoon om 04:21 uur een GPS-locatie registreerde op de straat parallel aan de [adres 3] . Op verdachtes telefoon zijn verder twee video’s aangetroffen. Beide video’s’ zijn kort na elkaar om 04:22 uur op de dag van de explosie gemaakt. Op de eerste video is te zien dat de filmer samen met een andere verdachte een explosief in een portiek plaatst. Vervolgens rennen zij naar buiten. Op de tweede video is te zien dat er in een portiek een explosief afging. Uit onderzoek is gebleken dat het zeer aannemelijk is dat beide video’s met de telefoon van de verdachte zijn gemaakt gelet op de grootte en de naam van de bestanden en omdat de video’s in de DCIM map zijn opgeslagen. Verder geldt dat het tijdstip van het maken van de video’s hetzelfde is als het tijdstip waarop de explosie plaatsvond. Ook is geconstateerd dat de portiek die op de video’s is te zien, identiek is aan de portiek van de [adres 3] in Rotterdam. Daarmee staat vast dat de video’s betrekking hebben op deze explosie. De verdachte heeft ook ten aanzien van dit feit ervoor gekozen om geen verklaring af te leggen.
Op basis van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat de verdachte degene is geweest die samen met een ander bij de portiek de ontploffing teweeg heeft gebracht, die tot (een hevige) brand heeft geleid. Daarbij is er veel schade ontstaan. De explosie heeft zich midden in de nacht voorgedaan in een woonwijk met portiekwoningen. De politie ter plaatse beschrijft dat zij mensen het portiek van de huisnummers [huisnummer Y] tot en met [huisnummer Z] zagen uitkomen en dat in de portiek veel rook stond. Daaruit is dan ook af te leiden dat bij die brand gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was.
4.2.8.
Conclusie
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde medeplegen van het teweegbrengen van een explosie op 24 februari 2025 in Rotterdam.
Afpersing in vereniging op 7 juli 2024 in Rotterdam
Door de verdediging is gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en er is geen verweer tot vrijspraak gevoerd. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een afpersing in vereniging.
4.3.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feiten 1, 2 en 3 primair (10-064514-25), feit 2 primair (10-162693-25) en feit 1 primair (10-399801-24) heeft begaan op die wijze dat:
Parketnummer 10-064514-25
feit 1
[medeverdachte 3]
,en[medeverdachte 2]
, [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 8]
een of meer onbekend gebleven personen,op
of omstreeks22 februari 2025
te Barendrecht, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, een ofmeerdere telefoon
(s
),
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [naam winkel]
en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan voornoemde perso(o)n(en) en/of verdachtetoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en
/ofgevolgd van geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- zich met een mededader
(dreigend
)en met gezichtsbedekkende kleding aan die [slachtoffer 1] op te dringen,
-
(daarbij
) (dreigend
)de woorden toe te voegen dat zij, verdachte
(n
), telefoons wilden hebben en
/of de code van de kluis,
-
(daarbij
) een vuurwapen, althanseen op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en
/of tegen/in het gezicht van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] te houden,
- (daarbij) een mes te tonen,
- de vitrine kapot te slaan met een hamer
en/of Macheteen de telefoons weg te nemen,
- de winkel uit te rennen/vluchten,
- omstanders te hebben bedreigd door
het vuurwapen, althanshet voorwerp gelijkend op een vuurwapen te tonen en daarbij de woorden toe te voegen: "Jullie gaan er allemaal aan",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,
welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen,op of omstreeks de periode 21 februari 2025 tot en met 22 februari 2025, te Barendrecht, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en
/ofhet verschaffen van gelegenheid, middelen en
/ofinlichtingen,
immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode toen en aldaar (voor) die [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 8] , en/of een of meer onbekend gebleven personen,door
