Op 9 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben van ongeveer 4 kilogram cocaïne. De verdachte, geboren in 1999 en gedetineerd, werd bijgestaan door advocaat mr. C.C. Polat. De officier van justitie, mr. H.H. Balk, beschuldigde de verdachte van het afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne, wat een overtreding van de Opiumwet is. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte op 31 juli 2025 te Rotterdam, tezamen met anderen, opzettelijk 4.038 gram cocaïne heeft vervoerd en aanwezig heeft gehad. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. De rechtbank oordeelde dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de verspreiding van harddrugs, wat een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid vormt. De rechtbank heeft rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte en zijn beperkte rol in het strafbare feit. Uiteindelijk werd de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank heeft de straf gebaseerd op de ernst van het feit en de LOVS-orientatiepunten voor soortgelijke zaken.