-
een of meerpersonen te zoeken/ronselen om de overval te
(laten)plegen,
- die
een of meerpersonen geld
en/of een beloningaan te bieden voor het plegen van die overval,
- een voertuig (met kenteken [kentekennummer 1] ) te huren,
-
(vervolgens
)met
een/dat voertuig (met kenteken [kentekennummer 1] ) een voorverkenning te doen,
- met
een/dat voertuig (met kenteken [kentekennummer 1] ) de personen
na de overvalop te halen,
- de personen die de overval zouden gaan plegen voorzien van
een ofmeerdere
wapens (te weten een alarmpistool, een machete en
/ofeen hamer
);
feit 2
[medeverdachte 6] en
/of[medeverdachte 7]
en/ of [medeverdachte 5] en/of een of meer onbekend gebleven personen,op
of omstreeks16 februari 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door voornoemde perso
(o
)n
(en
)voorgenomen misdrijf om,
een of meergoederen van zijn
/hungading,
dat/die
geheel of ten deleaan de [slachtoffer 3]
en/of een of meer medewerker(s) van deze winkel, in elk geval aan een ander dan aan voornoemde perso(o)n(en) en/of verdachtetoebehoorde
(n
)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en
/ofgevolgd van geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en
/of[slachtoffer 3]
en/of deze medewerker(s), gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf
en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- zich met een mededader
(dreigend
)en met gezichtsbedekkende kleding aan die [slachtoffer 4] en
/of[slachtoffer 3]
en/of medewerker(s)op te dringen,
-
(daarbij
) een shotgun/vuurwapen, althanseen voorwerp gelijkend op een shotgun/vuurwapen op die [slachtoffer 4] en
/of[slachtoffer 3]
en/of medewerker(s)te richten en
/ofgericht te houden,
-
(daarbij
) (dreigend
)de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer 4] en
/of[slachtoffer 3]
en/of medewerker(s)zou gaan neerschieten,
- in een gevecht is geraakt,
welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen,op of omstreeks 16 februari 2025, te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en
/ofhet verschaffen van gelegenheid, middelen en
/ofinlichtingen, immers heeft hij, verdachte,
toen en aldaar (voor) die [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 5] en/of een of meer onbekend gebleven personen,
-
(geholpen met het
)zoeken/ronselen naar/van
een of meerpersonen om de
overval te
latenplegen,
- geld
en/of een beloningaangeboden voor het plegen van de overval,
- een voertuig
teger
egeld ten behoeve van het plegen van de overval,
-
personenopgehaald voorafgaand aan en ten behoeve van het plegen van de overval.
feit 3
hij, op
of omstreeks30 mei 2024 te Heesch,
aan/bij een woning gelegen aan de Wagnerplein 2,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door
voor/bij
/aande voordeur van voornoemde woning een (vuurwerk)explosief aan te steken,
althans te laten exploderen, waardoor er brand is ontstaan, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten
het perceel/het pand
en/of de belenende percelen/pandenen
/ofaanwezige goederen in dit
/dezepand
(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen,en
/of
- levensgevaar en
/ofgevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor
(een
)ander
(en
), te weten
één ofmeer personen aanwezig in dit
/dezepand
(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen,te duchten was;
Parketnummer 10-162693-25
feit 2
hij, op
of omstreeks24 februari 2025, te Rotterdam,
aan/bij een woning gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een
of meerander
en,
althans alleen,
opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door
voor/bij
/aande voordeur van voornoemde woning een (vuurwerk)explosief aan te steken,
althans te laten exploderen,waardoor er brand is ontstaan, terwijl daarvan,
- gemeen gevaar voor goederen, te weten
het perceel/het pand en/ofde
belenende percelen/panden en
/ofaanwezige goederen in
dit/deze pand
(en
), in elk geval gemeen gevaar voor goederen,en
/of
- levensgevaar en
/ofgevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor
(een)ander
(en
), te
weten
een ofmeer personen aanwezig in
dit/deze pand
(en
),
in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen,te duchten was.
Parketnummer 10-399801-24
hij op 7 juli 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een
of meerandere
n,
althans alleen,met het oogmerk om zich en
/ofeen ander wederrechtelijk te bevoordelen door
geweld en/ofbedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een fatbike, inclusief daarbijhorende sleutels,
slot en telefoonhouder,en
/ofcash geld ter waarde van
280200euro,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan die [slachtoffer 5]
en/of een derdetoebehoorde
(n
)door:
-
(dreigend
)voor die [slachtoffer 5] te gaan staan;
- het voorwiel van de fatbike van die [slachtoffer 5] vast te houden;
- die [slachtoffer 5]
(dreigend
)de woorden toe te voegen 'nu afstappen of ik sla je tanden eruit' en
/of'als je nu niet afstapt, dan slaan wij jou in elkaar' en
/of'als je nu weg fietst, dan trap ik je van je fiets af’
, althans woorden van gelijke strekking;
- die [slachtoffer 5]
(dreigend
)de woorden toe te voegen 'stap van je fiets af' en 'geef je sleutels'
, althans woorden van gelijke strekking.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
10-064514-25
feit 1: medeplegen van uitlokking van diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
feit 2: medeplegen van uitlokking van een poging tot diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
feit 3: (primair) opzettelijk een ontploffing teweegbrengen veroorzaken, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te duchten is
10-162693-25
feit 2: (primair) medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen veroorzaken, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te duchten is
10-399801-24
feit 1: (primair) afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf en maatregel

7.1.
Algemene overweging
De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd
De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan een reeks van zeer ernstige strafbare feiten.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de uitlokking van twee ernstige gewapende overvallen op een winkel. De uitvoerders van de overval hebben een op vuurwapen lijkend voorwerp (alarmpistool) gericht op medewerkers van de [naam winkel] , met een hamer de vitrine kapotgeslagen en telefoons weggenomen. De uitvoerders van de overval op de buurtwinkel IJsselmonde hebben gedreigd om de medewerkers neer te schieten, maar de uitvoering van de overval is door toedoen van de medewerkers niet gelukt. De verdachte heeft - samen met anderen - voor beide overvallen de uitvoerders geronseld. Daarmee heeft hij bewust een aansturende rol ingenomen. Hij heeft - samen met anderen - geld aan de uitvoerders van de buurtwinkel aangeboden, het vervoer geregeld en wapens aan de uitvoerders gegeven die bij de overval zijn gebruikt. Met zijn handelen heeft de verdachte de slachtoffers angst aangejaagd en geen enkel respect getoond voor andermans eigendommen. Dergelijk intimiderend en gewelddadig gedrag versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.
De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het (mede)veroorzaken van twee explosies die midden in de nacht plaatsvonden, terwijl omwonenden lagen te slapen. Bij beide explosies is gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen ontstaan. De aangever van de explosie in Heesch was op het moment van de explosie thuis met zijn vrouw en twee kinderen. Bij de explosie in Rotterdam waren directe buurtbewoners van omliggende panden aanwezig. Zij moesten hun woning verlaten omdat er een hevige brand woedde en er veel rookontwikkeling was. De explosies hadden veel erger kunnen aflopen. Dergelijke explosies zijn bedreigend en beangstigend voor de bewoners van de panden en de omwonenden. Ook leiden dit soort explosies daartoe tot grote onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan afpersing in vereniging. Hij heeft samen met de medeverdachte het slachtoffer achtervolgd en hem onder bedreiging gedwongen om zijn fatbike en cash geld af te geven. Berovingen zoals deze maken een ernstige inbreuk op de rechtsorde en veroorzaken gevoelens van onrust, angst en onveiligheid, in het bijzonder bij het directe slachtoffer.
De rechtbank vindt het zeer zorgelijk dat de nog jonge verdachte kennelijk bereid is zulke ernstige strafbare feiten te plegen, en daarbij veelal een aansturende rol heeft en anderen het vuile werk laat opknappen. Het wordt de verdachte zeer kwalijk genomen dat hij bij het plegen van het feit enkel heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin, zonder daarbij na te denken over de gevolgen voor anderen. Hij heeft daarbij geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn aandeel in alle strafbare feiten.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 november 2025 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, zoals diefstal met geweld, afpersing en mishandeling.
7.3.2.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
GZ-psycholoog [persoon A] en kinder- en jeugdpsychiater [persoon B]hebben op 31 oktober 2025 een rapport over de verdachte opgemaakt.
Daaruit blijkt onder meer het volgende.
  • Bij de verdachte is sprake van een normoverschrijdende gedragsstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. Deze waren ten tijde van het tenlastegelegde aanwezig.
  • De verdachte identificeert zich met antisociale activiteiten en lijkt een ‘bagatelliserende draai’ te hebben om zijn gedrag te rechtvaardigen. Gevoelens van schuld, berouw of schaamte worden onvoldoende door de verdachte ervaren. De gebrekkige gewetensvorming bij de verdachte is zeer zorgelijk. Geadviseerd wordt om het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen.
  • Bij onveranderde omstandigheden en zonder begeleiding of behandeling is het recidiverisico hoog. De verdachte heeft een ambivalente houding voor regels en afspraken, sociaal emotionele beperkingen (agressie-emotieregulatie), laat onvoldoende pro sociaal gedrag zien en gaat om met jongeren met antisociale intenties.
  • De GBM-maatregel is overwogen maar wordt als te licht en daarom als niet passend beschouwd. De verdachte laat zich niet afschrikken door de kans op een kortdurende detentie en zijn motivatie voor behandeling is gering.
  • Om inzichtelijk te maken of de PIJ nog in een
  • Begeleiding en behandeling moeten stevig worden gewaarborgd. De verdachte is gebaat bij een kader waarbinnen behandeling, begeleiding, scholing en adequate agressie-emotie-regulatietraining van de grond kunnen komen én voor langere duur kan blijven voor een positieve ontwikkeling. Gezien het voorgaande wordt een behandeling met de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel geadviseerd.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad)heeft op 13 november 2025 een rapport over de verdachte opgemaakt.
Daaruit blijkt onder meer het volgende.
- De verdachte komt sinds zijn 12e levensjaar al in aanraking met de politie. Ondanks de
betrokkenheid van de jeugdreclassering en jeugdbescherming, uithuisplaatsing,
elektronische monitoring en avondklok heeft hij meerdere schorsingsvoorwaarden
geschonden en is hij meerdere malen gerecidiveerd.
- De verdachte heeft MST gehad in de thuissituatie bij moeder. Hulpverlening vanuit de
Waag werd ook geadviseerd. De verdachte wilde hier niet aan meewerken. Hij heeft
naar eigen zeggen geen behandeling nodig. De verdachte trekt zijn eigen plan. Voorwaarden lijken hem niet tegen te houden.
  • De verdachte is niet in staat om op eigen kracht tot gedragsverandering te komen. De al ingezette hulpverlening, waaronder ambulante en civiele residentiële behandeling met een laag beveiligingsniveau, is onvoldoende toereikend gebleken. Er is eerder geprobeerd om de verdachte te behandelen op een groep van Nova-Zorg en Cara Care. Het is alleen niet gelukt om de behandeling te starten, omdat de verdachte onvoldoende openstaat voor behandeling en sinds 2023 zes keer in de JJI heeft gezeten.
  • Wanneer de problematiek onveranderd blijft, is de kans op recidive zeer hoog. Zijn bedreigde ontwikkeling op verschillende ontwikkelingsgebieden is daarin doorslaggevend.
  • Voor de verdere ontwikkeling van de verdachte is het van belang dat hij behandeling ontvangt waar hij zich niet aan kan onttrekken. Vanuit het strafrecht kan een dergelijke behandeling alleen plaatsvinden in het kader van een PIJ-maatregel. Gezien alles wat er is ingezet en wat er uit het Pro-Justitia rapport naar voren komt, lijkt dit enkel nog mogelijk middels een PIJ-maatregel.
  • De Raad concludeert dat een PIJ-maatregel een passende afdoening is voor een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de verdachte. In dit kader kan intensieve en lange termijn behandeling worden gewaarborgd, waar hij zich niet aan kan onttrekken. De behandeling kan zich richten op de gedragsstoornis en zijn ontwikkeling. Ook is een PIJ-maatregel van belang om het recidiverisico te beperken.
  • De Raad heeft andere mogelijkheden overwogen, maar vindt deze niet passend. Binnen het civielrechtelijk kader heeft een eerdere uithuisplaatsing niet tot het gewenste resultaat geleid. Voor de behandeling van de onderliggende problematiek en de geconstateerde scheefgroei in zijn ontwikkeling is een voorwaardelijke PIJ afgewogen met als bijzondere voorwaarde een klinische forensische behandeling op te leggen. Een voorwaardelijke PIJ-maatregel is ook overwogen, maar is niet haalbaar. Eerdere (schorsingen)voorwaarden niet hebben kunnen voorkomen dat er opnieuw strafbare feiten, waarbij sprake is geweest van geweldscomponenten, zijn gepleegd.
  • Gezien het voorgaande is een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel daarom het meest passend.
Ter zitting heeft
raadsonderzoeker [persoon C](telefonisch) toegelicht dat de Raad het eens is met de conclusies van de psycholoog en psychiater. Er zijn in het verleden verschillende hulpverleningstrajecten aangeboden, maar daar heeft de verdachte geen gebruik van gemaakt. Ook met hulp van de jeugdreclassering lukt het hem niet. De Raad ziet geen andere mogelijkheden dan de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen JBRR)heeft op 17 november 2025 een rapport (‘evaluatie gezinsplan’) over de verdachte opgemaakt.
Daaruit blijkt het volgende.
  • De JBRR heeft vastgesteld dat het algemeen recidiverisico erg hoog is. Ook het dynamisch risicoprofiel wordt als heel hoog ingeschat. Er is sprake van een gedragspatroon met ernstige en gewelddadig delicten.
  • Intensieve trajecten in het kader van eerdere veroordelingen en schorsing, zoals
School2Care, NOVAA Zorg, Horizon Zorg, Harde Kern Aanpak en elektronische monitoring, hebben geen positieve gedragsverandering gebracht. Hij is structureel niet in staat of bereid om zich aan opgelegde afspraken en begeleiding te houden.
- De JBRR sluit zich aan bij het advies van het NIFP. Alleen een onvoorwaardelijk PIJ-maatregel biedt de kans om bescherming van de maatschappij te waarborgen en intensieve, langdurige behandeling voor de verdachte te kunnen realiseren.
Ter zitting heeft de
jeugdreclasseerder [persoon D]toegelicht dat hij de conclusies van de psycholoog en psychiater onderschrijft. Er is een terugkerend patroon bij de verdachte zichtbaar. Dat patroon kan alleen doorbroken worden met een PIJ-maatregel waarin de verdachte langdurig wordt behandeld. Het gaat binnen de JJI goed qua structuur. Dat heeft hij nodig om aan de vastgestelde stoornissen te werken. Binnen die structuur zet hij ook positieve stappen. Zo heeft hij binnen de JJI zijn MBO-1 diploma gehaald. Er zijn de afgelopen periode verschillende mogelijkheden aangeboden, bijvoorbeeld bij Cara Care, maar hij heeft zich niet volledig aan de afspraken gehouden. Het gaat beter, maar dat is voorlopig niet goed genoeg. Minder zware maatregelen dan de onvoorwaardelijke PIJ zijn dus niet aan de orde.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toerekeningsvatbaarheid
De conclusies van de psychiater en psycholoog worden gedragen door hun bevindingen. De rechtbank neemt die conclusies over en maakt die tot de hare. Nu bij de verdachte sprake is van een psychische stoornis (een normoverschrijdende gedragsstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis) die ook aanwezig was ten tijde van de tenlastegelegde feiten, acht de rechtbank de verdachte voor deze feiten verminderd toerekeningsvatbaar.
PIJ-maatregel
Door de deskundigen wordt de oplegging van een PIJ-maatregel geadviseerd. Aan de wettelijke voorwaarden van artikel 77s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht voor oplegging van een PIJ-maatregel is gelet op de bewezenverklaringen en de conclusies van de deskundigen, voldaan.
De rechtbank stelt vast dat meerdere van de gepleegde feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld.
Op grond van wat de psychiater en psycholoog in hun rapportage vermelden, komt de rechtbank tot het oordeel dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de ten laste gelegde misdrijven een gebrekige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en dat daarnaast de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen eisen. Bovendien is deze maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.
De rechtbank is met de psycholoog, de psychiater, de jeugdreclassering en de Raad van oordeel dat de behandeling van de verdachte binnen het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel moet plaatsvinden. De rechtbank heeft hierbij onder meer gekeken naar de aard en ernst van de bewezenverklaarde (gewelds)feiten, het hoge recidiverisico en de complexe problematiek van de verdachte. De verdachte is gerecidiveerd binnen de proeftijd en heeft zich telkens – zelfs nadat hij meerdere keren is geschorst en hem een kans is geboden – niet aan de voorwaarden en afspraken gehouden. De verdachte lijkt daarin zelfbepalend te zijn en heeft een ambivalente houding voor regels en afspraken. Er is veel hulp van allerlei instanties aangeboden, maar zonder gewenst resultaat. De verdachte heeft op de zitting aangegeven nu wel te willen meewerken aan hulpverlening, maar daarin heeft de rechtbank gelet op de conclusies van de deskundigen en de vele kansen die de verdachte onbenut heeft gelaten, geen vertrouwen. De verdachte heeft een langdurige en intensieve behandeling nodig in een sterk gestructureerde setting. Net als de Raad en de jeugdreclassering vindt de rechtbank dat er geen alternatieven mogelijk zijn. Een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is daarom passend.
De rechtbank overweegt dat de PIJ-maatregel zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit betekent dat verlenging van deze maatregel mogelijk is voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.
Jeugddetentie
Naast het opleggen van de PIJ-maatregel, kan gezien de ernst en hoeveelheid van de feiten niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gelet op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De bewezenverklaarde feiten zijn zeer ernstig en de rechtbank neemt mee dat de verdachte zich ter zitting niet heeft uitgelaten over zijn betrokkenheid. Hij heeft daarmee geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelingen. De rechtbank is van oordeel dat een jeugddetentie van 250 dagen voor de bewezenverklaarde feiten passend is.

8.Vorderingen benadeelde partijen

8.1.
Vordering [naam winkel]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [naam winkel] , ter zake van feit 1 van parketnummer 10-064514-25. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 7.374,21 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank oordeelt dat uit de stukken niet blijkt dat [benadeelde 1] bevoegd is tot het indienen van een vordering tot schadevergoeding namens [naam winkel] . Bij het formulier is geen uittreksel van de Kamer van Koophandel gevoegd. De ingediende vordering voldoet daarmee niet aan de eisen zoals gesteld aan de civiele vordering. De benadeelde partij zal – overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie en de raadsman – daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding dus geen inhoudelijke beslissing genomen.
Nu de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
8.2.
Vordering [benadeelde 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde 2] , ter zake van feit 3 van parketnummer 10-064514-25. De benadeelde partij heeft aangegeven schade te hebben geleden, maar heeft in het schadevergoedingsformulier geen concreet bedrag genoemd en geen onderbouwing gegeven. De benadeelde partij zal daarom – overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie – niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding dus geen inhoudelijke beslissing genomen.
Nu de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
8.3.
Vordering [benadeelde 3]
heeft ter zake van feit 1 van parketnummer 10-399801-24 een ‘Schadeopgaveformulier Misdrijven’ ingediend. Het formulier is aan het zaaksdossier toegevoegd en door [benadeelde 3] en zijn moeder ingevuld en ondertekend. De rechtbank zal dit formulier – anders dan de officier van justitie – als gevoegd in het strafproces beschouwen. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.149,94 aan materiële schade.
De rechtbank oordeelt dat de in de vordering genoemde bedragen in het geheel niet zijn onderbouwd met stukken. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding dus geen inhoudelijke beslissing genomen.
Nu de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

9.Vorderingen tenuitvoerlegging

9.1.
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Parketnummer 10-062278-23
Bij vonnis van 14 juli 2023 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte ter zake van diefstal met geweld in vereniging en mishandeling veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie van 60 dagen waarvan 18 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 29 juli 2023.
Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van de verdachte blijkt dat het voorwaardelijk gedeelte van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde straf al ten uitvoer is gelegd. De vordering zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
Parketnummer 10-247631-24
Bij vonnis van 19 november 2024 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte ter zake van afpersing en diefstel met braak veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie van 141 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 4 december 2024.
De verdediging heeft verzocht om de vordering af te wijzen.
De rechtbank oordeelt dat de vordering zal worden toegewezen. De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd. Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde straf.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77s, 77gg, 157, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

11.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 van parketnummer 10-162693-25 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte feiten 1, 2 en 3 (primair) van parketnummer 10-064514-25, feit 2 (primair) van parketnummer 10-162693-25 en feit 1 (primair) van parketnummer 10-399801-24, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie
voor de duur van 250 (tweehonderdvijftig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
legt de verdachte op de
maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 4] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;
veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van 14 juli 2023 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 18 dagen (parketnummer 10-062278-23);
gelast
de tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van 19 november 2024 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 30 dagen (parketnummer 10-247631-24).
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.M. Stolk, voorzitter,
en mrs. J.S. van den Berge en D.G.J. Roset, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 december 2025.
De oudste en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10-064514-25
feit 1
[medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 8]
een of meer onbekend gebleven personen, op of omstreeks 22 februari 2025
te Barendrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere telefoon(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam winkel] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan voornoemde perso(o)n(en) en/of verdachte toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/ of gevolgd van geweld en/ of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- zich met een mededader (dreigend) en met gezichtsbedekkende kleding aan die [slachtoffer 1] op te dringen,
- ( daarbij) (dreigend) de woorden toe te voegen dat zij, verdachte(n), telefoons wilden hebben en/of de code van de kluis,
- ( daarbij) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en /of tegen/in het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te houden,
- ( daarbij) een mes te tonen,
- de vitrine kapot te slaan met een hamer en/of Machete en de telefoons weg te nemen,
- de winkel uit te rennen/vluchten,
- omstanders te hebben bedreigd door het vuurwapen, althans het voorwerp gelijkend op een vuurwapen te tonen en daarbij de woorden toe te voegen: "Jullie gaan er allemaal aan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,
welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op of omstreeks de periode 21 februari 2025 tot en met 22 februari 2025, te Barendrecht, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/ of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode toen en aldaar (voor) die [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 8] , en/of een of meer onbekend gebleven personen,
- een of meer personen te zoeken/ronselen om de overval te (laten) plegen,
- die een of meer personen geld en/of een beloning aan te bieden voor het plegen van die overval,
- een voertuig (met kenteken [kentekennummer 1] ) te huren,
- ( vervolgens) met een/ dat voertuig (met kenteken [kentekennummer 1] ) een voorverkenning te doen,
- met een/ dat voertuig (met kenteken [kentekennummer 1] ) de personen na de overval op te halen,
- de personen die de overval zouden gaan plegen voorzien van een of meerdere
wapens (te weten een alarmpistool, een machete en/of een hamer;
feit 2
[medeverdachte 6] en/ of [medeverdachte 7] en/ of [medeverdachte 5] en/ of een of meer onbekend gebleven personen, op of omstreeks 16 februari 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door voornoemde perso(o)n(en) voorgenomen misdrijf om, een of meer goederen van zijn/hun gading, dat/ die geheel of ten dele aan de [slachtoffer 3] en/of een of meer medewerker(s) van deze winkel, in elk geval aan een ander dan aan voornoemde perso(o)n(en) en/of verdachte toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en /of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] en/of deze medewerker(s), gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/ of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- zich met een mededader (dreigend) en met gezichtsbedekkende kleding aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] en/of medewerker(s) op te dringen,
- ( daarbij) een shotgun/vuurwapen, althans een voorwerp gelijkend op een shotgun/vuurwapen op die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] en/of medewerker(s) te richten en/of gericht te houden,
- ( daarbij) (dreigend) de woorden toe te voegen dat hij, verdachte, die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] en/of medewerker(s) zou gaan neerschieten,
- in een gevecht is geraakt,
welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op of omstreeks 16 februari 2025, te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar (voor) die [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 5] en/of een of meer onbekend gebleven personen,
- ( geholpen met het) zoeken/ronselen naar/van een of meer personen om de
overval te laten plegen,
- geld en/ of een beloning aangeboden voor het plegen van de overval,
- een voertuig te geregeld ten behoeve van het plegen van de overval,
- opgehaald voorafgaand aan en ten behoeve van het plegen van de overval.
Feit 3
hij, op of omstreeks 30 mei 2024 te Heesch, aan/bij een woning gelegen aan de Wagnerplein 2, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door voor/bij /aan de voordeur van voornoemde woning een (vuurwerk)explosief aan te steken, althans te laten exploderen, waardoor er brand is ontstaan, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het perceel/het pand en/of de belenende percelen/panden en/of aanwezige goederen in dit/deze pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en), te weten één of meer personen aanwezig in dit/deze pand(en), in elk gevallevensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 30 mei 2025 te Heesch, gemeente Bernheze, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, gelegen aan de [adres 4] , geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/ of onbruikbaar heeft gemaakt door voor/bij/ aan de voordeur van voornoemde woning een (vuurwerk)explosief aan te steken, althans te laten exploderen, waardoor er brand is ontstaan.
Parketnummer 10-162693-25
feit 1
[medeverdachte 1] en/ of een of meerdere onbekend gebleven personen, althans een persoon,
op of omstreeks 17 februari 2025 te Hoorn, gemeente Hoorn, ter uitvoering van het door hem/haar/hen voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten bij/voor een woning gelegen aan de [adres 5] , terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het perceel/het pand en/of de belenende percelen/panden en/of aanwezige goederen in dit /deze pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen,
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en), te weten een of meer personen aanwezig in dit/deze pand(en), in elk geval levensgevaar en /of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was,
- zich heeft begeven naar de woning gelegen aan voornoemd adres,
- een explosief, althans zwaar vuurwerk gecombineerd met een fles benzine, voor voornoemde woning heeft neergezet,
- het explosief heeft aangestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen in de periode voorafgaand aan 17 februari 2025 in Hoorn en/of Rotterdam, althans in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/ of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/ of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode, toen en aldaar, (voor) die [medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen,
- iemand geregeld om het explosief voor de voornoemde woning te plaatsen,
- een driver geregeld,
- inlichtingen verschaft over de locatie van de woning,
- het vooruitzicht gesteld van een betaling;
feit 2
hij, op of omstreeks 24 februari 2025, te Rotterdam, aan/bij een woning gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door voor/bij/aan de voordeur van voornoemde woning een (vuurwerk)explosief aan te steken, althans te laten exploderen, waardoor er brand is ontstaan, terwijl daarvan,
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het perceel/het pand en/of belenende percelen/panden en /of aanwezige goederen in dit/deze pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en), te
weten een of meer personen aanwezig in dit/deze pand(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was,
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 24 februari 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een woning/gebouw, gelegen aan de [adres 3] , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of Woonbron, althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt door voor/bij/aan de voordeur van voornoemde woning een (vuurwerk)explosief aan te steken, althans te laten exploderen, waardoor er brand is ontstaan.
Parketnummer 10-399801-24
hij op 7 juli 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een fatbike, inclusief daarbijhorende sleutels, slot en telefoonhouder, en/of cash geld ter waarde van 280 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 5] en/of een derde toebehoorde(n) door:
- ( dreigend) voor die [slachtoffer 5] te gaan staan;
- het voorwiel van de fatbike van die [slachtoffer 5] vast te houden;
- die [slachtoffer 5] (dreigend) de woorden toe te voegen 'nu afstappen of ik sla je tanden eruit' en/of 'als je nu niet afstapt, dan slaan wij jou in elkaar' en/of 'als je nu weg fietst, dan trap ik je van je fiets af, althans woorden van gelijke strekking;
- die [slachtoffer 5] (dreigend) de woorden toe te voegen 'stap van je fiets af' en 'geef je sleutels', althans woorden van gelijke strekking
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op 7 juli 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fatbike, inclusief daarbijhorende sleutels, slot en telefoonhouder, en/ of cash geld ter waarde van 280 euro, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.